De Marke moet bewijzen dat milieuvriendelijk boeren kan

HENGELO, 22 SEPT. In de hightech koeiestal hangen kasten voor kerkuilen. Onder de spanten van het dak heeft men prefab zwaluwnesten bevestigd. Mensen van de plaatselijke vogelwacht houden nauwkeurig bij of de kieviten, de grutto's en de scholeksters zich welbevinden in het boerenmilieu. Kenners noteren de ontwikkeling van vlinders, omdat ze een indicatie zijn voor een schone omgeving. Een eigen weerstation noteert de kracht van de wind, de vochtigheid van de buitenlucht en de sterkte van het zonlicht. Onder een soort tunnel wordt per stukje de wei afgesnuffeld om de ammoniakemissie aan de grond te kunnen vaststellen. Parameters meten de luchtkwaliteit tot vier meter hoog. Met steekproeven wordt het grondwater nagekeken op nitraatuitspoeling uit de dierlijke mest.

Proefbedrijf voor melkveehouderij en milieu De Marke in het Gelderse dorpje Hengelo: het bewijs van het goede gedrag en de goede wil van de boerenstand. Er is aan alles gedacht in de pas geopende modelboerderij, die moet bewijzen dat milieuvriendelijk boeren op economisch verantwoorde manier kan plaatsvinden. De warmte, die vrijkomt bij het melken van de koeien, wordt opgeslagen om er de woningen bij het bedrijf mee te verwarmen. De boer in de melkstal, waar de koeien binnentreden door een tourniquet dat hun gegevens aan de computer doorgeeft, zal door een ingenieus verwarmingssyteem nooit meer koude voeten hebben, wat in de gangbare melkstallen een probleem heet te zijn. Om de ammoniakemissie uit de stal tot een minimum te beperken worden de vloeren op gezette tijden met mechanisch voortbewogen schuiven van mest ontdaan. Omdat de vloeren licht hellend zijn loopt de urine eerder de gierkelders in.

In vijf jaar tijd moet De Marke bewijzen dat het mogelijk is om de ammoniakuitstoot terug te brengen van 486 kilo per hectare per jaar naar 128 kilo en de fosfaatbalans op nul te houden. En dat is mooi meegenomen omdat ammoniak voor een belangrijk deel bijdraagt aan de verzuring van het milieu en fosfaat in het grondwater terechtkomt.

Het afgelopen weekeinde waren er twee open dagen waarop De Marke zich aan het publiek presenteerde. Er kwamen voornamelijk boeren op af. Sommige liepen, zoals boeren dat kunnen doen, met de handen in de zak en met een air, dat er op duidde dat men in deze kringen graag eerst de kat uit de boom kijkt. Anderen stelden zeer geïnteresseerd vragen waaruit duidelijk wordt dat de boeren anno 1992 mensen zijn die precies weten wat de burgers en de politiek van hen verwachten: een vermindering van de aanslag op het milieu.

Een melkveehouder uit Didam: “Boeren, die denken dat ze alles al lang weten, zul je hier niet aantreffen, maar ik zeg altijd maar zo: van de ervaringen en de fouten van anderen kun je leren. Mensen, die zeggen dat alle voorschriften waaraan je je als boer tegenwoordig hebt te houden, alleen maar belastend zijn, gaan de uitdaging uit de weg. Die uitdaging is om op een dusdanige manier te produceren dat je je omgeving zo min mogelijk kwaad doet en er toch een goede boterham aan weet over te houden.”

De Marke heeft 55 hectare grond. Een deel ervan is weidegrond, waarop de 80 melkkoeien en de 50 stuks jongevee grazen. Het vee wordt om de ammoniakvervuiling terug te dringen 's nachts in de stal gezet. De melkkoeien leveren per jaar per dier 8100 kilogram melk. Op andere delen worden maïs en bieten geteeld als veevoer zodat de mineralencirkel zo veel mogelijk wordt gesloten. Omdat van de koeien een flinke melkproduktie wordt verwacht hebben ze, zegt projectcoördinator ir. A. Meijer, “een behoorlijk rantsoen nodig.” Dus komt er krachtvoer aan te pas dat, omdat het van buiten het bedrijf komt de voornaamste importeur is van de mineralen, zoals stikstof en nitraat. Maar ten opzichte van een gangbare melkveehouderij is de hoeveelheid teruggebracht van 2000 naar 1000 kilo per koe per jaar.

De mest wordt met mestinjectoren op de weiden gebracht, zodat er minder ammoniakverlies optreedt. Volgens de veehouder uit Didam levert hem dat per jaar een voordeel op van 1200 gulden omdat er minder kunstmest gebruikt hoeft te worden. Bovendien treedt er minder verbranding van het gras op, wat ook weer scheelt in de oogst. Omdat klaver de stikstof bindt, wordt er tussen het gras klaver ingezaaid.

Het proefproject in Hengelo heeft een looptijd van vijf jaar. De totale investering, die gedeeltelijk door de rijks- en provinciale overheden werd betaald, is 10 miljoen gulden, inclusief de grond, het vee en de gebouwen. De ervaringen, die men met het bedrijf opdoet, worden doorgegeven aan de boeren, die er dan wellicht hun voordeel mee doen.

    • Max Paumen