Compromis in VN over Joegoslavië

NEW YORK, 23 SEPT. “Vandaag is het Joegoslavië, morgen kan het elke andere lidstaat van de Verenigde Naties zijn”, schreef de minister-president van "rest'-Joegoslavië, Milan Panic, gisteren in een brief aan alle andere VN-leden.

Hij deed nog een laatste, kansloze poging om te voorkomen wat vannacht in de Algemene Vergadering in New York toch geschiedde, de feitelijke uitsluiting van Servië en Montenegro, die zichzelf "Federale Republiek Joegoslavië' noemen, van de werkzaamheden van de Verenigde Naties. Wat de VN betreft bestaat "Joegoslavië' even niet meer.

Het was een sluw argument van Panic om te zinspelen op deze uitsluiting als een precedent dat ook anderen kan treffen. De waarschuwing was duidelijk bedoeld voor landen die voordien deel uitmaakten van de Sovjet-Unie en waar zich conflicten voordoen tussen etnische groeperingen over het bezit van grote stukken grondgebied. De vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, onder welke Rusland, hadden zich echter inmiddels gevonden in een compromis-formulering, ondergebracht in Resolutie 777, die voldoende druk op de Algemene Vergadering legde om de feitelijke uitsluiting door te zetten. Nadat Panic nog eenmaal voor de Algemene Vergadering had gesproken en de stemming was gehouden, kon de Joegoslavische ambassadeur opstaan en weglopen. Voor het VN-gebouw op Manhattan stond in de stromende regen een zwarte wagen met chauffeur op hem te wachten. Op de achterbank zat zijn minister-president al op hem te wachten, die de stemming maar niet meer had bijgewoond.

De stemverhouding was tamelijk catastrofaal voor de Serviërs. Van de aanwezige lidstaten stemde 127 vóór de resolutie, 6 waren ertegen en 26 landen onthielden zich van stemming; een uitsluiting met bijna 80 procent van de stemmen. De dramatische oproep van de elegant geklede Panic vlak voor de stemming had geen indruk gemaakt. Zijn stelling “een man van de vrede” te zijn, die geconfronteerd wordt met “militanten die onze orders negeren”, werd niet geloofd. Zijn oproep aan de VN om “een einde te maken aan het vechten in zijn land” en de etnische zuiveringen uit te bannen, klonken te hol.

Sir David Hannay, de Britse ambassadeur bij de VN, die het voorstel namens de EG verdedigde, zei dat het nieuwe Joegoslavië in precies dezelfde positie verkeert als eerder Kroatië, Slovenië en Bosnië-Hercegovina. Deze drie republieken van het voormalige Joegoslavië hebben ook het VN-lidmaatschap moeten aanvragen en moeten voldoen aan de voorwaarden die daarvoor in het VN-Handvest zijn aangegeven.

Een uitsluiting naar de letter van de wet, in dit geval artikelen 5 en 6 van het Handvest van de Verenigde Naties, was het in feite niet. Daarover had in de Veiligheidsraad en onder de VN-diplomaten een nogal theologische discussie plaatsgehad, omdat er verschil bestaat tussen suspension, opschorting, en extinction, de verklaring dat een land in feite niet meer bestaat. Daarnaast bestaat er ook nog expulsion, het uitstoten van een land. In het bijzonder bij een groot aantal EG-landen, onder welke Nederland, wilde men niet tot opschorting overgaan, omdat men zich op het standpunt stelde stelde dat Joegoslavië niet meer bestaat. Dat wat zich nog met die naam siert, bestaat slechts uit Servië en Montenegro. Bovendien is een opschorting iets tijdelijks en dat kan ook niet betrekking hebben op een land dat formeel niet meer bestaat.

Omdat andere landen, zoals Frankrijk en Griekenland, extinction en expulsion te ver vonden gaan, is in de formulering van de Veiligheidsraad, die werd overgenomen door de Algemene Vergadering, deze terminologie eenvoudigweg uit de weg gegaan. Er wordt slechts vastgesteld dat de "Federale Republiek Joegoslavië' “niet meer zal deelnemen aan de werkzaamheden van de Algemene Vergadering”. En dat is een feitelijke uitsluiting. Het gebied wordt als het ware niet erkend als de opvolger-staat van de vroegere Joegoslavische republiek, zo interpreteerde een expert vannacht het besluit.

De nieuwe republiek mag het lidmaatschap van de VN aanvragen; daar wordt in de resolutie die vannacht werd aangenomen ook vanuit gegaan. Op een later tijdstip - zoals het nu staat nog vóór Kerstmis - zal de Algemene Vergadering de voorwaarden voor toetreding vastleggen. Die voorwaarden zullen ongetwijfeld zwaar zijn en er zullen zeer waarschijnlijk ook eisen bij zijn voor teruggave van gebiedsdelen aan Bosnië-Herzegovina en Kroatië, die nu door Servische troepen zijn bezet.

Joegoslavië kreeg gisteren steun van een groepje Afrikaanse landen, Ghana, Zimbabwe, Kenia, Zambia en Tanzania, dat in de uitsluiting “een gevaarlijk precedent zag”, dat vooral zijn weerslag zou hebben op kleine en zwakke, multi-etnische landen, omdat de grote toch ongrijpbaar waren. Zij hadden er ook moeite mee dat de Algemene Vergadering een resolutie moest aannemen die als het ware letterlijk door de Veiligheidsraad was voorgeschreven.

De president van Bosnië-Herzegovina, Alija Izetbegovic, stond na afloop breed lachend voor de ingang van de grote vergaderzaal, felicitaties in ontvangst nemend van tientallen mensen. Hij, wèl erkend als staatshoofd, zij het van een staat waarvan hij nog slechts de werkelijke zeggenschap over twee kleine stukjes heeft, was zeer tevreden.