Vieze lezers Parmentier, 3de jrg.nr.3/4. Postbus ...

Vieze lezers Parmentier, 3de jrg.nr.3/4. Postbus 1381, 6501 BJ Nijmegen

Koude vriend DWB, 137ste jrg.nr 4. Uitg. Peeters, Bondgenotenlaan 153, B-3000 Leuven.

Bakvis en kluiveduiker Raster 58, Vergeetwoordenboek. De Bezige Bij, 144 blz.ƒ24,50

Vieze lezers

“Je kent ze toch, die boekenminnaars die hun boeken de ruggen breken om makkelijker in ze te kunnen doordringen. In de liefde komt alles voor. Men zegt dat er lezers zijn, die viezerikken, die aan hun boeken ruiken, uit pure liefde.” Karel Reijnders leverde een als brief aan de hoofdredacteur geschreven bijdrage aan het bibliotheken-nummer van Parmentier. Nogal veel inside-jokes dus, en meer dan genoeg literaire citaten, maar de huiselijke sfeer van de bibliomaan wordt door "heer en hond' (Th.Mann) Reijnders wel getroffen: “Beroeren mag niet, natuurlijk niet: die boeken zijn mij heilig. Lezen? - welk oneerbaar voorstel.”

Parmentiers themanummer gaat zowel over privébibliotheken als over min of meer openbare. Natuurlijk ontbreekt het Haagse Damesleesmuseum niet, sinds een paar jaar een geliefd onderwerp voor artikel- en scriptieschrijfsters. Lizet Duyvendak vraagt zich hier af waarom Nederlandse, Deense en Zweedse vrouwen zo enthousiast leeskringen voor de eigen sekse organiseerden, een eeuw geleden. Domweg uit noodzaak, zo blijkt natuurlijk. Gewone, mannenbibliotheken waren niet toegankelijk, openbare bestonden nog niet en commerciële boden hoofdzakelijk "ontspanningslectuur'. Van Duyvendaks beschrijvingen wordt een lezeres al gauw weemoedig - in de jaren twintig kon je lunchen en baden in het Haagse Damesleesmuseum aan het Lange Voorhout, men was van 10 tot 10 geopend en er was een boekbinder in dienst en een jongetje dat rijwielen en mantels aanpakte en boeken thuisbezorgde. Mmmmm.

Op een uiteenzetting van Duyvendak over de literaire en zedelijke normen van het Leesmuseum moeten we nog even wachten, die is in de maak. De mededeling dat The Well of Loneliness in 1929 als "niet geschikt om in ieders hand te komen' wordt beschouwd (men kocht er na lang aarzelen één exemplaar van, maar wel in het Engels), of dat over Ballards roman The Kindness of Women (1991) geklaagd werd ("Het is een schande dat een dergelijk boek door het leesmuseum is aangeschaft') is zonder nadere toelichting wel curieus maar niet verhelderend genoeg.

Fokas Holthuis schrijft over de "bibliocide' in 1940 op de verzameling van vierduizend titels over homoseksualiteit van de Haagse jonkheer mr J. A. Schorer, waar onder andere die van Aletrino deel uitmaakte, en verschillende nooit uitgegeven manuscripten.

“Men koopt boeken in de eerste plaats om te kunnen zeggen dat men ze heeft, een wand met boeken dient als intellectueel behang,” zegt Peter Altena over de achttiende eeuw. En Sander Stols wijst op het mislukken van de recente leenrechtregeling: “Wie weet, loopt er ergens wel een slimme jongen rond die zich heeft gemeld als redacteur van de verzamelde werken van Wolkers, Mulisch, Reve, Mien van 't Sant, Leni Saris en Kees van Kooten. Zo iemand kan stil gaan leven, en niemand snapt waarom.”

Parmentier, 3de jrg.nr.3/4. Postbus 1381, 6501 BJ Nijmegen

Bakvis en kluiveduiker

bakvis - benaming voor aankomende meisjes, ongeveer van 14 tot 17 jaar. Zie bordeelsluipers.

bustehouder - nog alleen bekend als BH. Zie vuilnisbakkenschoonmaker.

gade - echtgenoot, echtgenote. Zie vuilnisbakkenschoonmaker.

kargadoor - iemand die in Amsterdam voor een fooi zwaarbeladen bakfietsen over de brug hielp (kar-ga-door);

lonken - wijze van blikken vangen en werpen, beoefend door vrouwen en mannen van de verkeerde kant. Willem Jan Otten.

meisje - etherisch wezen dat te gronde dreigt te gaan in het rumoer en gekletter dat meiden wenst te betekenen. S.Dresden.

vrouweren - verkrachten. Zie dienstkameraden.

zelfbevlekking - door zelfbevrediging bewerkstelligde maar ook wel onbedoelde zaadlozing. Zie ziel.

