Dweilen met de kraan open

AMSTERDAM, 23 SEPT. De Fransen hebben met een minimale meerderheid hun goedkeuring verleend aan het verdrag van Maastricht.

De politieke autoriteiten konden opgelucht ademhalen, voor de financiële markten is echter in het geheel geen sprake van een terugkerende rust. De druk op de munten, die reeds voor het referendum als zwak werden bestempeld, houdt aan. Slechts drie EMS-munten weten zich bovenin het wisselkoersmechanisme te handhaven: de gulden, de Duitse mark en de Belgische frank. De overige munten wisselen stuivertje op de bodem van het EMS, althans zij die nog in het wisselkoersmechanisme participeren. Voor het pond en de lire staat slechts de weg naar beneden open.

Het interventiebeleid van centrale banken ter ondersteuning van deze zogenaamde zwakke valuta's wordt, zoals door de EMS-landen in 1987 in Nyborg is afgesproken, onverminderd voortgezet. Toch moet langzamerhand de vraag worden gesteld of de effectiviteit nog opweegt tegen de moeite en de kosten die dit beleid met zich meebrengt. Het roept het beeld op van dweilen met de kraan open. Immers, gelet op de vastberadenheid waarmee de financiële markten de "hardheid' van een aantal EMS-munten op de proef stellen, kan worden geconcludeerd dat de devaluatie van de lire en de peseta als onvoldoende wordt beschouwd. Hernieuwde devaluaties of zelfs een volledige herschikking in het EMS lijken de financiële markten pas tevreden te stellen. Bovendien kunnen de grootscheepse interventies het binnenlandse monetaire beleid frustreren.

Zo blijkt uit de weekstaat dat ten gevolge van de interventies de goud- en deviezenvoorraad van DNB in de verslagweek met 5,3 miljard gulden is toegenomen. Dit veroorzaakt een verruiming van geldmarkt, zodat de geldmarktrente kan dalen. Vooral op vrijdag was dit effect zichtbaar, toen de daggeldrente tijdelijk tot 7,25 procent zakte. Hoewel de gulden hiervan geen schade ondervond, dient toch voorzichtigheid troef te zijn. Het wekt daarom geen bevreemding dat DNB de geldmarkt rond het weekeinde geen speciale steun verleende. Niettemin wist het gezamenlijke bankwezen de ontsparing van één procentpunt op het contingentsberoep om te zetten in een besparing van twee procentpunten.

Na een beleningsloze periode van vier dagen, verleent DNB vanaf gisteren de banken weer extra geldmarktsteun door middel van een driedaagse speciale belening. Het tarief bedraagt 9,1 procent, 0,2 procentpunt lager dan het vorige beleningstarief. Het kan niet worden uitgesloten dat dit slechts een "tussenstap' is. Een verdere verlaging van dit tarief is mogelijk, indien de huidige sterke positie van de gulden in het EMS gestand houdt en de valuta-onrust voortduurt.

De hoogte van de voorschotrente (8,75 procent) vormt geen beletsel voor een verdere verlaging.

Bron: Economisch Bureau ING Bank