Geen geld voor Wereldbank; Harde botsing over hulp aan armste landen

WASHINGTON, 22 SEPT. Een open conflict is uitgebroken over de financiering van de hulp aan de armste ontwikkelingslanden. Aan het slot van een bijeenkomst van het Ontwikkelingscomité van de Wereldbank heeft uitvoerend Wereldbank-directeur Ernest Stern gisteren een felle aanval gedaan op de rijke landen.

De crisis op de Europese valutamarkten van vorige week, aldus Stern, heeft de aandacht van de industrielanden nog meer gericht op hun eigen problemen. “Aanpassing van de wisselkoersen - van de Europese landen- wordt uitgevochten over de ruggen van de arme landen”, zei Stern.

Directe aanleiding tot zijn uitbarsting is de patstelling in de financiering van IDA, het zogenoemde "loket voor de armste landen' van de Wereldbank. Aan de orde is de tiende aanvulling van de middelen voor IDA. De Wereldbank, gesteund door een minderheid van industrielanden waaronder Nederland, is van mening dat voor IDA-10 in reële termen ten minste evenveel geld beschikbaar moet komen als voor IDA-9. De middelen van IDA, dat tegen zeer zachte voorwaarden leningen verstrekt, worden gefinancierd door bijdragen uit de ontwikkelingsbegrotingen van de rijke landen. Voor IDA-9, dat voor een periode van drie jaar tot en met juni 1993 loopt, is 15,5 miljard dollar beschikbaar. IDA-10 zou, rekening houdend met inflatie en de koersdaling van de dollar, ten minste 18 à 19 miljard dollar voor de volgende periode van drie jaar moeten bedragen.

Het aantal armste ontwikkelingslanden dat recht heeft op de fondsen van IDA neemt bovendien toe. Verder is deze zomer op de 'aarde-conferentie' in Rio de Janeiro afgesproken dat aan IDA een zogenoemde milieu-component wordt toegevoegd.

Stern zei gisteren dat de industrielanden “de Aarde-conferentie alweer hebben vergeten” en dat ze niet van plan lijken hun belofte voor een extra milieu-bijdrage aan IDA na te komen. “De vooruitzichten voor IDA-10 zijn buitengewoon somber”, waarschuwde hij.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) verwees in zijn toespraak in het Ontwikkelingscomité eveneens naar de plechtige afspraken die in Rio de Janeiro zijn gemaakt. “De geest van Rio lijkt te verdwijnen. Dat mag niet gebeuren”, aldus Pronk. Hij herinnerde eraan dat in Rio is afgesproken extra geld beschikbaar te stellen voor ontwikkeling en uitvoering van de de zogenoemde "Agenda 21'. “Wij hebben beloofd de middelen te vergroten om een snelle en effectieve uitvoering van Agenda 21 te verzekeren”, aldus Pronk.

De Wereldbank heeft aangeboden een deel van zijn netto-winst te bestemmen voor de milieu-component van IDA, maar de vijf miljard dollar, waarop in Rio gehoopt werd, lijkt onhaalbaar.

De Wereldbank is samen met de VN ook beheerder van de zogenoemde Global Environment Facility (GEF). Waar IDA-projecten met een milieu-aspect bedoeld zijn als nationale programma's, functioneert de GEF voor de financiering van grens-overschrijdende milieu-programma's. Pronk zei gisteren dat de middelen voor de GEF “tot ongeveer hetzelfde niveau als IDA-10 verhoogd moeten worden.” Nu zich al enorme problemen bij de financiering van IDA-10 voordoen, is het niet waarschijnlijk dat de rijke landen een vergelijkbaar bedrag voor de GEF beschikbaar zullen stellen.

    • Roel Janssen