VPRO-kijker blijft op zondag verstoken van actualiteit

Volgende week gaat op Nederland 3 het programma Nova van start, het resultaat van een fusie tussen de programma's NOS-Laat en Vara's Achter het Nieuws.

Het moet het beste worden dat de Nederlandse televisie ooit aan nieuwsgaring en -duiding voortbracht, zo liet redacteur/presentator Paul Witteman ons zaterdag in een interview in de Volkskrant weten. Deze “horizontaal geprogrammeerde” uitzending wordt gemaakt “door een verzameling talent die je elders in Hilversum niet vindt”, journalisten die “zeer nadrukkelijk eigen nieuws gaan maken. We hebben een last-minute-team dat het nieuws van de dag doet, maar ook een research-team.”

Wat jammer dat Nova niet al is begonnen, dacht ik gisteren, tegen half elf vruchteloos zappend langs de Nederlandse zenders op zoek naar nieuws over, commentaar op en achtergronden van de uitslag van het Franse referendum. Eerder had Brandpunt op Nederland 1 weliswaar al aandacht aan de eerste uitslagen besteed, maar later op de avond was men voor de stemmingen en koersen volstrekt afhankelijk van buitenlandse zenders.

Maar ook al was Nova al begonnen, realiseerde ik me, de kijker was dan op de avond dat over de toekomst van Europa werd beslist toch nog van de inspanningen van het Hilversumse dream-team verstoken gebleven. Nova is er immers elke dag, behalve op zondag. Want op zondag zendt ook straks de VPRO uit, en die omroep wenst aan Nova niet mee te werken. “Omdat ze geen traditie hebben in het verzorgen van actualiteiten”, luidde volgens Witteman het belangrijkste VPRO-argument tegen de samenwerking.

De kracht van de VPRO-televisie schuilt in het terugbrengen van een actuele problematiek naar menselijke proporties, zo bleek ook gisteren weer uit de eerste Diogenes-aflevering van dit seizoen. Onder de titel De laatste Joegoslaven werden de wederwaardigheden van een door de burgeroorlog vertwijfelde en verscheurde familie getoond. De dochter des huizes ondernam om van Belgrado naar Zagreb te komen een tocht van enkele dagen, die voor de oorlog slechts een halve dag in beslag genomen zou hebben.

Wie de uitzending heeft gezien, zal de beelden van het verwoeste Vukovar en de melancholiek zingende accordeonist aan het begin van het programma niet licht vergeten. Indrukwekkend was ook de uitwisseling van dagboekfragmenten tussen een jonge en een oudere vrouw uit Sarajevo, met oorlogsimpressies van nu en van vijftig jaar geleden. “In deze oorlog slachten buren elkaar af”, vatte de jonge Bosnische het verschil samen. “Jullie wisten waartegen je vocht.”

Zo waren er meer ontroerende beelden te zien in deze aflevering van de VPRO-buitenlandrubriek, en ondersteund door harmonikaklanken waren ze nu en dan op het sentimentele af. Naarmate de uitzending vorderde nam echter het ongeduld toe; waarom moet de kijker meer dan tien minuten getuige zijn van een poging om in Belgrado via een 'bakkie' contact te krijgen met een familielid in Sarajevo?

Vooral op avonden als gisteren wreekt zich de beperktheid van de VPRO-programmering. De actualiteit behoeft niet de avond te dicteren, maar een geheel voorbijgaan aan het Franse referendum getuigt wel van erg veel hoogmoed. Wordt het niet tijd, nu de VPRO de A-status heeft, dat deze omroep ook eens een traditie kweekt in het verzorgen van actualiteiten?