Referenda in Frankrijk

De Franse politieke traditie na de Tweede Wereldoorlog wordt gekleurd door een reeks van volksraadplegingen. Op 28 september organiseerde generaal De Gaulle een referendum over een nieuwe grondwet die de Vijfde republiek moest vestigen; 85 procent van de Fransen stemde daar toen mee in. Op 8 januari 1961 konden de Fransen zich uitspreken over het zelfbeschikkingsrecht van de bevolking van Algerije; 74,9 procent stemde daar toen voor.

In 1962 werden twee volksraadplegingen gehouden. Op 8 april spraken de Franse kiezers zich met meer dan 90 procent uit ten gunste van een staakt-het-vuren in Algerije. Op 28 oktober van dat jaar stemde 62,2 procent in met de rechtstreekse directe verkiezing van de president. Het laatste referendum dat door De Gaulle werd georganiseerd dateert van 27 april 1969, toen men zich kon uitspreken over regionalisering en hervorming van de rol van de Senaat. Meer dan 53 procent van de Fransen stemde toen tegen, wat leidde tot het aftreden van De Gaulle.

George Pompidou, die later in 1969 tot president werd gekozen, onderwierp de uitbreiding van de EG met Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken aan een referendum op 23 april 1972. Veel kiezers (bijna 40 procent) bleven toen weg, maar vóór uitbreiding stemden toen 67,7 procent.

Het was niet de eerste keer dat president Mitterrand een referendum hield. In november 1988 konden de Fransen hun mening geven over een nieuw statuut voor Nieuw-Caledonië. Een meerderheid was voor. (AFP)