Major wil nu pas op de plaats maken; Brits kabinet verdeeld, premier gebrek aan leiderschap verweten

LONDEN, 22 SEPT. John Major, premier van Groot-Brittannië en tijdelijk voorzitter van de Europese Gemeenschap, wil dat de Europese leiders op een speciale topontmoeting op - vermoedelijk - 16 oktober “diepgaand kijken” naar de koers die de EG inslaat. Terwijl de Britse regering in New York op een bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken het verwijt kreeg te horen dat het op uitstel van ratificatie van het verdrag van Maastricht probeert aan te sturen, beklemtoonde Major in Londen in een kranteartikel dat de rest van het Britse voorzitterschap gebruikt gaat worden om “zeker te stellen dat de Gemeenschap luistert en een koers inslaat die de steun van een meerderheid in al onze landen kan afdwingen”.

De tactiek van de premier - uitstel en op de vlakte houden om zodoende de tegenstellingen intern en extern niet op het spits te drijven - heeft ex-premier Heath, een fervent pro-Europeaan, er al toe gedreven de premier “een vacuüm in leiderschap” te verwijten.

Op het economisch front is het nieuws al even slecht. Minister Lamont heeft zich na terugkeer van de IMF-bijeenkomst met zijn ambtenaren opgesloten in Whitehall, om komende donderdag bij het debat over de EMS-crisis in het Lagerhuis tenminste het begin van een nieuw en geloofwaardig economisch beleid te kunnen presenteren. Kritiek uit de zakenwereld over het feit dat de minister nog steeds geen renteverlaging had doorgevoerd, nu de verlossing uit het keurslijf van het EMS hem daartoe al een week de gelegenheid biedt, heeft Lamont vanmorgen weerlegd door de bankrente van 10 procent tot 9 procent te verlagen. Maar ondertussen daalt de waarde van het pond op de valutamarkten zo sterk, dat het vooruitzicht van een werkelijk stimulerende renteverlaging - van bijvoorbeeld 10 naar 8 procent, en dan naar 6 procent aan het eind van dit jaar - dubieus is, wil de regering niet het risico lopen dat ze via de achterdeur van een laag pond sterling nieuwe prijsverhogingen binnenhaalt.

De “haarscheurtjes” die Major in het EMS constateerde, blijken zich nu ook duidelijk voort te zetten in het Britse kabinet zelf. Voor- en tegenstanders van snelle terugkeer van sterling in het wisselkoersmechanisme groeperen zich rond respectievelijk de minister voor handel en industrie, Michael Heseltine, en de minister voor binnenlandse zaken, Kenneth Clarke, terwijl tegenstanders zich koesteren in de nieuwe opstelling die minister Lamont lijkt te kiezen: zo ver mogelijk weg van het EMS en zo dicht mogelijk bij een beleid dat de economie van Groot-Britannië de prioriteit maakt. In Washington leek Lamont verder te gaan dan zijn premier met de opmerking: “Alle landen van de Gemeenschap moeten een pauze inlassen, nadenken en zichzelf afvragen: hebben we gelijk als we (hiermee) doorgaan?”

Pro-Europeanen in de Conservatieve Partij maken zich openlijk ongerust over over de euforie van de anti-lobby na het “vliesdunne” (Major) Franse ja. Ze zetten vraagtekens bij Majors nieuwe tactiek, dat hij ratificatie van het verdrag van Maastricht niet aan het Britse Lagerhuis zal voorleggen vóór de Denen hun voornemens hebben duidelijk gemaakt. Het heeft er alle schijn van dat die terminologie de premier de ruimte moet geven om de gemoederen in de Britse Conservatieve Partij (en evenzeer in Labour) tot bedaren te laten komen, vóór hij denkt de horde sceptici het Verdrag met partijdwang door de strot te kunnen drukken.

De pro-Europeanen vrezen een Europa-van-twee-snelheden, waarin Duitsland en Frankrijk politiek en economisch het voortouw nemen en Groot-Brittannië achteraan bungelt. De ingelaste ontmoeting tussen bondskanselier Kohl en president Mittarand, vandaag in Parijs, geeft voedsel aan die vrees.

Premier Major blijft op het standpunt staan dat het Verdrag van Maastricht, met zijn overeengekomen uitzonderingen voor Groot-Brittannië, voordelig is voor de Britten. Een serie van met hem sympathiserende kabinetscollega's kwam gisteren op radio en televisie uitleggen hoe alleen “een verandering van stijl” nodig is om de bevolking van de EG-landen te doen inzien dat de niet langer exclusief Britse aarzelingen ten aanzien van een oppermachtige, ondemocratische bureaucratie in Brussel, dank zij Major in het Verdrag zijn geïncorporeerd. Minister Clarke herinnerde er aan dat diezelfde Major onlangs met een forse meerderheid door het Britse volk is gekozen, nadat hij alom was geprezen voor het in Maastricht behaalde resultaat.