Sociale Zaken veroorzaakt chaos bij verhalen bijstand; Nogal wat mensen maken duidelijk niet te zullen betalen

Sociale diensten hebben grote problemen met het verhalen van bijstand op ex-partners. Staatssecretaris Ter Veld (Sociale Zaken) bespreekt de kwestie volgende week met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Vereniging van directeuren van sociale diensten en met de Nederlandse vereniging voor rechtspraak.

UTRECHT, 22 SEPT. Frankeermachines werkten non-stop. De tassen van plaatselijke postbezorgers puilden uit. De Rotterdamse sociale dienst had zelfs een 06-nummer opengesteld. Daar konden de mensen (uitkeringsgerechtigden en potentiële verhaalsplichtigen) opheldering krijgen over de maatregel die sociale diensten verplicht om per 1 augustus bijstand te verhalen op de ex-partners van mensen, meestal vrouwen, met een bijstandsuitkering. Na 12 jaar vervalt het verhaalsrecht.

Niet iedereen die het speciale 06-nummer belde, wilde weten wat er nu precies aan de hand was. Nogal wat mensen maakten enkel en alleen duidelijk niet te zullen betalen. “Wat hebben jullie te maken met mijn privé-leven? Ik ga me daar betalen voor mijn "ex', ze werkt er notabene zwart bij.” Een ander: “Waarom zetten jullie mijn "ex' niet aan het werk? Dan hoef ik ook niet te betalen.” Een vrouw deelde mee “nimmer te zullen zeggen wie de verwekker van haar kind is” en bij de Haagse sociale dienst (“We hebben er een extra telefoonteam voor ingezet”) meldde zich een man met de mededeling dat zijn "ex' “nu samenwoont en het veel beter heeft dan ik.”

Dit voorjaar maakte de Staatscourant melding van de nieuwe "verhaalsplichtwetgeving'. Gemeenten werden verplicht om met ingang van 1 augustus ten onrechte of teveel betaalde bijstand terug te vorderen en zij moeten, waar mogelijk, verleende bijstand verhalen op derden.

Niet duidelijk was dat en hoe een en ander met terugwerkende kracht moest gebeuren. Bijvoorbeeld wanneer in december 1992 het onderzoek naar de draagkracht van een onderhoudsplichtige zou zijn afgerond, de persoon in kwestie het bedrag met terugwerkende kracht tot 1 augustus op tafel moest leggen.

Niet alleen de Vereniging van directeuren van sociale diensten (Divosa) had daar niet mee gerekend, ook verschillende rijkscontroleurs gaven gemeenten in de periode van mei tot juli tegenstrijdige informatie, zegt P. Lemmen, directeur centraal bureau Divosa. “We dachten: we klaren de klus. Iedereen ging er vanuit dat er een overgangsjaar was gepland waarin sociale diensten de tijd zouden krijgen de verhaalsplichtigen op te sporen”.

Die inschatting bleek verkeerd. Niet alleen ging op 1 augustus de nieuwe wet in werking er moest ook met terugwerkende kracht tot die datum worden verhaald. Daarbij kunnen de gemeenten die in gebreke zouden blijven, een korting op hun budget tegemoet zien.

Dus gingen bij de Rotterdamse sociale dienst 20.000 brieven uit naar uitkeringsgerechtigden en hun eventuele onderhoudsplichtigen. Den Haag verstuurde er 10.000 en de Amsterdamse sociale dienst deed er 18.000 op de bus waarvan een groot aantal aangetekend. De eerste stenengooier meldde zich daags na lezing van de brief per telefoon bij de dienst.

“Niet onbegrijpelijk wanneer je beseft dat door zo'n brief oude wonden worden open gereten”, zegt de woordvoerder van de gemeentelijke sociale dienst in Amsterdam, D. Weeda. “We krijgen telefoontjes van mensen die al jaren gescheiden zijn, die hun "ex' helemaal uit het oog zijn verloren en nu worden aangesproken. Of mannen die tegenover hun nieuwe partner hebben verzwegen dat ze in een eerder leven een kind hebben verwekt voor wie ze nu moeten gaan meebetalen. Afgezien van het feit dat de huidige partner dat niet prettig vindt, kan ze zich ook afvragen: wat heb je nog meer voor me verzwegen”, aldus Weeda.

Omgekeerd zijn er volgens Weeda ook vrouwen met een goed inkomen die niet erg gecharmeerd zijn van de gedachte dat ze moeten meebetalen aan het onderhoud van hun "ex' die in de bijstand zit.

Ook in Amsterdam zijn telefoontjes binnengekomen met tips dat “de desbetreffende cliënt de dienst niet helemaal volledig heeft voorgelicht” of dat “ze de hoer speelt” dan wel “met een ander woont”. En er zijn bellers die meedelen dat “ze er wel voor zal zorgen dat hun ex-vrouw uit de bijstand gaat”.

De maatregel heeft betrekking op drie categorieën. Op de zogenoemde "onbekenden': ex-partners waarop gemeenten nog nooit hebben verhaald. Lemmen schat hun aantal op vele tienduizenden. Die moeten dus worden opgespoord. De tweede categorie wordt gevormd door ex-partners die wel meebetalen, maar naar wie een nieuw onderzoek moet worden ingesteld om te zien of het verhaalsbedrag moet worden aangepast. De derde categorie wordt gevormd door de nieuwkomers: klanten die zich vanaf 1 augustus melden bij de Sociale Dienst. “Dat is de gemakkelijkste groep”, zegt Lemmen.

Divosa zocht contact met de Nederlandse vereniging voor rechtspraak die er geen onduidelijkheid over heeft laten bestaan niet te zullen meewerken aan het met terugwerkende kracht opleggen van de verhaalsplicht. “(...) U kunt aannemen dat bij een gerechtelijke procedure de verhaalsbijdrage niet eerder zal ingaan dan op de datum van de gemeentelijke verhaalsbeschikking”, aldus de vereniging in haar brief aan Divosa.

In de brief wordt er ook op gewezen dat aan het handelen van gemeenten strengere eisen van zorgvuldigheid moeten worden gesteld “juist ook omdat het een groep van mogelijke verhaalsplichtigen (betreft) waartegen al jaren geen vordering is ingesteld”.

Onder meer met deze brief toog Divosa op 21 augustus voor spoedoverleg naar het ministerie van sociale zaken. De daarbij aanwezige ambtenaren gaven evenwel geen krimp, aldus Lemmen. Aan de praktische bezwaren die kleefden aan de uitvoering van de nieuwe maatregel, werd voorbijgegaan. “Het was zeer teleurstellend”. Die indruk werd bevestigd door een brief van 31 augustus van staatssecretaris Ter Veld aan het hoofdbestuur van Divosa waarin zij nog eens duidelijk maakte dat de verhaals- en terugvorderingsplicht met terugwerkende kracht moest worden geëffectueerd.

Vorige week maandag toonde Ter Veld zich tijdens nieuw overleg inschikkelijker, aldus Lemmen. “Ze heeft duidelijk gezegd dat ze de problemen onderkent en dat ze wil meehelpen aan een oplossing”. Een aantal gemeenten heeft inmiddels besloten in afwachting van nieuwe ontwikkelingen geen brieven te versturen.