Voorstel van Bush over valuta uiterst lauw onthaald

WASHINGTON, 22 SEPT. Het voorstel van de Amerikaanse president Bush om de grondstoffenprijzen te gebruiken als maatstaf voor de relatieve waarde van de verschillende valuta's is gisteren op de jaarvergadering van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) is gisteren uiterst lauw ontvangen.

Minister Kok van financiën, die met andere ministers op het Witte Huis was toen Bush zijn plan lanceerde, zei dat de Amerikaanse president “veel zenders heeft bereikt, maar niet veel inhoudelijks heeft gezegd”. Daarmee suggereerde hij dat het Bush vooral ging om publiciteit in de verkiezingscampagne.

Bush pleitte voor “een intensiever gebruik van een economische indicator die de relatie vergelijkt tussen onze valuta's en een mandje grondstoffen, waaronder goud”. Dat zou wisselkoersstabiliteit bevorderen. Ook tijdens valuta-onrust in 1987 lanceerde de Verenigde Staten al eens zo'n plan.

IMF-topman Michel Camdessus sprak gisteren zuinig van “een nuttige suggestie.”

Kok en Camdessus gaven hun reacties na afloop van de vergadering van het Interim-comité van het IMF, het beleidsbepalende orgaan. De bijeenkomst bood weinig perspectief op een krachtig herstel van de wereldeconomie. In het slotcommuniqué wordt vastgesteld dat het herstel traag en ongelijkmatig verloopt, dat de werkloosheid onaanvaardbaar hoog is en dat de onzekerheid nog is vergroot door de recente spanningen op de wisselmarkten. Maatregelen om de situatie te verbeteren zitten er niet in, omdat de beleidscoördinatie tussen de belangrijkste zeven industrielanden (G-7) volledig zoek is. De economische ontwikkelingen in de grote landen lopen niet parallel, wat heeft geleid tot grote verschillen in beleid en rente. De Britse minister van financiën, Norman Lamont, stelde vast dat het proces van internationale beleidscoördinatie is afgebroken.

Het Interim-comité riep de belangrijke landen op nauwer samen te werken om de verschillen in hun rentetarieven te verkleinen. De rente en de belastingen in de Verenigde Staten zouden omhoog moeten. Camdessus drong er bij de Amerikaanse Bank op aan de rente te verhogen, zodra de Amerikaanse economie daar sterk genoeg voor is. Bovendien moeten volgens hem dringend de betalingsbalanstekorten van de VS, Duitsland en Italië worden teruggedrongen. De tekorten van de industriële landen beroven de wereldeconomie van de nodige besparingen en benadelen zo ook de ontwikkelingslanden, zo zei Camdessus. De voorzitter van het Interim-comité, de Spaanse minister van financiën Carlos Solchaga, zei dat de Duitse rente te hoog is.

Minister Kok verklaarde dat de grote landen te veel kijken naar het eigen belang en de korte termijn. Er is volgens hem meer leiderschap nodig. Dat daarvan in deze periode weinig te zien is, schrijft Kok onder meer toe aan de nadering van de presidentsverkiezingen in de VS en problemen die Europa heeft rond de monetaire eenwording, inclusief het openlijke conflict tussen Duitsland en Groot-Brittannië.

Voor de Belgische minister van financiën, Philippe Maystadt, waren de problemen in de wereldeconomie aanleiding voor te stellen de volgende IMF-vergadering te vervroegen. De bijeenkomst is vastgesteld voor eind april volgend jaar, maar Maystadt denkt aan januari of februari. Aan het eind van dit jaar wordt gepeild of de IMF-lidstaten daarvoor voelen.

Begin volgend jaar is er volgens Maystadt een nieuwe situatie ontstaan na de presidentsverkiezingen in de VS, de eerste effecten van het stimuleringsprogramma in Japan en vorderingen bij de ratificatie van het verdrag van Maastricht en mogelijk bij het GATT-overleg. Maystadt vindt dat de club van de grootste industrielanden (G-7) het heeft laten afweten en dat het multilaterale overleg binnen het IMF daarom weer een grotere rol moet krijgen.