Het schrikbeeld van Yasushi Mieno

Peptalk heeft op de Bank van Japan plaatsgemaakt voor pessimisme. Afgelopen week zei centrale bankgouverneur Yasushi Mieno dat de cijfers over het eerste kwartaal (april/juni) laten zien dat de economische toestand in het Japanse bedrijfsleven “zeer ernstig” is. Mieno: “Veel bedrijven verwachten een krachtig herstel in de tweede helft van dit boekjaar (dat eindigt op 31 maart 1993), maar voor een deel weerspiegelt dit hun hoop.” Nog nooit zei Mieno het zo hard. Verborg zich achter diens pessimisme een angst voor een veel groter gevaar?

De cijfers liegen er niet om. De winst (vóór belastingen) tuimelde met 28,3 procent, in de industrie met 38,3 procent. De investeringen krompen met 3,4 procent, in de industrie met 14,9 procent. Niet alleen de winst, ook de omzet is gedaald. Niet veel, de omzet slonk met 0,3 procent, in de industrie wel iets meer (5,3 procent), maar dat beide daalden was in 34 jaar niet gebeurd. De vandaag door het planbureau gepubliceerde groeicijfers bevestigen het sombere beeld.

De bankgouverneur was vorige week niet hopeloos. De lage rente en het oppep-pakket van 10,7 biljoen (136 miljard gulden) van de regering zouden zorgen voor houdbare groei zonder inflatie. “Mijn ervaring fluistert mij in dat de bodem van de economie bijna is bereikt”, aldus Mieno. Hij wees verdere verlaging van het disconto af. Vijf verlagingen, van 6 naar 3,25 procent, hadden het disconto volgens hem op een toereikend peil gebracht - onvermeld latend dat hij dat bij elke van deze vijf had gezegd.

De beurs van Tokio heeft er nog steeds alle vertrouwen in. De Nikkei, de beursgraadmeter, is in bijna vier weken tijd met 20 procent gestegen. De yen staat sterk ten opzichte van de dollar, niet het minst doordat Japans exporteurs hun reusachtige dollartegoeden omzetten in yens en zodoende de vraag naar yens op peil houden.

De turbulentie op de Europese valutamarkten is Japan zelf bespaard gebleven, als "een vuur aan de andere kant van de rivier'. Zolang de yen/dollar-verhouding betrekkelijk stabiel blijft, zullen Japans monetaire autoriteiten de zijlijn niet willen verlaten. Tenslotte is van alle landen Amerika nog steeds Japans grootste handelspartner en heeft Japan alle belang bij het waardevast houden van zijn beleggingen in de VS.

Maar angst bestaat dat de flinterdunne overwinning van de Franse ja-zeggers tegen "Maastricht' de onzekerheid alsnog aanwakkert en opnieuw verwarring teweegbrengt op de Europese valutamarkten, verwarring die misschien overslaat naar de rest van de wereld. Dat zou een vlucht in de dollar op gang kunnen brengen en de yen/dollarkoers ondermijnen.

Niet voor niets zei bankgoeverneur Mieno afgelopen weekeinde in Washington tijdens de financiële G-7 dat de Europese valutacrisis een mondiale zaak is die de hele wereldeconomie raakt. Zeker, de schadelijke gevolgen die Europa nog te verwerken krijgt, zullen ook Japans economische belangen in Europa treffen. Maar stond Mieno een veel erger schrikbeeld voor ogen?

De financiële G-7 toonde dit weekeinde aan de wereld haar bekende gezicht, een machteloze discussieclub, die vroom van gedachten wisselt over interventies en coördinatie. Zolang twee van haar leden een diametraal tegenovergesteld monetair beleid voeren en daarmee de coördinatie zoek is, zullen speculanten in de wereld de dienst uitmaken, dat bewezen ze afgelopen week hardhandig. Duitsland heeft door zijn roekeloze financiering van de eenwording (door de helft van het geld op de kapitaalmarkt te lenen ten behoeve van Oostduitse consumptie) weliswaar heel Europa een bestedingsimpuls gegeven, maar de hoge rente kwam daarna als straf. Amerika houdt zijn lange rente hoog om zijn begrotingstekort te kunnen financieren, maar de "politieke' verlaging van zijn korte rente heeft een vlucht uit de dollar en in de D-mark bewerkstelligt, die vervolgens de zwakke Europese valuta ontredderd achterliet. Zolang landen hun economie niet saneren, zullen speculanten de wisselkoersen voortaan telkens willen testen op hun hardheid en valutacrises teweegbrengen.

Amerika heeft Japan tijdens de bilaterale besprekingen over de zogeheten structurele handelsbelemmeringen beloofd zijn begrotingstekort terug te dringen. Maar het tekort is nog verder gestegen. Japan heeft op Amerikaanse verzoek een oppep-pakket aangekondigd voor zijn economie, dat alle verwachtingen sloeg. Premier Kiichi Miyazawa zei eind vorige week met nog meer maatregelen te komen, als het almaar groeiende handelsoverschot van Japan dat nodig mocht maken. Amerika saneert niet. Een sanering zou er de lange rente zou doen dalen - waarvan het met zware schulden beladen Amerika meer zou profiteren dan de kunstmatig lage korte rente. Amerika moest een "export-supermacht' worden, zei president(skandidaat) Bush onlangs. Maar de VS zijn een "import-supermacht' - van Japanse produkten, en ze zijn dat zolang Japan dollartegoeden accepteert.

Japan kan het niet stellen zonder de reusachtige Amerikaanse markt. Maar Japan werkt hard aan een alternatief. Vorig jaar verdrong Azië voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog Amerika als Japans grootste klant. Naarmate die werkelijheid duidelijker contouren krijgt, zullen de speculanten wellicht de yen/dollar-verhouding willen testen en Amerika dwingen zijn rente drastisch op te voeren en het land in een depressie storten. Een harde landing van de dollar is vaak voorspeld, nooit echt gebeurd, maar de speculanten hebben met hun gigantische woekerwinsten van afgelopen week de macht geroken.

Is bankgouverneur Mieno dat schrikbeeld door het hoofd gegaan, toen hij zinspeelde op een overslaan van de Europese valutacrisis naar de rest van de wereld? Inzakking van de Amerikaanse markt zou de Japanse conjunctuur bij haar huidige stand in een een dramatische val meeslepen. De valutacrisis in Europa zou er kinderspel bij zijn.