Gari Kasparov kijkt niet jaloers naar hoog prijzengeld in Sveti Stefan; "Fischer vernietigt zijn eigen legende'

HELSINKI, 22 SEPT. Sarcasme en opluchting lijken op het gezicht van Gari Kasparov om voorrang te strijden. “En, ben je onder de indruk van het niveau van de partijen?”

Drie dagen lang bracht de wereldkampioen schaken in de Finse hoofdstad zichzelf en zijn produkten aan de man. Als sluitstuk heeft hij zojuist een zaal vol voornamelijk Russische grootmeesters toegesproken, die deelnemen aan het eerste grote open toernooi dat Kasparovs Chess Union International buiten Rusland organiseert.

Er is evenwel slechts één onderwerp dat onvermijdelijk en zonder omhaal aangesneden moet worden wanneer hij me ziet. Fischer natuurlijk. Later, in Kasparovs hotelsuite, gaat hij een vraag uit de weg en heeft hij gedetailleerd technisch commentaar op de partijen. Het wordt duidelijk dat noch in Sveti Stefan, noch ergens anders iemand de Fischer-Spasski match nauwlettender heeft gevolgd.

De commotie en de vloedgolf aan publiciteit rond Fischers terugkeer zal de licht beledigde Kasparov slechts matig bekoord hebben. Op het moment dat het fantoom uit Pasadena de tijd gekomen achtte om weer eens achter het bord te verschijnen kreeg hij probleemloos een recordbedrag aan dollars los. En wanneer er werd gespeculeerd over Fischers kansen om uiteindelijk Kasparov te verslaan, wilden de optimisten nog weleens vergeten wat twintig jaar niet spelen voor een schaker betekent.

Toch keert het triomfantelijke toontje van zijn begroeting niet meer terug wanneer Kasparov afgewogen en bedachtzaam vertelt hoe hij de zaken ziet. “De afgelopen vijftien jaar hebben we zo vaak gehoord dat Fischer weer zou gaan spelen en nooit gebeurde er iets. Daarom vond ik het ook dit keer moeilijk te geloven. Maar afgaand op informatie die ik in juli kreeg uit bronnen rondom Fischer raakte ik ervan overtuigd dat hij echt van plan was terug te komen. Hij zocht een groot publiek voor zijn antisemitische ideeën en zijn theorieën over de afgesproken matches tussen Kasparov en Karpov. Daarnaast was er een vrouw, altijd een goede stimulans, er was geld, en verder sloot de geïsoleerde situatie van Servië perfect aan bij Fischers mentaliteit. Een paria-staat die vecht tegen de rest van de wereld.”

Minder zeker voelde Kasparov zich over het effect dat Fischers besluit zou sorteren. “In zekere zin was alle ophef nauw verbonden met de verwachtingen die er leven rond de match om het wereldkampioenschap. Ik hoop niet dat Timman of Short er aanstoot aan zullen nemen wanneer ik zeg dat de wereld niet gelooft dat een match tussen mij en een van hen een volwaardige WK-match is. Goed, misschien zie ik dat fout, het blijft tenslotte een WK-match, maar het publiek wil iets groters. En ineens was daar Fischer. De kracht van de legende nam de plaats in van iedere werkelijkheidszin en zelfs mensen die ik normaal gesproken als heel rationeel ken, probeerden zichzelf wijs te maken dat er een kans bestond op iets groots.”

De onbehouwen manier waarop Fischer zich manifesteerde op de inmiddels beruchte persconferentie kwam voor Kasparov geenszins als een verrassing. “Ik kende zijn politieke voorkeuren uit de verhalen van mensen die hem de afgelopen paar jaar ontmoet hadden en wist wat hij zou gaan zeggen. Ik was benieuwder naar de reacties op zijn uitspraken. Die waren tamelijk amusant. Men deed voornamelijk alsof men niets gehoord had. Ik denk dat hij niet onmiddellijk veroordeeld werd, omdat men nog steeds iets fantastisch van hem verwachtte op het schaakbord. Nu het wonder niet heeft plaatsgevonden, zie je de toon veranderen. Voor mij is het nooit van belang geweest, omdat hij in mijn ogen niet normaal is. Het is erg treurig dat zo'n groot speler in zo'n geestelijke ellende leeft.”

