Bezuiniging universiteit "groter' dan aangekondigd

ROTTERDAM, 22 SEPT. Minister Ritzen van onderwijs confronteert de universiteiten via omwegen met omvangrijke bezuinigingen.

Dat zei Dr. S. Noorda, lid van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam. “De minister zegt dat hij het hoofdlijnenakkoord nakomt, en de universiteiten betaalt wat is afgesproken. Het bedrag dat de universiteiten nu moeten bezuinigen is groter dan aan de orde was bij de grote taakverdelingsoperaties in de jaren tachtig. Het gaat allemaal achterbaks.” Noorda zei dit na afloop van het overleg tussen de colleges van bestuur over de begroting voor 1992.

Volgens Noorda moeten de universiteiten komend jaar ongeveer negentig miljoen gulden bezuinigen en in 1994 bijna tweehonderd miljoen.

Bij de academische ziekenhuizen is het hoofdlijnenakkoord helemaal van de baan, zo hebben de Vereniging van Academische Ziekenhuizen en een woordvoerder van de minister verklaard. Dat is het gevolg van de bezuinigingen die Ritzen de ziekenhuizen in 1993 en volgende jaren heeft opgelegd. Aan directe bezuinigingen moeten de ziekenhuizen volgend jaar 26 miljoen en in 1994 vijftig miljoen gulden opbrengen. Door een aantal andere maatregelen, zoals een lagere vergoeding voor ziek personeel en voor wachtgelders, worden de ziekenhuizen met een verlaging van het te besteden budget met 190 miljoen gulden per jaar geconfronteerd. Dat komt neer op een bezuiniging met 24 miljoen gulden per ziekenhuis, zes procent van hun budget.

De universiteiten krijgen van Ritzen komend jaar veertig miljoen gulden en vanaf 1995 55 miljoen gulden minder voor de financiering van ziekteverzuim. Die korting is bedoeld om het ziekteverzuim terug te dringen. Maar volgens de universiteiten is dat verzuim met vier procent al uitzonderlijk laag en nauwelijks verder terug te dringen. Ook krijgen de universiteiten aanzienlijk minder geld dan was afgesproken met de minister voor de financiering van het personeel dat op "wachtgeld is gesteld'. Het gaat daarbij om een bezuiniging die oploopt van 51 miljoen in 1993 tot 115 miljoen gulden in 1995.

Beide maatregelen zullen de universiteiten nopen hun personeelsbestand aan te passen, wat kan leiden tot gedwongen ontslagen en weer tot grotere aanspraken op wachtgeld. “De universiteiten dreigen daardoor in een een vicieuze cirkel terecht te komen”, aldus Noorda.

Daarnaast krijgen de universiteiten nog eens een bezuiniging van 23 miljoen gulden opgelegd die ze mogen verhalen op het collegegeld van studenten van 27 jaar en ouder.