De Holland-Shetland connectie

De kogels zijn namaak, maar het kanon is echt, al draagt de loop een polyester laagje tegen het knagen van de zilte lucht. Het oorlogszuchtig ensemble staat opgesteld voor Hotel Shetland in hoofdstad Lerwick (8.000 zielen) van de Shetland-eilanden, hoog boven Schotland. Een metalen bordje vertelt dat we hier met een overblijfsel van de Nederlandse Oostindiëvaarder "De Haan' te maken hebben: “Op 13 juni 1640 in de haven van Lerwick door kapers tot zinken gebracht en in februari 1922 weer opgedoken door John Robertson”.

Wie op de Shetlands naar Nederlandse elementen zoekt, kan op diverse plaatsen terecht. Bijvoorbeeld in het stadhuis van Lerwick, sinds 1974 zetel van de Eilandraad en eerder van het gemeentebestuur, waar een glas-in-lood-raam uit 1882 getuigt van hartelijke betrekkingen tussen Amsterdam en het Shetlander stadje. “Uit dank voor de belangrijke diensten die aan Nederlandse zeelieden en vissers zijn bewezen”, staat eronder.

Daar vlakbij bevindt zich het historische museum van Lerwick, waar men ook weer een oud-Hollands stuk geschut tegenkomt, ditmaal van de "Kennemerland', die in 1664 met goud beladen op de Shetlander klippen voer en zonk. Verder meldt conservator Tommy Watt dat zijn instituut weliswaar niet in de lopende expositie, maar wel in depot een verzameling voorwerpen uit de lage landen bevat, zoals daar zijn: tinnen tabakspotten, pepermuntdoosjes en jeneverkruiken.

Op zijn aanwijzing bezoeken we bovendien het gemeentelijke kerkhof, een sterk naar zee afhellend terrein, dat als rustplaats dient voor ruim twintig Nederlandse vissers die hier tussen 1875 en 1927 het leven lieten. Het waren godvruchtige mensen. Een gedenkstaan van de gezamenlijke vissersplaatsen Scheveningen, Vlaardingen, Maassluis en Katwijk draagt de tekst van psalm 65 vers 6b, oude vertaling: “O, vertrouwen aller einden der aarde, en der verre gelegenen aan de zee”.

Afzonderlijke stenen zijn door nabestaanden of collega's opgericht en reppen bijvoorbeeld van “mijn onvergetelijke echtgenoot en mijner kinderen dierbare vader Cornelis de Best, in 1853 geboren te Scheveningen” of herinneren aan “onze geachte stuurman J. Kleefstra van de Maria Josepha uit Vlaardingen”. Grafdelver Robert Williamson mag nog regelmatig een nazaat van de hier ter aarde bestelde zeevarenden begroeten. “Ze vragen waar hun grootvader of overgrootvader ligt en dan breng ik ze op de bestemde plek, onderaan het kerkhof.”

Tegenwoordig komen Nederlanders op Shetland als toerist, speciaal voor de vogels die deze eilandengroep bevolken. Er zijn er nog maar weinig die hier beroepshalve aanleggen, een enkele verdwaalde visser of een baggeraar om de haven van Lerwick uit te diepen, daar blijft het bij. Maar dat is anders geweest, zoals te lezen valt in het hoogst informatieve, in 1973 verschenen boekje Hollanders in Shetland van Adriaan J. Beenhakker. Vooral in de 17de eeuw was het hier een komen en gaan van Nederlandse haringvissers, koopvaarders en oorlogsbodems, die op deze afgelegen plek leven in de brouwerij brachten, maar ook bijdroegen aan een zekere welstand op de ruige archipel. En bovenal: het boterde tussen de Hollanders en Shetlanders, die tot hun verdriet onder Schots bestuur vielen en de wet ontdoken door handel te drijven met mannen uit Brielle, Rotterdam, Enkhuizen, enzovoort. Dat bleek lucratief genoeg om de concurrentie die de vreemde vissers hun buitengaats aandeden, als een ondergeschikt nadeel te beschouwen.

Maar er ging ook van alles mis op en rond de Shetlands. Beenhakker verhaalt uitvoerig van schipbreuk, oorlogsgeweld en piraterij waar Hollanders aan ten offer vielen. Zo behoorde "De Haan' (die van het kanon bij Hotel Shetland) tot een groep van vier schepen die een onverhoedse aanval van Duinkerker kapers niet overleefden. Twee werden er tot zinken gebracht en één veroverd, terwijl de vierde weliswaar wist te ontkomen, maar iets verderop aan de grond liep en door zijn bemanning werd opgeblazen.

Dat was dus in juni 1640. Ruim dertig jaar later, tijdens de tweede Engelse oorlog, werd "Het Wapen van Rotterdam', een Oostindiëvaarder die beschutting had gezocht in de baai van Ronas Voe, door twee Britse oorlogsbodems overmeesterd. In de strijd sneuvelden tal van bemanningsleden, wier stoffelijke resten kwamen te liggen op een plek die nog altijd als het "graf van de Hollanders' bekend staat.

Ook in recentere tijden bestond zoiets als een Holland-Shetland-connectie, die vooral weer met de visserij samenhing. In Beenhakkers boek ontmoet men onder anderen de Scheveningse ds. L. van der Valk, die eind vorige eeuw diverse reizen naar Lerwick ondernam om Nederlandse vissers geestelijke en zonodig sociale bijstand te verlenen. Hij preekte veelvuldig in St. Columbia's, de plaatselijke parochiekerk, waar de eerwaarde ook Shetlanders onder zijn gehoor had, die kwamen luisteren naar het gedragen psalmgezang. In 1897 waren rond 500 Nederlandse vissers in Lerwick aanwezig bij het ceremonieel ter ere van koningin Victoria's gouden jubileum. Hun schepen lagen rijk versierd met vlaggen en vanen in de haven. De burgemeester moet bij die gelegenheid hebben opgemerkt: “De vriendschap tussen Lerwick en het Hollandse vissersvolk is zo oud, dat we de Hollanders niet als vreemdelingen beschouwen”.

De wederzijdse sympathie openbaarde zich trouwens ook aan het thuisfront. Over het eiland Marken wordt verteld dat daar in diezelfde tijd portretten van koningin Victoria en koning Edward aan de muur hingen, naast ansichtkaarten met "Groeten uit Lerwick'. En als we Beenhakker mogen geloven, en waarom niet, maakten Hollandse vissersvrouwen voor hun mannen kielen uit de witte katoenen zakken waarin ze meel van de Shetlands meebrachten. Samen met de haringnetten werden die kledingstukken in de taanketel gestopt om ze een langer leven te geven. Langer dan menig visser beschoren was.