Pleidooi voor harde munten in monetaire unie wint veld

WASHINGTON, 22 SEPT. Negen maanden heeft de monetaire magie van Maastricht gewerkt. Maar het valutaspektakel van vorige week, eindigend in de val van het pond, en het politieke besef dat de marges van de stemmingen in Denemarken en Frankrijk geen draagvlak voor Europese luchtkastelen vormen, hebben de betovering verbroken. De gedachte van één Europese munt tegen het einde van de eeuw heeft plaats gemaakt voor het ontnuchterende besef dat zich op weg naar de monetaire unie een onvermijdelijke tweedeling in Europa zal voordoen.

Karl-Otto Pöhl, die zich geen beperkingen meer hoeft op te leggen nu hij niet langer aan het hoofd staat van de Bundesbank, de Duitse centrale bank, was glashelder in een toespraak die hij zondag hield. “Slechts een benadering van meerdere snelheden naar de Europese monetaire unie heeft een kans om werkelijkheid te worden”, zei hij. Dat kan gebeuren vóór 1997 of 1999, de jaartallen die in het verdrag van Maastricht worden genoemd. Pöhl: “Er is geen enkele reden om zo lang te wachten.”

Westeuropese bankiers delen deze mening. Zo zei de president van de Deutsche Bank, Hilmar Kopper, gisteren: “De monetaire unie is geen corset waarin alle EG-landen gelijktijdig geperst moeten worden.” Volgens deze bankier is een kern van EG-landen, bestaande uit Duitsland, Frankrijk, Denemarken, de Benelux mogelijk aangevuld met nieuwe EG-lidstaten zoals Oostenrijk en Zwitserland, eerder in staat om de onderlinge wisselkoersen vast te klinken dan de overige EG-landen.

Kopper schilderde een toekomst van een "hard blok' met daaromheen een losser verband van landen die later kunnen aanhaken. De basis voor zo'n kerngroep zal de EG-as Duitsland-Frankrijk moeten zijn en in dat verband is het opmerkelijk hoe lovend de Duitsers zich op het ogenblik uitlaten over de Franse franc. Het jarenlange Franse beleid gericht op stabiliteit werpt zijn vruchten af: de franc houdt zich goed, zeiden de Duitse minister van financiën Waigel en Bundesbank-president Schlesinger in koor. De franc, ooit een 'zwakke landen-munt' hoort nu bij de 'harde kern' van de valuta in de EG.

Ook Henning Christophersen, de EG-Commissaris voor financiën, liet zich ontvallen dat “in feite al een harde kern en een zachte groep” landen in het Europese Monetaire Stelsel (EMS) bestaat. Christophersen zei gisteren weliswaar niet te geloven in een monetaire unie van twee snelheden, maar hij voegde daaraan toe dat in het huidige EMS al drie groepen bestaan: landen in de smalle band van het wisselkoersmechanisme, landen in de brede band (Spanje en Portugal) en landen (Griekenland, Italië en Groot-Brittannië) buiten het wisselkoersmechanisme van het EMS.

Vorig jaar oktober, in de aanloop naar de conferentie van Maastricht, deed zich een incident voor dat de problemen blootlegde die nu openlijk besproken worden. Nederland, als halfjaarlijkse voorzitter van de EG, presenteerde toen in Brussel een ontwerptekst voor het EMU-verdrag. De toenmalige thesaurier-generaal van financiën, Cees Maas, verantwoordelijk voor de onderhandelingen over de EMU, presenteerde een voorstel dat een tweedeling van de monetaire unie bij voorbaat vastlegde. Kok, de politicus, voelde de enorme weerstand die dit voorstel bij een aantal van zijn EG-collega's opriep. Vooral de Italiaanse minister van financiën voerde een dramatische show op. Kok liet zijn topambtenaar vervolgens ogenschijnlijk vallen.

In de aanloop naar Maastricht kon Nederland zich geen splijtzwam permitteren.

Pag.5: Vernuftig compromis

Het definitieve verdrag van Maastricht is, wat betreft de deelname aan de slotfase van de monetaire unie een vernuftig compromis geworden. Het bevat harde voorwaarden, die de weg openen naar een monetaire unie van twee snelheden, maar ook een politieke sluiproute om deze voorwaarden te ontwijken.

Kok en Maas waren het vorig jaar over de beginselen eens, maar de tijd was toen politiek nog niet rijp voor een scheiding der geesten. Dat moment is nu wel aangebroken. Dit weekeinde zei Kok na het Franse referendum dat “de verschillen in tempo” in het Europese Monetaire Stelsel “scherper gemarkeerd” zijn en dat het EMS “in feite al een systeem van twee snelheden met een kern van harde munten” is. En Maas' opvolger als thesaurier-generaal zei naar aanleiding van de valutacrisis van vorige week, toen het Europese Monetaire Stelsel balanceerde op instorten, dat het EMS dringend aan hervorming toe is.

Voor die hervormingen staan twee mogelijkheden open. De eerste is om het EMS nieuw leven in te blazen door de afspraken van 1987 (de zogenoemde Bazel-Nyborg-regels) te versterken. Om te beginnen zou de "politisering' van de wisselkoersen beëindigd moeten worden. De president van de Duitse centrale bank, Helmut Schlesinger, zei deze week dat sommige landen (lees: Groot-Brittannië) herschikking van hun munt in het EMS als een dirty word beschouwden en daardoor te lang vasthouden aan een onhoudbare, onrealistische koers. Hilmar Kopper van de Deutsche Bank ging nog verder door de Britten te verwijten dat ze het pond in het EMS wilden houden vanwege een “politieke prestigeslag” om de diepgaande verdeeldheid over Europa binnen de Conservatieve partij te maskeren.

Schlesinger, die zich afgelopen weekeinde eerder verdrietig dan boos over de Britten toonde, herhaalde dat herschikkingen volgens de EMS-regels vroegtijdig en buiten de publiciteit om moeten plaats hebben. Tegelijk maakte hij duidelijk dat de technische afspraken over interventies aangescherpt moeten worden. Vorige week intervenieerde de Bundesbank voor 60 miljard D-mark om het pond te steunen.

De tweede mogelijkheid is om met een beperkte groep landen sneller verder te gaan buiten de communautaire structuur om. Dat wil zeggen: niet zoals met het Verdrag van Maastricht is gebeurd via de Ecofin-raad van ministers van financiën en een Intergouvernementele conferentie. Deze mogelijkheid wordt groter naarmate het duidelijker is dat "Maastricht', ook al wordt het de komende maanden geratificeerd door de resterende EG-landen, hoe dan ook moet worden aangepast omdat het politieke draagvlak ervoor te dun is.

Dan komt het scenario dat vorig jaar oktober circuleerde, weer in beeld. Het plan dat Nederland toen als proefballon presenteerde, was voorbereid door de Europese thesauriers-generaal en in hun kring bestaat er nog altijd steun voor. Deze weg voor een groep gelijkgezinde landen, buiten de gemeenschapsstructuur om, zou een soort "Schengen-oplossing' op monetair gebied zijn. In het Schengen-akkoord heeft een aantal EG-landen zijn juridische samenwerking geregeld.

Landen die hun financieel-economisch beleid voldoende op elkaar hebben afgestemd en die jarenlange ervaring hebben in nauwe monetaire samenwerking, kunnen de stap naar één munt heel goed maken. Deze "menu-benadering' vergt een politieke reuzedraai omdat een aantal EG-landen dan buiten spel komt te staan. Maar, om met oud-Bundesbankpresident Pöhl te spreken: “Waar wacht men nog op?”