Zeventig jaar Amsterdamse kunstenaarssociëteit de Kring; "Elk spoor van glamour ontbrak'

AMSTERDAM, 22 SEPT. Ze houden van feesten - op een datum kijken ze niet. Het 25-jarig jubileum van de Amsterdamse kunstenaarssociëteit de Kring werd gevierd in 1948, een jaar te laat. In 1960 werd een groot feest gegeven ter gelegenheid van "ongeveer 37 jaar de Kring'. Oud-journalist Henk Kersting, sinds 1930 lid: “Niemand dacht aan data. Die vergaten we gewoon.” Ook het zeventigjarig bestaan van de sociëteit, morgen, wordt pas in november gevierd.

De Kring werd opgericht door zestien kunstenaars en intellectuelen, onder wie de dichter A. Roland Holst en de beeldhouwer Hildo Krop. Over de precieze datum bestaat nog steeds verwarring. Volgens het oudst bewaarde document, een “Uitnoodiging tot de feestelijke opening van het sociëteits gebouw”, was dat 16 september 1922. Maar volgens een melding in de Staatscourant was het 23 september, de datum die nu wordt aangehouden.

De oprichters stond een sociëteit voor ogen waar kunstenaars - jong en oud - inspiratie zouden vinden. “De Kring moet ons tweede huis zijn, waar de leden de hele dag te vinden zijn aan de leestafels, wellicht aan lunch en diner, en vooral aan de praattafels”, schreef dr. A. van Raalte, voorzitter van het eerste uur, in een brief aan de leden.

Tot teleurstelling van Van Raalte, directeur van de Amsterdamse keuringsdienst van waren, werd de Kring echter vooral een nachtsociëteit. “We kwamen er helemaal niet om kunst met een grote K te bedrijven. De Kring bood vooral een veilige omgeving voor een bepaald slag mensen die zo'n beetje in dezelfde geest leefden. Ieder spoor van glamour ontbrak. Of je nu hoofd- of bijrollen speelde, op de Kring legde je je rol af”, zegt Kersting, die vele jaren voorzitter was en nu ere-voorzitter is voor het leven.

Wie lid wilde worden moest kunstenaar of intellectueel zijn en ouder dan 21 jaar, een criterium dat ook nu nog geldt. Na omzwervingen via onder meer een oude garage aan de Binnen Amstel en het souterrain van het Rembrandttheater, werd de Kring in 1930 gehuisvest aan het Kleine Gartmanplantsoen waar de sociëteit zich nog altijd bevindt. De inrichtingskosten konden worden gedekt door leningen bij de leden. Financiën zijn altijd een teer punt geweest van de sociëteit, maar met "kunstenaarsvernuft' is telkens een uitweg gevonden uit de finaciële moeilijkheden.

“Toen de Kring verhuisde naar het Gartmanplantsoen, werd een geweldig feest gegeven”, herinnert actrice Lida Polak zich. “De Kring trok in die tijd veel mensen. Het bruiste, er werd muziek gemaakt, gedanst en gediscussieerd over kunst en journalistiek. Het was het bohémien-leven, zoals je dat in Parijs kende. Na een première in de Koninklijke schouwburg aan het Leidseplein kwamen de acteurs juichend naar boven met armen vol bloemen”.

Een van de aantrekkelijke kanten van de Kring was dat ze tot diep in de nacht open was. Pas wanneer de laatste klant vertrok, ging de sociëteit dicht. Lida Polak: “Nu draait de hele buurt erachter 's nachts op volle toeren, maar toen was het de enige locatie in Amsterdam waar je na enen terecht kon.”

Niet elke bezoeker was gecharmeerd van de sociëteit. Zo schreef E. du Perron in een briefje aan Greshoff: “Wat daar te kijken valt, goeie hemel, daar kan je je als eerlijk burger alleen voor schamen. Al die slecht gespeelde en koppig volgehouden rolletjes (...) neen, je moet het bepaald om de borrels doen, of om jezelf te vertoonen, dunkt me”.

Tijdens de oorlog bleef de Kring open, maar er waren veel leden die niet meer kwamen. Gedwongen, omdat in oktober 1941 een verordening werd uitgevaardigd dat Joden geen lid meer mochten zijn van verenigingen. Maar ook uit solidariteit bleven mensen weg. “Voor zover mij bekend hebben de Duitsers zich nimmer met de Kring bemoeid. Wel is het gebeurd dat geüniformeerde Duitsers naar binnen wilden, maar die hadden de Kring aangezien voor een café en vertrokken toen hen werd verteld dat zij zich vergisten”, aldus Kersting.

