Schaamte LSG over Spasski

Het Leidsch Schaakgenootschap (LSG) schaamt zich voor het gedrag van zijn erelid, de Frans-Russische schaakgrootmeester Boris Spasski.

Die speelt in klein-Joegoslavië om veel geld tegen de Amerikaan Bobby Fischer. De twee schakers schenden daarmee de economische boycot van de Verenigde Naties tegen Servië en Montenegro. Fischer wordt daarom op de huid gezeten door het Amerikaanse Ministerie van Financiën. Spasski krijgt vandaag een fax van de voorzitter van LSG, Raoul van Ketel, die een extra ledenvergadering van de schaakclub heeft moeten uitschrijven waar Spasski waarschijnlijk geroyeerd zal worden.

Waarom heeft u die vergadering moeten uitschrijven?

Een vijftal leden heeft een brief aan het bestuur geschreven met het verzoek om een extra vergadering over Spasski. Zij stellen voor hem het erelidmaatschap te ontnemen. Het bestuur steunt dat voorstel. De vergadering wordt volgende week dinsdag gehouden in Leiden. Als twee-derde van de aanwezigen voor stemt, raakt Spasski zijn erelidmaatschap kwijt. Dat kan met een ererlid net zoals met een gewoon lid.

Hoe is Spasski erelid geworden?

Dat was in 1970 toen hij voor LSG een vierkamp speelde met Botwinnik, Larsen en Donner ter ere van het 75-jarig bestaan van de club. Spasski was toen wereldkampioen. Dus het was een hele eer voor de club. Maar nu stijgt het schaamrood ons naar de kaken.

Zelfs de Franse regering heeft nog niet openlijk haar afkeuring uitgesproken over het gedrag van Spasski. Waarom LSG wel?

Op een erelid moet je trots kunnen zijn. Die moet het voorbeeld geven voor de andere leden. Maar iedereen schaamt zich, nu hij in Joegoslavië speelt. We proberen Spasski vandaag te bereiken per fax. Hij heeft een week tijd om te reageren of zich te verdedigen. In interviews heeft Spasski gezegd: ik ben profschaker en a-politiek. Maar dan kan natuurlijk niet. De zakenman Heineken is ook a-politiek, maar mag van de VN geen bier gaan verkopen in Joegoslavië.