Onzekerheid over EMU haalt markt ecu-bonds onderuit

PARIJS, 22 SEPT. Een tastbaar bewijs voor de onzekerheid over de Europese monetaire eenwording, ondanks het Franse 'ja', is te vinden op de ecu-obligatiemarkt. Sedert de hausse op de ecu-markt in 1991 vóór en tijdens de ondertekening van het Verdrag van Maastricht verkeert de markt voor euroleningen in een diepe impasse, die ook na afgelopen zondag blijft voortduren.

De ecu is tot nu toe alleen gebruikt als een "papieren' valuta waarin overheids- en bedrijfsobligaties werden gedenomineerd en om rekeningen tussen landen te vereffenen. Een ecu is samengesteld uit een "mandje' van de valuta van de twaalf EG-lidstaten. De koers van de ecu daalde gisteren licht tot 2,2290 gulden, tegen 2,2327 gulden vóór het Franse referendum. Hoewel sommige beleggers erop rekenden dat de ecu uiteindelijk de Europese munt zou worden, is nog geen enkele ecu gedrukt om te dienen als dagelijks betaalmiddel voor consumenten en bedrijven.

“Ook na het Franse referendum blijft de mogelijkheid bestaan dat de Europese munt geen ecu zal zijn, maar een euro-mark”, aldus een Franse obligatiehandelaar. De koersen van ecu-obligaties, die voornamelijk worden verhandeld in Londen en Parijs, bleven gisteren dalen in dunne, richtingloze handel. “Die markt blijft zo dood als een pier.”

Het gebrek aan belangstelling heeft tot gevolg dat een aantal gerenommeerde effectenhuizen op het moment zit opgescheept met “stapels” ecu-obligaties. Daarbij worden vooral de namen genoemd van Paribas, Salomon Brothers en JP Morgan. Als market maker waren ze bereid de ecu-obligaties te kopen van hun institutionele cliënten (pensioenfondsen, levensverzekeraars en beleggingsfondsen). Maar niemand wil de incourante ecu-bonds nog kopen, zodat een fors verlies dreigt voor deze effectenhuizen.

De aflossing van de ecu-obligaties komt niet in gevaar, maar twijfels over de samenstelling en toekomstige rol van de ecu maken nieuwe emissies op het moment onmogelijk. In het ergste geval, als de plannen voor monetaire unie worden afgeblazen, eindigt de ecu op de mesthoop van de geschiedenis, naast de Eurco. Dat was in de jaren zeventig een waarde, uitgevonden voor internationale obligaties.

De stemming bij de grote banken en effectenhuizen is snel omgeslagen. Vorig jaar zag de toekomst van de ecu markt er nog rooskleurig uit. De euforie in 1991 over de komende Europese monetaire unie leidde tot een enorme groei van de ecu-obligatiemarkt, ten koste van de traditionele sectoren als dollar, yen, pond, D-mark en Zwitserse franc. Vooral de Franse, Italiaanse en Britse overheden haalden via een actieve marketing institutionele beleggers binnen, die tot dan toe huiverig hadden gestaan tegenover ecu-leningen. Zelfs de Europese banken belegden een deel van hun officiële reserves in ecu-obligaties.

Internationaal opererende bedrijven en Europese overheden hebben sedert 1983 voor circa 120 miljard gulden aan ecu-obligaties gekocht. Beleggers, die er van uit gingen dat de plannen voor economische en monetaire unie in Europa zouden leiden tot een forse waardevermeerdering van de ecu, stortten zich op de nieuwe effecten. Sommige analisten verwachtten zelfs dat de ecu-obligaties de traditionele, overheersende rol van de Amerikaanse "treasuries' zouden kunnen bedreigen.

De eerste ecu-obligatie werd uitgegeven in 1981, maar de markt groeide zeer langzaam tot enkele jaren geleden. De ecu-bonds werden pas een succes toen verschillende Europese landen series ecu-leningen uitgaven. Dit was gedeeltelijk een politieke manoevre waarmee de Europese monetaire eenheid werd gesteund. Groot-Brittannie gaf ook ecu-obligaties uit, maar dat was vooral bedoeld om Londen naar voren te schuiven als de voornaamste beurs waar deze obligaties worden verhandeld. De andere beurs waar veel ecu-bonds worden verhandeld is Parijs.

Het aantal emissies steeg in 1991 volgens gegevens van de OECD ten opzichte van 1990 met tachtig procent. De ecu-obligatiemarkt werd hierdoor qua grootte de derde leenmarkt, na de obligaties genoteerd in dollars en yens. In 1991 werd voor een bedrag van 234 miljard gulden aan nieuwe obligaties uitgegeven, waarvan de ecu-bonds 11 procent voor hun rekening namen.

Maar de Nederlandse - net als de Duitse - overheid waagde zich niet aan deze leningen. De uitgifte van ecu-obligaties, met een hogere rente dan de Nederlandse staatsleningen, was de Nederlandse overheid te duur. Om diezelfde reden was de uitgifte van ecu-leningen voor landen met een hoge rente (Italie, Frankrijk en Spanje) wel aantrekkelijk.

De afgelopen twee jaar stonden de grote banken en effectenhuizen vooraan om market maker te worden in wat zich, zo was de verwachting, zou ontwikkelen tot de Europese obligatiemarkt. Sedert het Deens nee op 2 juni haasten deze grote marktpartijen zich even hard naar de uitgang.