Evenmin wil Kasparov te veel aandacht besteden aan Fischers beschuldigingen dat zijn matches met Karpov afgesproken werk waren en aan Fischers omschrijving van hem als een "ziekelijke leugenaar'. “Ach nee, het zijn toch die andere uitspraken, zijn politieke en racistische ideeën, die me meer zorgen baren. Die het schaken langdurige schade kunnen berokkenen. Ik ben actief betrokken bij het promoten van schaken en weet dat er veel landen zijn, de Verenigde Staten voorop, waar men mij zal vragen: "Jij wilt dat onze kinderen gaan schaken. Nu horen we net dat de grootste Westerse schaker een neo-nazi en antisemiet is. Hoe moeten we nu geloven dat schaken zo goed is voor onze kinderen?' Daar zal de schaakwereld toch een antwoord op moeten vinden.”

Opmerkelijk genoeg voelt Kasparov er toch niets voor om op voorhand te zeggen dat hij nooit tegen Fischer zal spelen. Hoewel hij benadrukt dat het hier om een hypothetische vraag gaat, en dat daarnaast zo'n match aan bepaalde voorwaarden zou moeten voldoen. “Ten eerste zou er gespeeld moeten worden in een beschaafd land en niet in Joegoslavië. Ten tweede zou het geld voor de match uit een niet-verdachte bron moeten komen. Ik geloof niet dat het geld waarmee deze match betaald wordt, zuivere koffie is. Er wordt gesproken over wapenhandel, connecties met de Joegoslavische regering, communistisch geld. Ik weet het niet, maar er zit een luchtje aan.”

Hij ontkent dat hij met jaloezie gereageerd zou hebben op de hoogte van het prijzengeld. “Iedereen zegt dat 5 miljoen dollar een hoop geld is. Dat klopt, maar ik denk dat wanneer wij in Bagdad zouden spelen, we meer dan 10 miljoen dollar zouden kunnen krijgen. In Medellin zouden we misschien wel meer dan 20 miljoen krijgen. Maar dat is niet het geld waarnaar we op zoek zijn. Ik wil meneer Vasiljevic niet beschuldigen, misschien is hij een prachtvent, maar ik heb mijn twijfels.”

Fischer heeft gisteren in Sveti Stefan, waar hij tegen Spasski met 5-2 voorstaat, laten weten genteresseerd te zijn in een match met Kasparov. Hij stelt als voorwaarde dat de Russische autoriteiten hem eerst achterstallige royalties betalen voor een schaakboek van de Amerikaan.

Kasparovs weigering om een match tegen Fischer categorisch uit te sluiten, lijkt niet alleen door financiële overwegingen ingegeven. Tijdens eerdere gesprekken had hij tweemaal expliciet gesteld dat voor hem Fischer de grootste schaker aller tijden was. Deze bewondering moet de afgelopen weken toch een behoorlijke knauw hebben gekregen. “Ik had het liefst gezien dat ze dit geld aan Fischer hadden gegeven voor wat hij voor het schaken heeft betekend. Maar niet om hem te laten schaken. Wat ik betreur is dat hij zijn eigen legende vernietigt. Niet voor mij en hopelijk ook niet voor jou, maar voor jonge spelers als Kramnik en Lautier. Die nu zeggen: "Wat is dit voor schaken? Is dit hoe zij speelden in 1972?' Want dat is het schaak dat Fischer speelt. Ouderwets schaken. Borg die tennist met een houten racket. Het schaken heeft tegenwoordig een ander tempo. Fischer weet misschien alles wat er in de tussentijd gebeurd is, maar hij heeft het niet beleefd.”

Het lijkt Kasparov een geschikt moment voor een vraag waarmee hij naar eigen zeggen de laatste tijd wel vaker succes heeft gehad. “Hoeveel spelers uit de huidige top-100, denk je, hebben ooit tegen Fischer gespeeld?” Twintig blijkt een overhaaste en foute gok. Het was het antwoord waar Kasparov op wachtte. Hij steekt vier vingers op. “Kortsjnoi en Portisch speelden vele partijen tegen hem. Poloegajevski en Hübner ieder een keer. We leven nu in een andere wereld. Daar kan hij ook niets aan doen. Ik denk niet dat we Fischer na deze match nog een keer zullen zien spelen. In zijn beste dagen was hij zijn tijd misschien wel tien jaar vooruit. Nu is hij iemand uit het verleden. Hij hoort niet meer in onze wereld. Hij is een alien.”

    • Dirk Jan ten Geuzendam