Van den Broek blij: heronderhandelen is nu niet meer nodig

NEW YORK, 21 SEPT. Heronderhandelen over het Verdrag van Maastricht, nu Frankrijk met slechts zo'n kleine marge "ja' heeft gezegd, “lijkt me niet nodig”, zei minister Van den Broek van buitenlandse zaken gisteravond in New York. “Het Verdrag van Maastricht was al een zwaar bevochten compromis. Over heronderhandelen moet men niet te gering denken; dat is een gigantische operatie, waarbij van alles mis kan gaan. En bovendien, de meerderheid in Frankrijk heeft toch "ja' gezegd. Ik zie geen andere mogelijkheid dan nu door te gaan.”

Van den Broek zal er vanavond voor pleiten, als de twaalf EG-ministers van buitenlandse zaken in New York bijeen komen, dat er een soortgelijk besluit wordt genomen als onmiddellijk na de negatieve uitslag het Deense referendum gebeurde. Daar spraken de ministers met elkaar af dat de overige lidstaten zouden proberen zo snel mogelijk met de ratificatie door te gaan.

“Op z'n laatst in Edinburgh, op de komende EG-topconferentie, moet Denemarken aangeven hoe het als land verder in het Europese beeld past. Wat er gaat gebeuren, moet in december toch wel duidelijk zijn”, aldus Van den Broek.

Een beetje een grotere meerderheid zou hem inderdaad gelukkiger hebben gemaakt, zei Van den Broek in New York als reactie op de uitslag van het Franse referendum. “Misschien is zo'n gering verschil niet bevredigend voor veel mensen, maar een meerderheid is een meerderheid. Zo gaat dat nu eenmaal met verkiezingen: the winner takes all.”

De Nederlandse minister was duidelijk opgelucht over de uitslag. De hele dag had hij vanuit New York, waar hij de jaarlijkse Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bijwoont, contact gehouden met de Nederlandse ambassadeur in Parijs om van de laatste berichten op de hoogte te worden gesteld.

Hoewel hij de uitslag, zei Van den Broek met “voldoening” had waargenomen, moest hij toch zeggen dat er een duidelijke discrepantie bestaat “tussen de aspiraties van Europese politici en dat wat door het publiek wordt gevoeld”. Hij zei echter ook er moeite mee te hebben gehad te begrijpen wat de Franse nee-zeggers bewoog. “Ik heb altijd het idee gehad dat Frankrijk fundamenteel pro-Europees is en voorstander van een nog verdergaand integratieproces. Bij een zo marginaal positief resultaat van het referendum kan het niet anders zijn dan dat binnenlandse problemen de einduitslag duidelijk hebben beïnvloed.”

Van den Broek vindt dat, in het licht van het feit dat bijna de helft van de Fransen tegen "Maastricht' is, de essentie van het verdrag duidelijker gemaakt moet worden tegenover de bevolking. Volgende week komt er een nota van de regering uit als antwoord op de meer dan vijfhonderd vragen vanuit de Tweede Kamer over het verdrag. Er zal een brochure worden uitgegeven met een beschrijving van de essentie, en in de komende maanden worden publieke informatie- en discussiebijeenkomsten georganiseerd.

"Maastricht', aldus de minister “is zeker ambitieus, maar in onze ogen ging het vorig jaar nog lang niet ver genoeg, zeker niet als we praten over democratische controle.” In de hele discussie over het verdrag hadden in de afgelopen periode, naar zijn mening, soms wat demagogische elementen de overhand gekregen.

Een referendum ook in Nederland, daar zou Van den Broek zich tegen verzetten, zei hij. Er spelen daarbij naar zijn mening te veel factoren bij de keuze een rol, die niets met de zaak zelf te maken hebben. “Ik zou er gemakkelijker vrede mee hebben dat het parlement na een gegronde schriftelijke voorbereiding en een degelijke discussie "nee' zegt, dan dat dit wordt uitgemaakt in een simpel ja/nee referendum.”

Hij kan dat gemakkelijk zeggen, want de minister rekent er vast op dat het Nederlandse parlement nu spoedig, na een grondige voorbereiding, het akkoord van Maastricht zal goedkeuren.