"De Heer kastijdt hen die Hij lief heeft; Strenge protestanten verdeeld over zorg voor hun gezondheid

DEN HAAG, 23 SEPT. “In een verwereldlijkte samenleving is gezondheid het hoogste goed, waaraan het geestelijk welzijn wordt opgeofferd. De wereld probeert tot iedere prijs de gevolgen van de zonde uit zichzelf te boven te komen en zoekt alle smart te weren. Dat was in '78 te lezen in Criterium, een blad van de contactvereniging van leerkrachten en studerenden op gereformeerde grondslag.

Dat was en is de quintessens van het conflict rond de poliovaccinatie. Het ging er niet om dat nog werd getwijfeld aan veiligheid en heilzaamheid van het vaccin, zoals er in de vorige eeuw wel bedenkingen waren tegen het pokkenvaccin. Al voordat de Engelse plattelandsarts Edward Jenner in 1796 koepokkeninenting toepaste, werd hier al getwist over de rechtmatigheid van "inoculatie'. In 1755 bestookte de Bredase dominee Samuël Hoeufft voorstanders in een schotschrift onder de titel : "De inenting der pokjes, gemeenelyk de kinderziekte genaamt, in hare onbetamelykhied en schandelykheid klaar en naakt by het licht der reden aangetoont'. Het was en is een discussie waarop Nederland octrooi heeft.

Een eeuw later zou de politiek zich voegen in het theologendebat. Een forse pokkenepidemie in Europa in 1870 was aanleiding voor stevige maatregelen. Er kwam een wet "tot voorziening van besmettelijke ziekten', die ouders dwong hun kinderen te laten inenten op straffe van het van school verwijderen. Achttien jaar later sneuvelde een wetsvoorstel dat een eind aan deze dwang beoogde te maken, omdat "de vrije beschikking over het lichaam' de regering niet toekomt. In 1924 werd de dwang opgeschort, toen bleek dat talrijke kinderen aan een vaccinatie hersenvliesontsteking overhielden. In 1939 werd "dwang' veranderd in "drang' en verankerd in de wet: vaders die weigerden hun kinderen te laten inenten moesten de burgemeester uitleggen waarop de weigerachtigheid stoelde.

Uit een publikatie van 1979 over de polio-explosie van een jaar daarvoor van de ethici professor dr. J. Douma (Kampen) en professor dr. W.H. Velema (Apeldoorn) blijkt dat voor "de strengen in de leer' vijf overwegingen hanteren. In de eerste plaats werd verondersteld dat de "ongelovige wereld dacht in vaccinatie een middel te hebben gevonden om de Heere in het bestuur van zijn voorzienigheid te bestrijden en de oordelen van God te ontgaan'. Ten tweede zegt de Bijbel duidelijk dat gezonden geen heelmeester nodig hebben. Een derde punt is van meer praktische aard: ook degenen die zijn gevaccineerd werden wel door pokken bezocht. Voorts bracht de dwang tot vaccinatie ouders in gewetensnood als zij hun kinderen toch naar school wilden laten gaan. En als laatste punt: "vaccinatie was schadelijk voor het gestel, vermeerderde de vatbaarheid voor sommige ziekten en veroorzaakte andere ongesteldheden'.

Nu argumenten omtrent de schadelijkheid van vaccinatie tegen polio niet meer aan de orde zijn, betrekken de tegenstanders zich op puur bijbelse motieven. De belangrijkste tekst daarbij is te vinden in Math.9:6, die zegt: “Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.” Een reeks van Bijbelteksten kan daarmee in verband worden gebracht. Zo valt te lezen dat het "de Here is die ziekte zendt en Hij is het ook die onze Heelmeester is'. Bovendien stelt de Heidelbergse Catechismus dat "Hij alles onderhoudt en alzo regeert, waaronder gezondheid en ziekte'. Binnen deze kerkgenootschappen wordt dus gezegd dat de Heere kennelijk ook het poliovirus in de hand heeft: vaccinatie is het tegendeel van ootmoed en vernedering, terwijl de Schrift dat vraagt. “We moeten de slaande hand van Gods voorzienigheid niet willen ontlopen.” Maar andere theologen werpen daar tegenop dat het toch wel eigenaardig is dat polio vandaag de dag juist alleen die mensen treft die Gods voorzienigheid niet opzij willen schuiven. Het antwoord is even onlogisch als simpel: "God kastijdt hen die Hij liefheeft. Sterker: een bevolkingsgroep wordt bevoorrecht boven anderen door deze kastijding des Heeren'.

Het is de tegenstanders van oudsher ook in eigen kring niet gemakkelijk gemaakt. Altijd wordt de vraag gesteld: waarom geen vaccinatie, maar wel handen wassen, vroeg naar bed, niet op school naar de wc gaan en niet zwemmen?

Toen Douma en Velema veertien jaar geleden op verzoek van staatssecretaris Veder-Smit (volksgezondheid) de kerkgenootschappen bezochten die "at risk' waren, noteerden ze een scherp onderscheid dat bij deze mensen wordt gemaakt. Er zijn oordelen zoals ze door God worden toegezonden en de slagen die ons door de toegezonden oordelen worden toegebracht. Het gaat niet aan ons tegen oordelen te wapenen, door bijvoorbeeld een bliksemafleider op het dak te zetten, een verzekering te nemen of een inenting bij de dokter te halen. Maar de geneeskundige mag wel worden ingeroepen waar slagen zijn gevallen. De barmhartige Samaritaan hielp de halfdode man langs de kant van de weg naar Jericho door hem te verbinden en olie en wijn in de wonden te gieten.

Het is ook de taak van de dokter te waarschuwen tegen het veroorzaken van ziekte door schuld. Wie uit de sloot drinkt en toch gewaarschuwd was, loopt het risico zijn leven te verkorten. Maar dat is het bestrijden van bestaande, zondige situaties. Dat is heel iets anders dan je in te dekken tegen iets wat van God komt.

Toch blijft het ook voor rechts-orthodoxen lastig een onderscheid te maken tussen oordelen en slagen. Waarom immers vaart de Urker vissersboot uit met reddingsmateriaal? De schipper beschermt zich dan toch tegen komende en niet tegen bestaande rampen, dus tegen oordelen en niet tegen slagen.

De tegenstanders hebben zelf ook moeite met het trekken van een scherpe lijn bij geoorloofde preventieve maatregelen. Maar het alles moet worden bezien in een belangrijke context: de mens die zich laat vaccineren handelt vanuit een bepaalde levensstijl, die niet "uit het geloof is'. “En al wat niet uit het geloof is, is zonde,” zegt de bijbel. Ook in de bijbel zijn inconsequenties te vinden, die binnen een bepaalde context minder paradoxaal zijn dan ze lijken. “Wij moeten niet te zeer zien op het middel, doch voornamelijk op de beweegredenen des gemoeds.” Zo werd Paulus in een mand over de muur van Damascus neergelaten om te ontvluchten, terwijl hij later als gevangene op een schip naar Rome de zeelieden belette het schip dat in een storm verkeerde, te verlaten.

Professor Douma vat de bezwaren bondig samen: “Voor de bestrijders van assurantie en vaccinatie is het duidelijk dat vanuit een ongelovige levenshouding naar zulke middelen wordt gegrepen. De geassureerde verklaart in feite "dat hij alleen 's mensen hulp verkiest'. Voor hem die goed en wel verzekerd is, is er geen plaats meer overgebleven voor een gebed om bewaring en om 's Heeren hulp.”