Rijk de Gooyer kan kankeren en zeuren als geen ander; Pinter als gezellige komedie

Voorstelling: De Thuiskomst van Harold Pinter. Vertaling: Barbara van Kooten; regie: Tim Luscombe; spel: Rijk de Gooyer, Helmert Woudenberg, Olga Zuiderhoek, e.a. Gezien: 18/9 Nieuwe de la Mar Amsterdam. Aldaar t/m 10/10, daarna elders t/m 12/12.

Rijk de Gooyer als Max in De Thuiskomst van Harold Pinter - het heeft iets feestelijks, vergelijkbaar met het krijgen van een cadeautje. En dat is het ook eigenlijk, want de kans hem op het toneel te zien staan, is zeldzaam. Nu hij dan avond aan avond de rol van de oude, chagrijnige Max speelt in De Thuiskomst, een stuk uit 1965 dat nu als vrije produktie is uitgebracht, treffen we hem meteen op zijn best. Zeurende en kankerende personages liggen De Gooyer immers als geen ander.

Een zin als “Stik in je eigen stront” rolt met natuurlijke vanzelfsprekendheid uit zijn mond. Zo zijn er meer momenten waarin hij laat horen hoe welgemeend het klinkt als hij zijn hart mag luchten voor een volle zaal. Met de smeuïge vertaling van Barbara van Kooten waarvan bij deze voorstelling gebruik is gemaakt, kan hij dan ook goed uit de voeten.

Niet alleen in verbaal opzicht, ook uiterlijk heeft De Gooyer alles mee voor zijn rol. Dat laatste geldt eveneens voor zijn medespelers: Helmert Woudenberg, Olga Zuiderhoek, Huub Stapel, Jack Wouterse en Ben Hulsman - ze hebben stuk voor stuk de juiste verschijning die hen geknipt maakt voor de types die ze neerzetten. Bovendien spelen vooral Woudenberg en Zuiderhoek in deze voorstelling sterke rollen als het uit Amerika overgekomen echtpaar Teddy en Ruth, dat voor het eerst in jaren een bezoek brengt aan het ouderlijk huis van Teddy.

Ze treffen er een merkwaardig mannenhuishouden aan met vader Max, oom Sam en de twee volwassen broers Lenny en Joey die elkaar het leven zuur maken. Teddy en Ruth lijken zich er niet over te verbazen, net zo min als Ruth ervan opkijkt als haar schoonvader haar bij hun eerste kennismaking uitmaakt voor smerige hoer. Even later gaat ze zonder tegenstribbelen in op de avances van haar zwagers en tenslotte accepteert ze onaangedaan hun voorstel om te blijven en wat bij te verdienen in een flat in de stad waar ze in alle rust mannen kan ontvangen.

Van het stelletje vreemde vogels dat Pinter in De Thuiskomst (1965) verzamelde is Ruth het ongrijpbaarst. Met haar onderkoelde blik en minzame glimlach heeft Olga Zuiderhoek precies de juiste toon getroffen. Maar toch: hoe ondoorgrondelijk haar reacties ook zijn en hoe fascinerend bij voorbeeld de dubbelhartige houding van Helmert Woudenberg ook is, de voorstelling die de Engelse regisseur Tim Luscombe hier heeft gemaakt roept minder vragen op dan je op grond van de tekst zou verwachten.

Waar dat aan ligt, is moeilijk te zeggen, want Luscombe heeft de meeste aanwijzingen van Pinter keurig opgevolgd. Zo speelt de voorstelling zich af tegen een realistisch decor dat een huiskamer verbeeldt. De enscenering maakt kortom een degelijke indruk, maar is tegelijk ook glad: de gesprekken lopen net iets te gesmeerd. Lange stiltes komen nauwelijks voor en de besluiteloosheid van sommige personages is op de achtergrond gedrongen doordat er in hoog tempo wordt gespeeld. Dat kan leuk zijn, zeker als Rijk de Gooyer aan het woord is, maar wie De Thuiskomst uitsluitend als een gezellige komedie behandelt, haalt wel de angel uit het stuk.