Inkatha-voorman Buthelezi flirt openlijk met een burgeroorlog

Mangosuthu Buthelezi, eerste minister van het thuisland KwaZulu in Natal en leider van de Inkatha Vrijheidspartij heeft de spanning met de grote rivaal ANC vorige week opgevoerd, maar het is onzeker of het tot een werkelijke krachtmeting komt.

JOHANNESBURG, 22 SEPT. Over "Joegoslavische toestanden' als eindpunt van de Zuidafrikaanse crisis wordt veel gespeculeerd, maar niemand heeft tot nu toe zo openlijk gedreigd met een burgeroorlog als Mangosuthu Buthelezi, eerste minister van het thuisland KwaZulu in Natal en leider van de Inkatha Vrijheidspartij. Een demonstratie van het Afrikaanse Nationale Congres (ANC) naar zijn hoofdkwartier in Ulundi - die is aangekondigd maar waarvoor nog steeds geen datum is vastgesteld - zal “het eerste salvo zijn in het begin van een burgeroorlog in Zuid-Afrika”, zei Buthelezi vorige week in een toespraak, waarin hij tevens zinspeelde op KwaZulu's afscheiding van Zuid-Afrika.

Deze oorlogsflirt heeft de spanning verder opgevoerd in Natal, waar sinds het midden van de jaren tachtig duizenden mensen zijn omgekomen in de burgeroorlog-op-de-waakvlam tussen de Zulu-beweging Inkatha en het ANC. De afgelopen weken kwamen bij verscheidene incidenten weer tientallen mensen om het leven. De grootste slachtingen hadden plaats onder Inkatha-aanhangers: een gezin van vijf mensen geëxecuteerd voor hun woning, twaalf jongeren op weg naar het jeugdcongres van de partij doodgeschoten bij een bushalte en acht Inkatha-leden neergemaaid toen hun busje in een hinderlaag liep. De schutters zijn onbekend.

Vorige week kwamen acht waarnemers van de Verenigde Naties aan in het gebied. Zij zullen met lokale vredestichters het geweld proberen te voorkomen. Oud-president Kenneth Kaunda van Zambia zal eind september proberen te bemiddelen in het groeiende conflict tussen ANC en Inkatha. Het is een uitvloeisel van het VN-debat over de Zuidafrikaanse crisis in juli, toen ANC-leider Nelson Mandela de Inkatha-beweging tegenover de Veiligheidsraad “een surrogaat van de regering” noemde.

ANC-leiders in Natal zeggen nog steeds te willen doorgaan met hun mars op Ulundi. Net als in Ciskei zou de alliantie van ANC, de Zuidafrikaanse Communistische Partij en de vakbeweging Cosatu de leider van het thuisland omver willen werpen. Maar gezien de voorgeschiedenis van politieke rivaliteit en geweld in Natal, zou het aantal doden wel eens een veelvoud kunnen zijn van de 28 van Ciskei, die vrijdag zijn begraven.

Buthelezi heeft aangekondigd alles te zullen doen om “de machtsgreep van het ANC” te stoppen. Hij prees de Ciskeise leider brigade-generaal Oupa Gqozo met diens krachtdadig optreden tegen de ANC-demonstranten. Of het in Ulundi tot een soortgelijke krachtmeting zal komen, hangt af van de ANC-leiding in Johannesburg. Het is goed mogelijk dat het ANC de demonstratie voorlopig voor gezien houdt. De internationale druk om ervan af te zien is groot en het past slecht in de voorbereiding van het mogelijke topberaad tussen Mandela en president De Klerk. Ook de mars op Bophuthatswana, die voor zaterdag op het programma stond, heeft het ANC na de catastrofe van Bisho geschrapt. Officieel heette het dat de voorbereiding niet rond was.

