Gemengde gevoelens in de Maghreb over Franse "ja'

Met verbazing, jaloezie en ongerustheid volgden de Noord-Afrikanen de afgelopen weken de Franse discussies over Europa. Met verbazing omdat veel Fransen blijkbaar minder verknocht zijn aan de Maastrichtse blauwdruk van een verenigd Europa dan men hier algemeen dacht. Met jaloezie omdat de discussie werd gevoerd met een openheid die in de Arabische wereld onvoorstelbaar is. Met ongrustheid omdat West-Europa's verdere eenwording voor Noord-Afrika gevolgen heeft waarop de Noordafrikaners zelf geen enkele invloed kunnen uitoefenen.

Voor Noord-Afrika is en blijft Europa in hoge mate Frankrijk. Alleen al uit Algerije zijn er wekelijks meer dan honderd vluchten naar de meest uiteenlopende Franse bestemmingen. Frans is in Noord-Afrika de tweede taal en in Algerije in een aantal opzichten zelfs de eerste. “Frankrijk is voor ons buitenland, maar het is ons eigen buitenland”, aldus de Algerijnse schrijver Tahat Djaout, directeur van het invloedrijke Algerijnse weekblad Algérie Actualités.

Vandaar dat in Rabat, Algiers en Tunis met gemengde gevoelens op het Franse ja is gereageerd. Vooral de bijna atavistische Franse angst voor de Duitse boeman en de invloed daarvan op discussies en op het Franse stemgedrag heeft vele politici in Noord-Afrika onaangenaam verrast. Want Parijs wordt in Noord-Afrika gezien als de belangrijkste Europese pleitbezorger voor Noord-Afrika's belangen in Brussel.

Weliswaar probeert Italië in sommige opzichten die Franse rol over te nemen, maar in de ogen van de regeerders in Rabat, Algiers en Tunis blijft Parijs de belangrijkste toegangspoort naar de Brusselse eurocratie.

De grootste angst is nu dat dat gaat veranderen. In Noord-Afrika heerst al geruime tijd het gevoel dat Frankrijk zijn traditionele belangstelling voor de zuidoever van de Middellandse Zee aan het verliezen is. Dat wordt toegeschreven aan de toenemende Franse preoccupatie met Oost-Europa en de rol die het herenigde Duitsland in Oost-Europa kan gaan spelen. De discussies daarover op de Franse televisie hebben de Noordafrikanen in dat idee gesterkt. Men is bang dat Noord-Afrika een vergeten, niet ter zake doende regio wordt.

Bij de verdere eenwording van de Europese Gemeenschap staan voor Noord-Afrika enorme belangen op het spel. Noord-Afrika is economisch praktisch volledig op Europa aangewezen.

En dat niet alleen. De sociale stabiliteit van Noord-Afrika hangt in hoge mate samen met wat in Europa gebeurt. De bij de Franse kiezers bespeurbare weerzin tegen de almacht van Brussel heeft zijn Noordafrikaanse pendant. Ook in de Maghreb overheerst het gevoel dat men geen greep heeft op de eigen toekomst.

In Frankrijk uitte zich dat in een hoge score nee-stemmers, in Noord-Afrika manifesteert het zich door een uitdagend terugtrekken achter de veilige bescherming van de islamitische godsdienst. Het islamitisch fundamentalistische fenomeen, in Europa als zo bedreigend ervaren, is in zekere zin de begrijpelijke reactie van een maatschappij, die zich op het wereldtoneel - en voor de Maghreb is dat in feite het Europese toneel - gemarginaliseerd acht.

Het zou een teken zijn van wijs Europees beleid om na het franse oui de Maghrebaanse zuiderburen te laten merken dat het Europa van Maastricht een open oog voor de Maghreb blijft houden. Dat zou heel wat potentieel gevaarlijke frustraties aan de westelijke zuidoevers van de Middellandse Zee wegnemen. “Er dreigt een Algerijns Iran op een uur vliegen van Nice”, kon men begin dit jaar in Europese kranten lezen. “Er dreigt een afgesloten Fort Europa te ontstaan op een uur vliegen van Algiers”, kunnen de Noordafrikanen met evenveel recht zeggen. Het is evident dat het ene effect het andere versterkt en het is hoogst noodzakelijk daar wat aan te doen.

Dat, om een voorbeeld te noemen, Rabat, Algiers en Tunis geen enkele invloed kunnen uitoefenen op de koersverhoudingen tussen de mark, de franc, de lire en het pond begrijpt iedereen hier. Maar het was uiteraard beter geweest als men op de hoogste regeringsniveaus hier de koerswijzigingen binnen het EMS niet via de radio had hoeven horen. Een telefoontje zou heel goed gevallen zijn. En dat is maar één voorbeeld. Waarbij het trouwens heel gezond is als de Noordafrikanen eraan te wennen dat niet alleen Frankrijk hun buitenland is, maar steeds meer de hele Europese Gemeenschap.

    • Harm Botje