Matchplay is een boeiende variant voor professionals; NK golf wordt Schots duel

GEYSTEREN, 21 SEPT. Met de ontwikkeling van de golfsport op het continent kwamen in de jaren tachtig de Britse professionals naar ons land. Er kwamen veel nieuwe banen en voor een prof valt hier met lesgeven meer eer en geld te verdienen. Hun aantal is inmiddels opgelopen tot veertig. Dat ze met hun aanwezigheid ook een stempel drukken op de uitslagen in de toernooien bleek andermaal tijdens het Nationaal Matchplay Kampioenschap op Golf- en Countryclub Geysteren. De finale was een Schotse aangelegenheid tussen Gary Davidson en Iain Forrester.

Matchplay is de spelvorm waarbij het gaat om het aantal gewonnen holes en niet om het aantal slagen over een hele ronde. Bij strokeplay neemt de speler het op tegen de baan, terwijl hij bij matchplay alleen met zijn tegenstander heeft te maken. Het vereist een andere psychologie en dat werd in de finale duidelijk geïllustreerd. Davidson kwam snel op voorsprong en had een goede kans om op de vijfde hole op 3-up te komen toen hij de bal drie meter van de hole sloeg. Forrester maakte echter zijn putt van acht meter en Davidson miste.

Plotseling was de strijd weer open. Davidson had andermaal op 3-up kunnen komen, toen Forrester op de tiende hole twee keer links in het bos sloeg. Met slordig spel gaf Davidson de hole toch nog uit handen. Steeds meer kwam aan het licht dat hij zich geen raad wist met de kleine voorsprong die hij had. Overmand door nervositeit sloeg hij op de zestiende hole zijn bal in het water. De stand kwam daardoor gelijk en het morele voordeel was nu aan de kant van Forrester. Al op de volgende hole voltrok hij op spectaculaire wijze het vonnis over zijn landgenoot. Met een volgeraakte wedge sloeg hij de bal over 118 meter ineens in de hole voor een eagle-2.

De 26-jarige prof van Golfclub Hoenshuis in het Zuidlimburgse Voerendaal kwam daardoor voor het eerst aan de leiding en zou deze op de laatste hole niet meer afstaan. Zijn prijs was 5000 gulden. Bijna altijd spelen professionals strokeplay. Op den duur wordt die spelvorm monotoon. De finale in Geysteren toonde opnieuw aan dat matchplay een boeiende variant kan zijn.

Joost Steenkamer was de enige Nederlander die de laatste vier bereikte. Terwijl de Britse professionals de laatste maanden in de toernooien in ons land de toon aangeven, zijn de Nederlandse toernooiprofs zojuist weer begonnen aan hun campagne om een plaats te veroveren op de Europese Tour volgend jaar. Het eindstation daarvoor is de kwalificatieschool in Montpellier half november. Van de 200 spelers verdienen de beste veertig de Tourkaart. Maar eerst zijn er twee voorkwalificaties, waarvan de eerste vorige week plaatsvond in Engeland.

Van de 421 deelnemers hebben de beste veertig zich geplaatst voor Montpellier, onder wie Constant Smits van Waesberghe en Rolf Muntz. De laatste is nog steeds amateur, maar maakte dankbaar gebruik van een nieuwe regel. Tot vorig jaar konden alleen professionals aan de carrousel van kwalificaties deelnemen. Als ze er niet in slaagden een Tourkaart te behalen, kwamen ze een jaar lang in niemandsland terecht. Ze waren geen amateur en konden als prof bijna nergens deelnemen omdat ze geen ranking hadden. De nieuwe regel bepaalt dat een amateur zijn status mag behouden als hij de Tourkaart mist. Voor degenen die zich niet al in Engeland voor "Montpellier' wisten te plaatsen, is er eind oktober een herkansing in Valencia. Ook daar zullen weer honderden ambitieuze spelers aan de start verschijnen.

Een geval apart is Chris van der Velde, de enige Nederlander die in het kostbare bezit is van een Tourkaart. Dankzij een goede seizoenstart stond hij in april 33ste op de Europese ranglijst. Sinds mei is hij echter weinig succesvol en is hij teruggevallen naar de 132ste plaats. Van der Velde krijgt dit seizoen in nog twee toernooien de kans zich op te werken naar een plaats bij de eerste 120. Lukt dat niet, dan zal hij voor het vijfde achtereenvolgende jaar de strafexpeditie naar Montpellier moeten ondergaan.