De Inkatha-leider heeft een patent op opruiend taalgebruik, maar nu hij verder wegzakt in een politiek isolement, klinkt het dreigender dan ooit. Buthelezi ziet zichzelf als deel van de "Grote Drie' in Zuid-Afrika, al heeft hij weinig aanhang buiten Natal en komt Inkatha in opiniepeilingen niet boven de tien procent. Bij zijn initiatief tot een topberaad over het geweld heeft president De Klerk hem buitengesloten, daarmee duidelijk aangevend dat de Grote Twee - de regering en het ANC - de uitweg uit de impasse moeten vinden. Buthelezi stelt zich in dit soort situaties onverzoenlijk op. Hij bleef bij voorbeeld mokkend in Ulundi achter, toen de Zulu-koning Goodwill Zwelithini geen eigen afvaardiging bij de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa) kreeg.

Ze zouden het misschien anders willen, maar de regering en het ANC kunnen het geweld niet oplossen zonder Inkatha. Twee obstakels voor de hervatting van de onderhandelingen tussen de twee partijen hebben direct betrekking op Inkatha. Het ANC wil een verbod op het dragen van "traditionele wapens' door Inkatha-aanhangers (Buthelezi draagt er zelf altijd trots één) en bewaking van de hostels, de vaak door Inkatha geregeerde woonkazernes voor arbeiders die in het brandpunt staan van het geweld in de zwarte townships. President De Klerk sprak vorige week meer dan twee uur over deze onderwerpen met Buthelezi.

De linkse pers schildert Buthelezi meestal af als een paranoïde heerser met grootheidswaan. Voor extreem-rechtse blanken is hij de gedroomde bondgenoot in een Boeren-Zulu-alliantie, die zich gezamenlijk kunnen afscheiden van Zuid-Afrika wanneer het ANC aan de macht komt. De Nationale Partij heeft Inkatha jarenlang gekoesterd en financieel gesteund als een coalitiepartner tegen het ANC. In die kringen is Buthelezi's populariteit echter gedaald na het "Inkathagate'-schandaal van vorig jaar, toen bleek dat de regering via geheime fondsen Inkatha had gesteund. Zijn grillige gedrag bij Codesa heeft de Inkatha-leider verder geen goed gedaan in binnen- en buitenland, waar hij door conservatieve groeperingen vaak werd gezien als het gematigde vrije-markt-alternatief voor de revolutionaire bevrijdingsbewegingen.

In zo'n isolement lonkt de weg-alleen. In zijn toespraak tot de ambtenaren van KwaZulu speelde Buthelezi weer in op het Zulu-nationalisme: de "Zulu-natie' heeft niet meegedaan aan de thuislanden-politiek van het apartheidsbewind, zij heeft historische rechten als het voormalige koninkrijk, dat in 1879 door het Britse leger bij Ulundi werd verslagen. KwaZulu hoeft zich volgens de Inkatha-leider in het geheel niet moreel verbonden te voelen aan de Unie van Zuid-Afrika, de grondslag van de huidige republiek. De Unie was een akkoord uit 1910 tussen de Engelse overheersers en de Boerenrepublieken, waarbij de zwarte bevolking niet werd gehoord.

Daarmee legde Buthelezi het historisch fundament voor het dreigement van afscheiding. Zijn eerste optie blijft een autonoom en financieel onafhankelijk KwaZulu binnen een federaal Zuid-Afrika, waar het ANC overigens tegen is. Maar als tweede mogelijkheid noemde Buthelezi “een confederale toekomst, waarin onze territoriale integriteit als een verenigde Natal/KwaZulu-staat tot uitdrukking komt”. “Wij kunnen onderhandelen om deel te worden van een federaal Zuid-Afrika dat aanvaardbaar is voor ons of we kunnen ons uit welke contractuele overeenkomst dan ook onderhandelen die de rest van Zuid-Afrika met het ANC wil afsluiten”, zei hij. Ulundi kreeg meteen de hartelijke felicitaties van blanke aanhangers van de Boerenstaat.