Project DO voor strijkkwartet, gitaar en cello soms aardig; Zoemen als in een bijenkorf

Concert: project "DO" van gitarist Wiek Hijmans, uitgevoerd door hemzelf, Ernst Reijseger (cello) en het Mondriaan Strijkkwartet. Gehoord: 19/9 BIMhuis, Amsterdam. Verder te horen: 23/9 Abdijkerk, Thesinge, 24/9 Korzo, Den Haag, 26/9 Stedelijk Museum, Amsterdam (15.00 uur).

"Het meest expressieve ensemble in de muziek", zo wordt in de persfolder van "DO" het klassieke strijkkwartet omschreven. Men hoeft die opvatting natuurlijk niet te delen, maar als men dat wel doet, dan lijken drie opties mogelijk. Lid worden van een strijkkwartet, er mooie composities voor schrijven of rustig onderuit gaan zitten. Goede luisteraars zijn nooit teveel.

Voor de van dadendrang prangende gitarist Wiek Hijmans, die "DO" in 1991 bedacht voor zijn eindexamen aan het Sweelinck Conservatorium, lag het blijkbaar anders. Hij schreef voor het Mondriaan Kwartet een aantal stukken met voor zichzelf de rol van grensganger. 'Soms met en soms tegen, soms binnen en soms naast' het kwartet, zoals hij het zelf formuleerde. Dat hij zich daarmee problemen op de hals haalde, was duidelijk. Immers, hoe te voorkomen dat hij een vijfde wiel aan een goedsporende wagen zou worden? En wat moest hij toevoegen aan dat wat hijzelf als het "meest expressieve" muzikale vehikel omschreven had, een massa gitaargeweld misschien?

Dat Hijmans het in het laatste niet zocht, was in het BIMhuis snel duidelijk. Met korte, nauwelijks versterkte nootjes introduceerde hij zichzelf eerder als een beschaafd causeur met een plaatsje vlak bij de deur dan als voerder van het hoogste woord. Het Mondriaan kwartet is al even bescheiden, zodat tijdens Kamermuziek 2 vooral de tijd vliedt.

Na een klop op de deur en het wachtwoord 'goed volk', stapt cellist Ernst Reijseger binnen. Hij toont een stuk papier en het hele gezelschap begint te zoemen als in een bijenkorf, aanvankelijk heel eendrachtig. De betrekkelijke harmonie van Sextet eindigt echter snel, en het volgende stuk heet, vast niet toevallig, Duo's. Alleen aan het eind hiervan spelen alle musici samen, naar het schijnt meer voor de vorm dan uit brandende liefde. Pas in Ornotodo lijkt het echt iets te kunnen worden tussen dat vaste kwartet en die losse gasten. Het is een stuk met veel rusten er in, die zodanig over de stemmen zijn verdeeld dat ze samen een swingende beat suggereren. Met een paar bluesy accoorden maakt Hijmans de zaak behendig en zonder ophef af.

Er zijn nog meer van die stukken, soms aardig, soms grappig, onderhoudend genoeg voor een avondje uit. In Reijsegers Trap/Binnen blijkt het Mondriaan Kwartet niet te min om de instrumenten als slagwerk te bespelen, of het houtwerk met spuugvingers te laten piepen. Ook Bollito Misto, eveneens van Reijseger 'werkt' heel goed; klassiek ballet-achtige klanken gecontrasteerd met 'gipsy-jazz' wie zou daar niet om glimlachen ? Ook DO/92/1 en idem 2, beide van Hijmans, leveren muzikaal wel wat op, dank zij de niet geringe expressieve kwaliteiten van cellist Ernst Reijseger en de niet minder geringe bereidwilligheid van het Mondriaan Kwartet om daarvoor de basis te leggen.

Dat laatste is prettig maar geeft ook te denken. Was het strijkkwartet niet het 'meest expressieve' etcetera ? Kan men een groep met zo'n potentieel 'zoet houden' met het spelen van simpele ostinato's ? Het antwoord is duidelijk en de aanbeveling ook: de leden van het Mondriaan Kwartet zetten zich aan het schrijven, maken het die improviserende libero's niet te gemakkelijk en in 1993 maakt "DO" zijn 3e toernee met op het repertoire o.a. Jazz 2 en idem 4 en 5. Eens kijken wie er het 'meest expressief' is.