Athene opgetogen na Frans "ja'

ATHENE, 23 SEPT. Een wat onwerkelijke euforie heeft zich meester gemaakt van de Griekse regering-Mitsotakis na het Franse "ja' jegens Maastricht. Dit heeft, zo roept de regeringsgezinde pers, “de drachme gered”. Zou het "nee' uit de bus zijn gekomen, dan zou deze zijn meegesleurd in de maalstroom van zwakkere Europese munteenheden als het pond, de lire en de peseta. Het ene procent dat het "ja' over de streep hielp, maakt dat de drachme niet hoeft te devalueren en de regering spreekt zelfs van de “politiek van de harde drachme”, die zal worden voortgezet.

Dit klinkt een beetje paradoxaal. Dat de Griekse munteenheid vorige week aan ontwaarding ontsnapte, dankte zij niet alleen aan het beleid van de regering - die het disconto verhoogde van 28 tot 40 procent en een tiende van haar voorraad aan buitenlandse valuta uitgaf aan drachme-aankopen - maar ook aan het feit dat de drachme, als zwakste EG-munt, nog buiten het Europese Monetaire Stelsel (EMS) was gebleven en daardoor in een windstilte lag. Waarnemers spraken zelfs van “het oog van de monetaire orkaan”, waarin zij zich kon koesteren.

De regering moest, bij haar politiek van "behoud van de drachme', ingaan tegen pressie uit kringen van exporteurs en toeristische managers die vrezen dat devaluerende zuidelijke landen de winst opstrijken, en tegen voorspellingen van de oppositie dat “een devaluatie onvermijdelijk was” en dat elke dag dat zoiets uitbleef de speculanten rijker zou maken. Speculanten die, zo brulde de populistische krant Avrani, in het regeringskamp zelf moesten worden gezocht. Zelfs oppositieleider Andreas Papandreou stelde het afgelopen weekeinde dat “een herwaardering van de drachme onvermijdelijk was”.

Ook in regeringskringen ziet men wel in dat de "sterke drachme' een contradictie is en dat de komende dagen en weken een versnelde afglijding te zien zullen geven van deze munteenheid ten opzichte van mark en gulden, ECU en dollar. Een eenmalige devaluatie echter - die volgens sommige economen liefst 30 procent zou moeten bedragen - zou in de ogen van de regering onherstelbare schade aanrichten aan haar monetaire politiek van de laatste twee jaar, die erop was gericht de inflatie (nu nog ruim 15 procent) in 1993 terug te brengen tot onder de 10 procent, waardoor de drachme eindelijk in het EMS zou kunnen worden opgenomen.

Premier Mitsotakis ging zelfs zo ver, zich erop te beroemen dat een devaluatie van de drachme was voorkomen doordat zijn regering tijdig (in augustus) de bezuinigingsmaatregelen had genomen waarmee “andere landen” - bedoeld werd vooral Italië - nu pas zijn gekomen. En zijn regering voelde zich helemaal op rozen zitten, doordat de tegen deze bezuiniging gerichte stakingen die wekenlang hadden gewoed, juist in het weekeinde van het Franse "ja' ten einde kwamen. “We zijn de stormkaap voorbij”, verklaarde Mitsotakis.

Met die stakingen was het wat vreemd gesteld. Door de vakbonden, door de oppositie, maar ook door de berichtgeving in het buitenland, werd de indruk gewekt dat ze "algemeen' waren, ontwrichtend en verlammend van uitwerking, zelfs het woord "ontbindend' is gebruikt. In werkelijkheid waren zij verre van algemeen - het openbaar vervoer in de hoofdstad werd getroffen, maar treinen en bussen in de rest van het land bleven rijden, het vlieg- en bootverkeer bleef onaangetast, de telefoon werkte, post en banken bleven gedeeltelijk functioneren, het vuilnis werd zelfs opgehaald op dagen (of liever nachten) van "algemene staking'. De "ontwrichtende' factor bij uitstek vormden de stroomonderbrekingen, die overigens geleidelijk terugliepen van vijf à zes uur tot anderhalf à twee uur per etmaal.

Wat het publiek deprimeerde, en veelal irriteerde, was niet het massale, maar juist het "exclusieve' element in de stakingen, het feit dat 500 technici van het elektriciteitsbedrijf hun wil probeerden op te leggen, iets wat overigens ook niet gelukt is: het wetsontwerp aangaande de pensioenen waartegen zij zich richtten is door het zomerparlement aangenomen en de stakingen zijn inmiddels beëindigd.

Binnen het regeringskamp zijn er die de triomfstemming van de regering niet kunnen delen. Drie eerder uit de regering getreden bewindslieden, Evert, Dimas en Kanellopoulos, geven openlijk blijk van bezorgdheid dat het monetaristische regeringsbeleid er voornamelijk op uit is, te "incasseren', maar daarmee onmiskenbaar een economische slapte in het leven roept die ontwikkeling en investering uitsluit. Zij sluiten zich aan bij de constatering van de oppositie dat er in Griekenland een laag van "nieuwe armen' ontstaat. De "drie' zullen hun ideeën vastleggen in een memorandum, dat zij Mitsotakis willen overhandigen. Deze heeft een confrontatie met de "drie' vooralsnog overgelaten aan zijn minister van nationale economie, Stefanos Manos.