Total Loss: lange flashback vanuit het graf; Het kunstmatige lijden van Karst Woudstra

Voorstelling: Total Loss van Karst Woudstra door Noord Nederlands Toneel. Regie, vormgeving: Karst Woudstra. Spel: Yorick van Wageningen, Christo van Klaveren, Fons Merkies. Gezien: 19/9, Kruithuis, Groningen. Nog te zien: in het gehele land t/m 30/11.

Vlak voor de pauze wordt de sleutelzin uitgesproken. “Voor mij is iedere vorm van lijden een godsgeschenk, iets om verdomde dankbaar voor te zijn,” zegt Duco van Poelgeest. De passage waarin de zin voorkomt is trouwens minstens zo betekenisvol: Duco presenteert zijn categorische zwak voor lijden als het betere alternatief voor de zelfmoordpoging die Jeroen heeft gedaan. Regisseur en toneelschrijver Karst Woudstra is het vooralsnog met Duco eens. Daarom schreef hij Total loss, zijn nieuwste stuk, dat een onversneden eerbetoon aan het lijden is geworden. Geen wonder, dat Woudstra schrijven een "levensgevaarlijke' bezigheid noemt.

Het trotseren van het gevaar heeft deze keer een min of meer experimenteel resultaat opgeleverd. Geheel anders dan het "well-made play' Een zwarte Pool waarmee Woudstra vorig seizoen zoveel succes boekte, is Total loss een lange flashback waarin de eenheid van tijd, plaats en handeling er niet toe doet. Daarom is het toneelbeeld simpel, met een achterdoek en vier felgekleurde fauteuiltjes. Daarin zitten of hangen de drie spelers, sigaretten rokend, fluisterend, stemverheffend. Verder gaat Woudstra's enscenering niet, noch het spel.

De handeling zit in de tekst. Stukjes bij beetjes tekent zich een verhaallijn af. Duco, van gegoede familie, is aankomend arts en deelt zijn flat met Reinier, een loucherige lefgozer op wie hij valt. Jeroen is ten gevolge van zijn zelfmoordpoging in hun leven gekomen: ze hebben hem ternauwernood uit zijn coma weten te wekken.

Total loss is een terugblik vanuit het graf. De drie vrienden zijn omgekomen bij een auto-ongeluk, op weg naar een feestje van Duco's ouders, hetgeen aan het eind van het stuk duidelijk wordt. Voor de toeschouwer is die opzet minder van belang dan voor Woudstra zelf. Hij heeft een vorm gekozen die hem als het ware dwingt tot een hallucinatoire inhoud, de weerslag als het ware van een reeks sessies bij de pyschoanalyticus.

Het lijkt wel alsof Woudstra vantevoren een lijstje te doorbreken taboe's heeft opgesteld. Van kontnaaien tot dementie, van sm-praktijken tot moord - hij heeft zijn fantasie dank zij de vorm van zijn stuk geen enkele beperking hoeven opleggen. Fantasie is trouwens het goede woord niet: we begrijpen dat dit alles de schrijver bezig houdt, zoniet kwelt. Te lijden is toch iets om verdomde dankbaar voor te zijn? Ja, al die erge zaken behoren tot de particuliere geesteswereld van de geprangde mens Woudstra.

Het spijt me, maar ik vind het behalve erg, ook erg koket. Total loss is op een premisse gebaseerd. Woudstra heeft gedacht: ik lijd, en dat is hoe dan ook machtig interessant. Daarom maakt zijn stuk zo'n kunstmatige indruk en ontbeert het iedere dramatische spanning. Er gebeurt niets met de personages, noch met hen afzonderlijk, noch onderling. Zo feilloos als zij, achterom kijkend, hun verleden kunnen overzien, zo volmaakt brengt Woudstra zijn kwellingen in kaart. Het is te glad om geloofwaardig en aangrijpend te worden.