Vrij spel voor polio in orthodoxe enclaves

DEN HAAG, 22 SEPT. Wat Streefkerk gemeen heeft met Uddel en Elspeet is de zondagsrust, die er consciëntieus in acht wordt genomen. De jongen bij wie in het Dordtse Merwedeziekenhuis polio is vastgesteld komt uit Streefkerk. Op 3 mei 1978, bij de laatste polio-explosie kwamen de eerste meldingen uit Uddel en Elspeet. Het zijn alledrie enclaves van uiterst behoudende protestantse gezindten.

Bij die laatste epidemie was sprake van 110 ziektegevallen, één meisje van drie maanden overleed als gevolg van een besmetting met het poliovirus. De laatste melding kwam op 26 oktober van dat jaar. Het virus was actief geweest in een gebied dat zich uitstrekte van Zuidwest-Zeeland tot Noordoost-Overijssel.

De meesten die veertien jaar geleden werden geïnfecteerd herstelden spoedig, maar een aantal heeft er een blijvende verlamming aan overgehouden. Naar een schatting van het toenmalige ministerie van volksgezondheid en milieuhygiëne was op dat ogenblik 95 procent van de bevolking onder 27 jaar gevaccineerd tegen polio. De resterende vijf procent bestaat voornamelijk uit mensen die principieel zijn gekant tegen vaccinatie. De aandacht gaat daarbij meteen uit naar mensen van de zogenoemde gereformeerde gezindte, die in 1978 aan toenmalig staatssecretaris Veder-Smit lieten weten op religieuze gronden medewerking aan het vaccinatie-programma te weigeren. In een brief aan de Tweede Kamer kwam de bewindsvrouw toen tot een schatting om hoeveel weigerachtigen het ging. Van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika, die toen 83.000 leden telde, was globaal de helft van degenen onder de 27 jaar niet gevaccineerd en stond dus bloot aan het risico te worden geïnfecteerd. Datzelfde gold voor de Oud Gereformeerde Gemeenten (16.000 leden) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (ook 16.000) leden. In Zeeland is nog een kerkgenootschap dat zich "Bewaar het Pand' noemt en deel uitmaakt van de Christelijk Gereformeerde Kerken en 25.000 gelovigen telt, van wie veertig procent van de jongeren onder 27 jaar niet was gevaccineerd. De laatste groep - en veruit de grootste - wordt gevormd door "de Gereformeerde Bond tot verbreiding van de waarheid in de Nederlandsch-Hervormde Kerk', die 400.000 leden telt. Van de Gereformeerde Bonders was toen zo'n 15 procent jonger dan 27 jaar nooit ingeënt. In totaal liepen in die kringen dus naar schatting 70.000 jongeren een direct risico.

In de rest van de bevolking ligt het aantal niet-gevaccineerden waarschijnlijk een factor vijf hoger. Volgens de brief van mevrouw Veder-Smit werd in '78 rekening gehouden met ongeveer 450.000 mensen beneden 27 jaar die niet waren gevaccineerd. Bij een deel zal sprake zijn van nonchalance. De overigen beroepen zich echter evenzeer op principiële bezwaren. Zo weigeren Jehova-getuigen zich te laten vaccineren. Maar ook antroposofen maken bezwaar tegen vaccinaties voor kinderziekten. Vooral de koorts die gepaard gaat met kinderziekten wordt door antroposofen beschouwd als heel belangrijk voor de ontwikkeling. Ziekte wordt door hen gezien als een tijdelijke aandoening die de mens weer in harmonie met de natuur brengt. Inenting zou dat proces blokkeren.

De Christian Science, ook tegen vaccinatie, meent dat ziekte moet worden gezien als een illusie. Genezing is een kwestie van geestelijke inspanning. Gebed moet de zieke leren dat hij zich slechts klachten inbeeldt. De macrobiotici keerden zich tijdens de vorige epidemie ook sterk tegen vaccinatie. In een vraaggesprek in de Volkskrant van 11 augustus 1978 zegt een aanhanger hiervan: “De maatschappij geeft verrotting van de darmen met z'n geraffineerde industrievoedsel en z'n geneesmiddelen die de functies van organen nog verder verzwakken. Als je suikerziekte hebt, moet je zorgen dat je pancreas weer beter gaat functioneren, want daar ligt de oorzaak. Geef je insuline, dan wordt je pancreas nog luier en werkt dan helemaal niet meer. Het is net als in de landbouw: door kunstmest put je de aarde uit.”

Dat geen van de mensen uit deze niet-protestantse groepen veertien jaar geleden werden geïnfecteerd is epidemiologisch goed te verklaren en heeft alles te maken met de hechte gemeenschappen, binnen de eerder genoemde protestantse enclaves. Macrobiotici, Jehova-getuigen, aanhangers van de Christian Science en antroposofen worden in de regel omgeven door "gemiddelde' Nederlanders die wel zijn gevaccineerd. Het virus heeft binnen zo'n populatie weinig kans op lange overleving, terwijl hij in Streefkerk, Uddel en Elspeet zijn gastheren voor het uitzoeken heeft.

Die luxe had het virus ook voordat in 1956 een adequaat vaccin werd ontwikkeld door de Amerikaan Jonas Edward Salk, de man die nu hard werkt aan een vaccin tegen het aidsvirus (HIV). Hoewel polio waarschijnlijk al bij de Egyptenaren voorkwam is de eerste echte epidemie pas in 1887 in Stockholm beschreven. In de zomer van 1916 werden in de Verenigde Staten 27.000 mensen getroffen, bij 6.000 was er een dodelijke afloop. In Nederland waren er in 1943, 1944, 1952 en 1956 "epidemiologische verhogingen' waarbij steeds meer dan 1.500 mensen werden getroffen. In het jaar dat Salk zijn vaccin ontwikkelde, 1956, werden nog 2.206 gevallen gemeld, van wie er 1.784 een verlamming overhielden. Na de introductie van het vaccin waren er in 1957 nog 163 gevallen, het jaar daarop 34 en in 1959 nog slechts negen gevallen van polio. Sedertdien waren het steeds de dorpen met een lage vaccinatie-graad waar de infectie toesloeg, zoals Kerkwijk, Waardenburg, Kesteren, Stavenisse, Ermelo, Rijssen en Staphorst, waar in 1971 vijf mensen het leven lieten.

Ook in de Verenigde Staten was tot halverwege deze eeuw steeds sprake van polio-explosies. Het lukte Salk als eerste in de jaren vijftig om in zijn laboratorium het virus te kweken, waardoor hij in staat was te gaan experimenteren om uiteindelijk tot een vaccin te komen. Dat lukte met een dood virus, dat ongevaarlijk is en door het immuunsysteem als toch als gevaarlijke indringer wordt herkend. Als de afweer eenmaal de jas van het poliovirus herkent is hij in staat afdoende maatregelen te treffen. Het vaccin van Salk -bekend als Inactivated Polio Vaccine- moet worden geïnjecteerd. Dat van zijn Amerikaanse collega Albert Sabin kwam niet veel later en behoefde niet te worden ingespoten, maar werd gedruppeld op een suikerklontje, en wordt daarom Oral Polio Vaccine genoemd. Sabin maakte gebruik van een levend virus, maar dat was zodanig geïnactiveerd dat het evenmin gevaarlijk is. Omdat het vaccin van Sabin sneller werkt wordt bij explosies als in 1978 meteen van leer getrokken met suikerklontjes.