FNV kiest voor werk boven loon

NUNSPEET/WOERDEN, 23 SEPT. De beide grootste vakbonden in de marktsector, de Industriebond FNV en de Bouw- en houtbond FNV, willen in het komende CAO-overleg voorrang geven aan uitbreiding van de werkgelegenheid. Als werkgevers daaraan meewerken, kan de loonsverhoging volgend jaar beperkt blijven tot vergoeding van gestegen prijzen (geraamd op 3,75 procent).

Dit blijkt uit de plannen die beide bonden hebben gemaakt voor het arbeidsvoorwaardenoverleg voor 1993. Hun doel is vergroting van het aantal banen, in het bijzonder voor vrouwen, allochtonen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten, langdurig werklozen en mensen die in deeltijd willen werken.

De Industriebond FNV (235.000 leden) koos vanmorgen in Nunspeet “meer en betere banen” als speerpunt voor de nieuwe CAO's. De bond is voorstander van meerjarige CAO's met gedetailleerde afspraken over uitbreiding van de werkgelegenheid en verlichting van de werkdruk. De prijscompensatie geldt daarbij als bodem. Als leidraad voor 1993 wordt gemikt op een gemiddelde loonsverhoging van 4,5 procent, maar afwijkingen naar beneden en boven zijn mogelijk, al naar gelang de gang van zaken in de betreffende bedrijfstak of onderneming en al naar gelang de inspanningen die men zich getroost om de arbeidsparticipatie te vergroten. De bond wil de trend van de afgelopen jaren van steeds grotere loonsverhogingen ombuigen en hanteert niet langer een uniforme looneis voor de hele industrie.

De Bouw- en houtbond FNV (162.500 leden) zette gisteren in Woerden voor volgend jaar dezelfde koers uit: eerst afspraken maken over vergroting van het aantal banen en verbetering van de kwaliteit van het werk en pas daarna over de lonen. De bouw- en houtbond streeft naar een eenjarige CAO met minimaal prijscompensatie. In de sectoren die nog geen gemiddelde werkweek van 36 uur kennen, zoals de meubelbranche, houthandel en woninginrichting, wil de bond zich sterk maken voor korter werken.

Beide bonden beklemtoonden het belang van een "centrale aanbeveling' van de overkoepelende organisaties van werkgevers en werknemers als ruggesteun voor hun koers om de werkgelegenheid te vergroten en de lonen te matigen. De Industriebond FNV acht met zo'n centraal akkoord op termijn uitbreiding van de werkgelegenheid met 60.000 banen voor allochtonen, 80.000 banen voor gedeeltelijk gehandicapten en 50.000 banen voor deeltijders in de industrie “haalbaar”. De centrale werkgeversorganisaties achtten zo'n aanbeveling tot dusver zinloos, omdat de concrete afspraken toch in de bedrijven en bedrijfstakken gemaakt moeten worden. Vorige week zei FNV-voorzitter J. Stekelenburg niet langer in zo'n aanbeveling voor 1993 te geloven.