Zweden; Het mes in de verzorgingsstaat

Tientallen jaren lang verzorgde de Zweedse staat haar burgers van de wieg tot het graf. In crèches, in ziekenhuizen, in bejaardenhuizen, overal was de lange, vertrouwde arm van moedertje staat te vinden. De rijkelijke sociale voorzieningen waren de trots van het land en velen in het buitenland wierpen jaloerse blikken op het "Zweedse model'. Duur was het echter wel, zò duur dat het bij de economische tegenwind van de laatste jaren steeds moeilijker werd de voorzieningen in stand te houden. Het afgelopen weekeinde besloten de regeringspartijen en de belangrijkste oppositiepartij eindelijk stevig het mes te zetten in het sociale zekerheidsstelsel. Daarbij werd geen enkele heilige koe van vroeger ontzien.

Wie met ingang van volgend jaar ziek wordt, zal gedurende de eerste dag van zijn afwezigheid geen loon ontvangen en tijdens de tweede en derde dag slechts 75 procent. Wie langer aan het bed gekluisterd blijft, zal echter nog steeds 90 procent van zijn loon ontvangen. De maatregel is bedoeld om het in Zweden zeer hoge ziekteverzuim terug te dringen. Op termijn, zo is verder afgesproken, moeten de kosten van de gezondheidszorg grotendeels worden afgewenteld op werkgevers en werknemers en niet meer op de staat.

Oudere werknemers die de jaren al aan het aftellen waren voor hun pensioen, zullen hun verwachtingen moeten bijstellen. Vanaf 1994 zullen ze pas op hun 66-ste met pensioen mogen in plaats van op hun 65-ste. En dat is onder de gegeven omstandigheden misschien ook maar beter voor hen, want ook de AOW gaat vanaf volgend jaar met twee procent omlaag.

Een in het vooruitzicht gestelde verhoging van de kinderbijslag, waaraan vooral de kleine christen-democratische partij in de een jaar oude minderheidsregering van de conservatieve premier Carl Bildt zeer hechtte, is voorlopig eveneens geschrapt. Ook op huisvestingssubsidies wordt gekort.

Zelfs de eens onaantastbare ontwikkelingshulp moet een veer laten. Het betreffende ministerie zal een miljard kronen (zo'n 300 miljoen gulden) minder te besteden krijgen dan aanvankelijk de bedoeling was.

Tegelijkertijd zullen de Zweden te maken krijgen met enkele pittige belastingverhogingen. In het bijzonder de toch al hoge belastingen op benzine en tabak gaan fors omhoog. Geplande belastingverlagingen gaan niet door.

In totaal hoopt de Zweedse regering vanaf volgend jaar aldus niet minder dan twintig miljard kronen te besparen (zes miljard gulden), terwijl de inkomsten naar verwachting met negen miljard kronen zullen stijgen. Met dit pakket drastische maatregelen, dat neerkomt op bezuinigingen ter grootte van 2 procent van het Zweedse Bruto Nationaal Produkt, willen Bildt en zijn regering de ernstigste recessie in het land sinds de jaren dertig bestrijden. Ook hoopt Stockholm hiermee de financiële markten te bewijzen dat het zelf orde op zaken kan stellen, waarna de gewenste toetreding tot de Europese Gemeenschap zonder problemen kan volgen.

Niet alleen de regering wil dit, ook de sociaal-democratische oppositie heeft zich tot veler verrassing achter het pakket maatregelen van Bildt geschaard. “Ik betreur dit”, verklaarde de sociaal-democratische leider en oud-premier, Ingvar Carlsson, “Maar Zweden maakt de ergste economische recessie door in vele tientallen jaren”. Daarom gaf zijn partij, die meer dan wie ook wordt geassocieerd met de Zweedse verzorgingsstaat, haar fiat aan de maatregelen en beloofde die in het parlement te steunen.

De vakbonden schreeuwden onmiddellijk na het bekendworden van de overeenkomst moord en brand. “De sociaal-democraten hebben de kiezers bedrogen”, reageerde de leider van de mijnwerkersbond in Kiruna, Lars Tornman. “In de toekomst zullen er minder mensen naar de stembus gaan nu de mensen weten dat de markt de enige zaak is die telt. (...) Uiteindelijk kan er kennelijk over alles worden onderhandeld.”

De vooraanstaande politicoloog Sören Holmberg waarschuwde dat de maatregelen goed waren om in het buitenland het vertrouwen in de Zweedse economie te herstellen maar tegenover het thuisfront de geloofwaardigheid van de politici, in het bijzonder die van de sociaal-democraten, dreigde aan te tasten. Bij de verkiezingen van vorig jaar immers hadden deze nog in alle toonaarden verzekerd dat ze niet zouden toestaan dat er aan de sociale zekerheid zou worden getornd.

    • Floris van Straaten