CBS: vijf miljoen auto's zorgen voor 200.000 banen

DEN HAAG, 23 SEPT. Nederland telde per 1 augustus vorig jaar 5.224.000 personenauto's. Die bezorgen ruim 200.000 mensen een baan, van autoverkoper tot de bekeurende politieman. De indirecte werkgelegenheid ligt nog hoger. Volgens het CBS brengt “het verschijnsel personenauto” tussen de 300.000 en 400.000 arbeidsplaatsen met zich mee. Dat staat in de bundel “Auto's in Nederland” van het CBS, die gisteren is verschenen en waarin alle aspecten over auto's zijn gerangschikt.

De auto brengt fors geld in het Haagse laatje: aan belastingen en accijns vangt de minister van financiën dit jaar 15.785.000.OOO gulden (bijna 16 miljard). De 5,2 miljoen auto's laten rijden kost uiteraard ook geld. Investeringen in wegen, onderhoud, maar ook de verkeerspolitie vergen te zamen met andere posten 7,8 miljard gulden.

De milieulasten van het personenautoverkeer zijn aanzienlijk; ze vertienvoudigden de afgelopen tien jaar: van 78 miljoen gulden tot ruim 700 miljoen in 1990. Vanaf 1988 stegen de milieuheffingen fors.

Auto's worden wel schoner en zuiniger. Tegenover een groeiend gebruik staat een terugloop van de totale uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. De groei van het aantal gereden kilometers is tweemaal zo groot als de groei van het energieverbruik.

Door de uitlaten van het personenautopark gingen in 1991 522 miljoen kilo koolmonoxyde. In 1980 was dat bij een miljoen minder auto's en 20 miljard minder verreden kilometers nog 963 miljoen. Verder bevatte de wagens vorig jaar 130 miljoen kilo vluchtige organische stoffen; 137 miljoen kilo stikstofoxyde en 200.000 kilo lood.

De ruim vijf miljoen auto's (348 per 1.000 inwoners; één minder dan in 1990) legden vorig jaar 84 miljard kilometer af, waarvoor 4.230 miljoen liter benzine, 1.040 miljoen liter diesel en 1.530 miljoen liter LPG werd getankt. Gemiddeld legde de Nederlandse auto 16.110 kilometer af.

De verkeersdrukte nam de laatste jaren af, zowel gemeten in aantal auto's als in gereden kilometers. Dat komt tot uitdrukking in de “index van de verkeersintensiteit”, die na 1985 explosief steeg, maar sinds 1990 een veel minder steile opgang vertoont en op provinciale wegen zelfs daalt.

De kosten die worden gemaakt om in een auto te rijden stijgen. De aankoopkosten stijgen het snelst: er worden duurdere modellen gekocht, terwijl de prijzen van auto's sneller stijgen dan de prijzen van andere consumptiegoederen. De gebruikskosten vormen de grootste post. Gemiddeld ging (in 1990) tien procent van het gezinsbudget op aan de auto.

Andere cijfers over 1991: de gemiddelde afstand per persoon per dag in een auto bedraagt 25,9 kilometer, de gemiddelde reisduur in de auto 36 minuten. Het aantal verkeersdoden bedroeg 1.281, waarvan 630 inzittenden. Tien jaar eerder lagen die cijfers op respectievelijk 1.997 en 910.