Ja, maar

WAT EEN FEESTELIJKE en instemmende golf door de parlementen van de Europese Twaalf had moeten worden, is uitgepakt als een zware hordenloop.

Na de struikeling van de Denen wipten de Fransen gisteren net over hun zelfgemaakte obstakel. De race is nu goeddeels gelopen hoewel er onzekerheid over blijft bestaan of alle deelnemers de limiet zullen weten te halen. De doelstellingen van het verdrag van Maastricht zijn gered voor een meerderheid van de Gemeenschap, maar het verdrag als juridisch instrument zal pas kunnen functioneren wanneer alle ondertekenaars de ratificatieprocedure met een positief resultaat zullen hebben afgerond.

De "stiff upperlip' van nonchalante zelfverzekerdheid is aan gene zijde van de Noordzee inmiddels geheel verdwenen. Het Britse verwijt dat de Duitse centrale bank met een wereldvreemd rentebeleid de valutacrisis van vorige week had veroorzaakt, moest dit weekeinde in Washington ten overstaan van de andere zes van de Zeven grote industrielanden weer worden ingeslikt. Premier Major kwam daarenboven als gevolg van de nipte uitslag van het Franse referendum in de slechtst denkbare positie tegenover partij en parlement te verkeren.

ONDER DIE omstandigheden is het begrijpelijk dat er in Londen tijd moet worden gewonnen. Het bijeenroepen van een extra Europese top kan daartoe dienen. Maar Majors uitvlucht dat nu eerst maar eens moet worden afgewacht of de Denen nog iets zullen willen rechtzetten is op zijn minst een opmerkelijke manifestatie van Britse onafhankelijkheid. Het zou geloofwaardiger zijn als het Lagerhuis soeverein een oordeel over "Maastricht' zou durven geven en op die manier Denemarken een handreiking zou doen om weer uit het zelfgegraven gat te kruipen.

Stopzetting van de ratificatieprocedure en heronderhandeling over het verdrag van Maastricht zoals de Denen willen, is zeker na de Franse uitslag niet opportuun. Alleen al de gedachte dat de Fransen vervolgens zich andermaal over het resultaat zouden moeten uitspreken, maakt dit zonneklaar. Bovendien staat nu min of meer vast welke landen werkelijk tot de kern van de Europese Gemeenschappen willen behoren en welke hun twijfels niet hebben weten te overwinnen. De laatste vormen een uiterst kleine minderheid. De Fransen hebben hun angsten opzij gezet en "ja' gestemd. De Duitsers hebben inmiddels kunnen vaststellen dat hun politiek van monetaire zelfbeheersing zich heeft doorgezet en dat de critici in het stof hebben moeten bijten. De Benelux-landen hebben hun oriëntatie op het Duitse beleid beloond gezien, Italië heeft begrepen zijn levensstijl te moeten aanpassen en Spanje, Portugal en Ierland zijn in de stormvloed van de valutacrisis van vorige week op de been gebleven. Wie nu niet meedoet, zet zichzelf op achterstand, ook al zullen de doorzetters dan met een vraagstuk van juridische vormgeving worden opgescheept.

DE NEDERLANDSE minister van buitenlandse zaken heeft terecht gereageerd op de Franse uitslag in de zin van ja is ja. Naar zijn mening moet het voorgenomen scenario nu zonder omwegen worden afgewikkeld. Het is volgens de bewindsman aan de Denen om een oplossing te vinden voor de door hen geschapen problemen. Zonder af te willen dingen op dit ministeriële standpunt, mag er toch aandacht voor worden gevraagd dat het aloude Nederlandse dilemma weer dreigt te herrijzen. Hoezeer de Britten ook kan worden verweten niet altijd serieus met Europa om te gaan, het is een juist en historisch gedocumenteerd vaderlands dogma dat zij er bij horen. Zeker in Nederland behoort niet lichtvaardig te worden gedaan over de kwade kans van een Brits afhaken.

In het verdrag van Maastricht is ruim rekening gehouden met de bijzondere wensen en de "andere positie' van het Verenigd Koninkrijk. Zo bezien is er geen reden waarom het Britse parlement er niet mee zou instemmen. Maar in de afgelopen dagen heeft de band die Groot-Brittannië met het continent verbindt averij opgelopen. Voor een belangrijk deel heeft de Britse politiek die schade zelf aangericht, maar waar Britse politici waarschijnlijk voor zichzelf nog niet hebben vastgesteld of zij zich katterig dan wel opgelucht moeten voelen, zal erkenning van die waarheid nog wel op zich laten wachten.

DE LANDEN van de Europese Gemeenschap worstelen zonder uitzondering met een leiderschapscrisis. Die crisis is het meest manifest in de grootste landen. Als zodanig is zij niet alleen een uiting van nationaal bepaalde problemen, maar van de onzekerheid die er over de toekomst van Europa is ontstaan - niet zozeer als gevolg van de kleine meerderheid voor het Franse "ja', maar al veel eerder veroorzaakt door de ingrijpende politieke, economische en sociale verschuivingen die zich op het Euro-Aziatische landmassief voordoen. Tegen die achtergrond geeft dat "ja' de Twaalf toch een steuntje in de rug.