Aan de haak

Pantserjuffer, paardebijter, blauwe glazenmaker: libellen van de Millinger Waard, broeierig in opschietend moerasbos gesitueerde kleiputten. Steeds als je een stap verzet plonst er een kikkertje.

Een mannetjeslibel heeft aan het achterlijf een tang, een vrouwtje aan kop of borststuk een sleutelgat. Elke soort bezit van dit mechaniek zijn eigen uitvoering, vergissen is uitgesloten.

Vrouwtjes worden onomwonden aan de haak geslagen. Zo ontstaat een tandem, net alsof in de lucht een vliegtuig wordt bijgetankt. Voor de eigenlijke copulatie buigt het vrouwtje haar achterlijf terug naar het mannetje: een paringswiel. Het tandem blijft intact tot de eieren zijn afgezet. Zodoende: allerlei tandems boven een poeltje. Het mannetje slaat het water met het vrouwtje - dan laat ze een stel eitjes los.

Bijzonder: een pantserjuffer die eieren afzet op wilgestengels. Volgens Peter de enige libel die op hout zit. Het vrouwtje zaagt gleufjes in de bast. We zien haar in spijkerschrift een boodschap schrijven: hier werken libellen aan libellen.

Half in de middag vervaagt de zon alweer. De lauwheid van het daglicht, de kleur van het landschap, de geur van de wind, de geluiden van de vogels - niet deze dingen afzonderlijk, maar het totaal, de lichamelijk begrepen totaliteit van herfst.

    • Koos van Zomeren