Woorden uit het "Vergeetwoordenboek' dat Raster mooi ten tijde van het verschijnen van de nieuwe druk van de dikke Van Dale presenteert. Woorden die op een enkel na heus (nog) wel in de Van Dale staan, maar die door een van de zesenvijftig auteurs, waaronder drie Vlaamse, verkozen werden om een kort stukje over te schrijven voor dit nummer van Raster. Een absoluut willekeurige lijst van trefwoorden, gerangschikt van A tot Z, die herinneringen oproepen aan de periode 1930-1965 maar vooral de jaren vijftig. Lexicografisch gezien een ramp: niks orde, frequenties, weloverwogen afwegen van prioriteiten, semantische zorgvuldigheid, of Algemeen Beschaafd. Hier spreken eenlingen, stilistisch geoefend, in hun tijdgebonden idiolecten, sociolecten en regiolecten over dingen die vergeten of overbodig geworden zijn. “Op die manier is een Vergeetwoordenboek ontstaan, waarvan de lemmata evenzovele puncties zijn in het collectieve geheugen met betrekking tot een niet eens zo ver achter ons liggend verleden. In het Vergeetwoordenboek ziet men de herinnering aan het werk - het werkterrein bij uitstek van de literatuur.”

Dit woordenboek is nu eens lekker genietend van A tot Z te lezen, en het levert het ene na het andere o ja-gevoel van herkenning op. Maar binnen een jaar of vijftig zal een toevallige lezer vertwijfeld het grootste deel van de gebezigde woorden in een nog dikkere van Dale moeten opzoeken. Hoewel - kluiveduiker is nu al nergens te vinden.

Henk Pröpper heeft het over de dodo's die door de jannen met een gemelijke goedendag werden doodgeknuppeld. “Omdat de spreektaal een lui, neerliggend monster is zonder veel fantasie, zijn de meeste woorden voor hun voortbestaan afhankelijk van het schrift. Ze bedienen zich het liefst van dichters en schrijvers. (-) Voor veel woorden klinkt de dodentrommel. Ze kunnen zich alleen nog in uitdrukkingen en metaforen uit de voeten maken.”

Jacq Vogelaar: “zure melk plus natte hond is hondekar”.

En kijken naar vlammen door mica terwijl moeder zit te mazen, de geur van een inktlap, een jongen in een drollenvanger, en zij na de kikkerproef alleen met haar flatneurose, de rode lak op een moedervel, en een loper die op alle sloten van de straat past. Bijna vergeten?

Raster 58, Vergeetwoordenboek. De Bezige Bij, 144 blz.ƒ24,50

Koude vriend

Reologie, de titel boven drie gedichten van Dimitri Casteleyn is géén zelfverzonnen woord maar betekent "stromingsleer'. “Herinnering huist in mij oeverloos / Dwaal ik voorbij rijen bomen. Zo / Anders is dit mortuarium.”

Martien J.G. de Jong dicht in hetzelfde nummer van Dietsche warande & Belfort: “en hij nam het woord / plaatste het op zijn rechterwijsvinger / en gaf er met zijn linkerwijsvinger / een tikje tegen / en het woord draaide”.

Allemaal geen poëzie om ogenblikkelijk uit het hoofd te gaan leren. Meer bewondering verdient Guido van Hercke voor zijn "Brief aan een zieke vriendin' in vijf strofen. “Je zwijgt over je nieuwe vriend, mijn / lieve, zijn zijn vingers dan zo koud?”.

In de serie "Plaats en emotie' spraken Wam de Moor, Toine Heijmans en Annemieke van Delft kort voor haar overlijden in mei met Margaretha Ferguson. Arnhem, Bandoeng, Utrecht en Den Haag, maar de Indische jaren betekenden het meest. “De Indonesiërs zijn open en tegelijkertijd ook erg gesloten,” zei Ferguson, en ze vond de mensen op Java beleefder en hartelijker. “Het beste wat je in Nederland van je buurman kunt zeggen is: "We overlopen elkaar niet'!”

Verder: veel boekbesprekingen, Annick Cuynen over de opera Carmen en Vestdijks roman De koperen tuin, Bart Vervaeck over chaos uit orde bij Jeroen Brouwers en Arie Storm met twee interpretaties van Kellendonks Nietsnut.

DWB, 137ste jrg.nr 4. Uitg. Peeters, Bondgenotenlaan 153, B-3000 Leuven.