Onderzoek naar energie uit IJsland

ROTTERDAM, 22 SEPT. De PGEM, het energiedistributiebedrijf voor Gelderland en Flevoland, wil samen met het elektriciteitsproduktiebedrijf EPON (Noordoost Nederland) en de kabelfabriek NKF Kabel elektrische energie uit IJsland halen. De bedrijven overwegen de haalbaarheid te onderzoeken van een plan om in IJsland opgewekte elektrische energie via onderzeese kabels naar Nederland te transporteren.

Dat heeft de PGEM vandaag bekend gemaakt. Met de stad Reijkjavik en het IJslandse ingenieursbureau Icelandic Submarine Cable, die moeten deelnemen in het onderzoek, is inmidels een "letter of intent' getekend. Er bestaan geen projecten van een vergelijkbare omvang. De twee IJslandse partijen namen het initiatief tot het plan maar lopen nu ver achter in de besluitvorming, aldus een woordvoerder van NKF Kabel in Delft. De kosten van het onderzoek, dat eind volgend jaar moet zijn afgerond, worden op enige miljoenen guldens geraamd.

De bedoeling is dat in IJsland waterkrachtcentrales met een totaal vermogen van duizend megawatt worden gebouwd. De in die centrales op te wekken stroom zou dan via 400 kilovolts-gelijkstroomkabels over de zeebodem naar Nederland getransporteerd worden.

IJsland stelt als voorwaarde dat de benodigde kabels op het eiland zelf gefabriceerd worden. In die fabricage zou NKF Kabel kunnen participeren. Het gaat om een totale kabellengte van circa 1.800 kilometer als voor een rechtstreeks verbinding met Nederland wordt gekozen. De kabels zouden in lengtes van steeds 100 kilometer gelegd moeten worden en aan begin en eind worden aangesloten op omvormers die de gelijkspanning omzetten in wisselspanning.

Doel van het onderzoek is overigens na te gaan of een verbinding via Noorwegen of Groot-Brittannie niet aantrekkelijker is. Als het project doorgang vindt zou het zeker tien jaar werkgelegenheid opleveren. Tussen 2005 en 2010 kan dan de stroomlevering beginnen. Hoeveel verlies bij het transport zal optreden is nog onduidelijk.

IJsland hoopt met het plan zowel werkgelegenheid als inkomsten te verwerven. Voor PGEM en EPON is het vooral aantrekkelijk dat elektriciteit wordt opgewekt zonder dat tegelijk een ongunstige bijdrage wordt geleverd aan het broeikas-effect. De opvatting dat elektriciteit van waterkrachtcentrales "milieuvriendelijk' zou zijn is overigens inmiddels achterhaald. Steeds meer dringt het besef door dat de aanleg van stuwdammen en stuwmeren een onacceptabele natuurvernietiging met zich meebrengt.