Communistische partij Filippijnen weer legaal

MANILA, 22 SEPT. De Filippijnse president Fidel Ramos heeft vandaag de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) gelegaliseerd en de militaire tak van de partij opgeroepen de wapens neer te leggen. Ramos gaf zijn goedkeuring aan het herroepen van een wet uit 1957, waarin de communistische partij wegens “subversieve activiteiten” werd verboden.

“Jullie hebben lang genoeg gevochten ... aanvaardt ons vredesaanbod”, hield Ramos de communisten voor en hij herhaalde het aanbod dat guerrillastrijders die hun wapens inleveren kunnen rekenen op amnestie en op een leven “in het centrum van de samenleving.” De CPP, waarvan de oprichter, José Maria Sison, in Nederland woont, heeft nog niet gereageerd op haar legalisering.

De CPP is een maoïstische partij die zich in 1968 afscheidde van de oude communistische partij (PKP) die pro-Moskou was. De CPP richtte in hetzelfde jaar een militaire vleugel op, het Nieuwe Volksleger (NPA), dat een guerrillaoorlog tegen het centrale gezag in Manila begon. De PKP werd al eerder weer toegelaten als partij.

Eerder deze maand begonnen in Den Haag voorbereidende vredesbeprekingen tussen het communistische verzet (vertegenwoordigd door het Nationaal Democratisch Front dat door de CPP wordt gedomineerd) en de Filippijnse regering, die een einde zouden moeten maken aan de guerrillaoorlog. Een afspraak voor definitief vredesoverleg is echter nog niet gemaakt.

Politieke analisten omschrijven de legalisering van de CPP door Fidel Ramos als een handige manoeuvre. Als de partij het aanbod van de hand wijst zal de president de communisten kunnen afschilderen als niet-serieuze gesprekspartners. En als de CPP haar legalisatie wel accepteert, zullen haar leiders voor het eerst in 24 jaar hun politiek in het openbaar moeten verantwoorden. Gezien de ondergang van het communisme in een groot deel van de wereld is dat geen eenvoudige opgave. (AP, Reuter)