Jakarta: Pronk reageert te gretig op suggestie over hulp

JAKARTA, 21 SEPT. In Jakarta is verbaasd gereageerd op de “politieke gretigheid” waarmee minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) vorige week reageerde op president Soeharto's verzoek om Nederlands ontwikkelingsgeld beschikbaar te stellen aan Derde-Wereldlanden die met dat geld kennis en ervaring zouden moeten kunnen opdoen in Indonesië.

Pronk toonde zich desgevraagd “enthousiast” over het verzoek. Indonesië heeft eerder dit jaar de ontwikkelingsrelatie met Nederland verbroken na Nederlandse kritiek op het beleid inzake de rechten van de mens van Indonesië en de opstelling van Pronk in deze kwestie.

President Soeharto ontving vrijdag minister J.M.M. Ritzen (onderwijs) die een week lang de gast is van de Indonesische regering. Tijdens dat onderhoud vroeg Soeharto Nederland initiatieven te nemen voor een Westerse bijdrage aan versterking van de onderlinge samenwerking tussen ontwikkelingslanden. Zo zou Nederland, aldus de president, fondsen ter beschikking kunnen stellen om Afrikaanse vakmensen kennis te laten opdoen in Indonesië. In Jakarta wordt het verzoek van Soeharto uitgelegd als een verzoek aan Nederland om voorop te gaan bij versterking van de Zuid-Zuidsamenwerking.

Pronk verklaarde vrijdagavond in een eerste reactie dat Soeharto's verzoek “op gespannen voet” staat met het besluit van Indonesië om de ontwikkelingsrelatie met Nederland te verbreken. Pronk zei dat hij dit idee om met Nederlands ontwikkelingsgeld andere landen te laten profiteren van Indonesische kennis en ervaring al anderhalf jaar geleden met de Indonesische minister Radius Prawiro heeft besproken.

Zegslieden in Jakarta die het bezoek van minister Ritzen op de voet volgen, maar gezien de “kennelijke partijpolitieke rivaliteit in het kabinet” liever anoniem blijven, vinden dat Pronks interpretatie “geen recht doet aan de bedoelingen van Indonesië”. Zij wijzen erop dat Soeharto het denkbeeld van een intensievere Zuid-Zuidsamenwerking begin september naar voren heeft gebracht tijdens de tiende conferentie van niet-gebonden landen in Jakarta, die het idee een prominente plaats gaf in haar slotverklaring.

Indonesië is de komende drie jaar voorzitter van de beweging en Soeharto neemt dat voorzitterschap hoogst serieus. De president zou het verzoek niet toevallig hebben gedaan aan de vooravond van zijn vertrek naar New York, waar hij donderdag namens de niet-gebonden landen de Algemene Vergadering van de VN zal toespreken.

Zegslieden in Jakarta zijn van mening dat “het verzoek allereerst op zijn multilaterale merites moet worden beoordeeld en pas in tweede instantie mag worden geïnterpreteerd als een bilaterale handreiking”. Dat Nederland als eerste Westerse land wordt benaderd om een bijdrage te leveren aan de door Soeharto gepropageerde hulp van rijkere aan minder bedeelde ontwikkelingslanden, kan “hooguit” worden uitgelegd als een welwillende reactie op de huidige Nederlandse inspanningen om de betrekkingen met Indonesie te verbeteren.

Het verzoek zou het profiel van Indonesie als "hulpgever' moeten versterken en niet de bedoeling hebben via een sluipweg alsnog Nederlandse ontwikkelingsgelden binnen te halen. “Die laatste interpretatie geeft alleen maar aanleiding tot nieuwe misverstanden”, menen genoemde waarnemers. Een officële reactie van Indonesische zijde was niet te krijgen.