Lida Polak herinnert zich de euforie, vlak na de oorlog. “De eerste dagen na de bevrijding zaten we op het balkon van de Kring en keken juichend toe wanneer gearresteerde NSB'ers de toenmalige gevangenis aan het Kleine Gartmanplantsoen werden binnengebracht. En we juichten in die dagen wanneer de deur openzwaaide en er iemand binnenkwam van wie je niet wist of hij de oorlog had overleefd. Dat was fantastisch.” In juni '45 werd een "zuiveringscommissie' ingesteld, die ten minste zes leden royeerde omdat ze fout waren geweest.

De Kring leefde weer op. Drank, discussies over kunst, vechtpartijen, relaties bloeiden op of werden verbroken: binnen de sociëteit viel weinig te bespeuren van het gangbare beeld van "die saaie jaren vijftig'. Maar er waren grenzen aan wat iemand zich onder invloed van alcohol kon permitteren. Niet zelden zijn leden geschorst of zelfs voor het leven geroyeerd. Volgens het interim-bestuurslid dr. A. Kaiser zou je “een apart feest kunnen organiseren voor alle geschorste leden”.

De ballotage was in die tijd streng. Uitgevers bijvoorbeeld mochten geen lid worden, evenmin als kleinkunstenaars. Wim Kan en Wim Zonneveld werden geweigerd. Maar er slipte ook weleens iemand door de ballotage heen, zoals de man die zich uitgaf voor schaker. Uitgedaagd door Max Eeuwe bleek hij nog geen paard van een loper te kunnen onderscheiden.

In de jaren zeventig had de Kring, die nu 630 leden telt, het recordaantal van duizend leden. Voor journalist Teun van de Berg, ongeveer dertig jaar lid, waren de jaren zestig en zeventig de beste Kring-jaren. “Als je om twee uur op de Kring kwam, was de wereld aan de gang. Een keer kwam ik binnen toen Eppo Doeve trachtte de vleugel van de trap te duwen. Rijk de Gooyer drukte op hetzelfde moment iemand in de spoelbak. Elders praatte men gewoon door.”

Hij zag het leven op straat op de Kring gereflecteerd. “Tijdens de provo-beweging, bijvoorbeeld, was er een fanatieke groep rond Harry Mulisch, Peter Schat en Reinbert de Leeuw. Maar de afgelopen tien, vijftien jaar is het gezapig op de Kring, net als op straat.” Recentelijk is er weer wat aanwas van jonge leden.

Veel beroemde, belangrijke en bekende Nederlanders hebben de Kring gefrequenteerd, van Nobelprijswinnaar prof.dr. F. Zernicke, een hele generatie schrijvers, tot de actrice Mimi Kok, die na iedere voorstelling, al was ze in Groningen opgetreden, op de sociëteit kwam.

Maar het beroemdst is toch wel de steile Trap, die recht omhoog leidt en dan plotseling een scherpe draai maakt, waardoor de laatste treden te smal zijn en menigeen naar beneden is gevallen.

“Inderdaad”, zegt de penningmeester van de Kring, fotograaf Rien Bazen, “er zijn regelmatig mensen van de trap gevallen, maar nooit leden, hoogstens introducées.” Ook Henk Kersting weet dat velen van de trap zijn gevallen. “Ikzelf niet. Wel heb ik gezien dat mensen die hier probeerden binnen te komen als de cafés dichtgingen van de trap werden gegooid.”

Lida Polak is twee keer van de trap gevallen, waarbij ze een keer haar pols brak. “Nee, ik was niet beneveld, ik drink niet.” Ook Teun van de Berg is wel eens van de trap “afgelazerd”. Hij herinnert zich bovendien nog levendig de “peervormige portier Brouwer, die altijd midden op de trap zat om te kijken wie er aan kwam. "Echte heren op de Kring die bestaan niet meer', klaagde Brouwer regelmatig. "Vroeger wel. De schilder Van Herwijnen bijvoorbeeld, die in Bergen woonde en twee keer per maand op de Kring kwam. Op een nacht viel ook hij van de trap en terwijl hij langs me viel, nam hij zijn hoed af en zei: "goedenavond'. Dat was een èchte heer'.”