Iphigénie en Tauride sober en expressief bij Opera Zuid

Voorstelling: Iphigénie en Tauride van C. W. von Gluck door Opera Zuid, Zuidelijk Theaterkoor en het Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Louis Langrée (Anthony Negus 29/9) m.m.v. o.a. Sylvie Brunet, John Hancock, Tracey Welborn en Math Dirks. Decors: Christian Rätz; kostuums: Etienne Couleon; regie: Patrice Caurier en Moshe Leiser. Gezien: 19/9 Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Herhalingen: 22/9 Rotterdam; 24/9 Eindhoven; 26/9 Den Bosch; 29/9 Roermond; 2/10 Breda; 6/10 Venlo; 8/10 Heerlen; 10/10 Sittard. Radio-uitz.: 4/10 20.00 uur Radio Limburg (opname 24/9).

Opera Zuid, het nieuwe operagezelschap dat in februari vorig jaar op een tijdelijke basis begon, brengt nu al zijn vierde produktie: Iphigénie en Tauride van Gluck. De première ging zaterdag in het nog bijna nieuwe Theater aan het Vrijthof in Maastricht, de standplaats van Opera Zuid. Hoewel Opera Zuid inmiddels in het nieuwe Kunstenplan van minister d'Ancona voor de komende vier jaar bestaansrecht heeft verworven, is de toekomst nog niet geheel verzekerd, want WVC eist van de gemeente Maastricht en de provincies Limburg en Noord-Brabant dat zij gezamenlijk evenveel bijdragen aan Opera Zuid als het ministerie doet. En die toezeggingen zijn nog niet gedaan.

Toen Opera Zuid vorig jaar met Mozarts Le Nozze di Figaro zijn eerste voorstelling bracht, was Iphigénie en Tauride te zien bij de Nederlandse Opera in een fel en opzichtig kleurige produktie van de Duitse schilder-regisseur Achim Freyer. De sobere Iphigénie die Opera Zuid nu toont - een co-produktie met de Welsh Opera - is ten opzichte van die visueel wild-overdadige Amsterdamse voorstelling een hele verbetering. Men kan zich nu tenminste concentreren op het verloop van het verhaal - de slotscène van de lange en bloederige historie van de familie Agamemnon, voor, tijdens en na de Trojaanse oorlog. In Tauris wordt nog net voorkomen dat Iphigeneia haar broer Orestes doodt.

Tijdens de voorstelling van Freyer, geplaatst in een soort kijkdoos, werd de aandacht voornamelijk opgeëist door de buitengewoon hoge cothurnen, waarop Iphigeneia zich nauwelijks kon voortbewegen. Bij Opera Zuid vormen twee af en toe verschuivende grijze panelen het decor. De personages - hier blootsvoets - zijn gehuld in grijs en bruin, ook al de tinten waarin het Frans-Belgische regisseursduo Patrice Caurier en Moshe Leiser zichzelf na afloop vertoonde. Eén stoeltje en wat speren zijn er nog tegen het slot, verder bestaat de hele voorstelling slechts uit beweging, gestiek en mimiek.

De regie lijkt op de conceptloze en directe aanpak van bij voorbeeld Peter Brooke en van Pierre Audi, de artistiek directeur van de Nederlandse Opera, al wordt die hier wel erg extreem doorgevoerd. Dat past bij Gluck, die de barokopera ontdeed van elke dramatisch zinloze overbodigheid, versierende uiterlijkheden afschafte en zich richtte op pure expressie. Mede door coupures van bij elkaar een kwartier heeft de voorstelling een enorme vaart gekregen en het slot kan men nu zelfs flitsend noemen. Maar het regisseursduo gaat wel erg ver door het goeddeels negeren van de mythologie, het minimaliseren van de functie van het noodlot, het afzwakken van de rol van furieën en het reduceren van de beslissende macht der goden. De boosaardige koning Thaos is nauwelijks meer dan een schim - waarom is Iphigeneia eigenlijk zo bang voor hem? Daarentegen is er veel roerende aandacht voor de Griekse liefde tussen Orestes en zijn vriend Pylades, die tegen elkaar opbieden om in plaats van de ander te mogen sterven.

Wat na al die stroomlijning overblijft is - mede dankzij de boventiteling - een begrijpelijke en respectabele voorstelling die zich concentreert op de kern van de handeling, de onderlinge confrontaties en de menselijke emoties. De indringende scherpte, zoals die veelal klinkt uit de orkestbak en de kelen van de zangers in de hoofdrollen, correspondeert met de heftigheid van het verhaal. Stemschoonheid en welluidendheid staan niet voorop en ontbreken meestal zelfs welbewust bij Sylvie Brunet (Iphigénie), John Hancock (Orestes) en Tracey Welborn (Pylades), die een grote inzet tonen. De kleinere rollen en de koorpartijen worden vrijwel alle vertolkt door jonge zuidelijke zangers.

Dirigent Louis Langrée, die binnenkort bij de Nederlandse Opera ook Les brigands van Offenbach dirigeert en de afgelopen tijd al voortdurend heen en weer reisde tussen Amsterdam en Maastricht, beheerst de voorstelling met de intensiteit van zijn dringende tempi, waarin hij door het Limburgs Symphonie Orkest vaak uitstekend wordt gevolgd.

Voor dit seizoen staan nog bij Opera Zuid twee produkties op het programma: Il barbiere di Siviglia van Rossini en Ariadne auf Naxos van Richard Strauss, in een regie van artistiek leider Aidan Lang. Het seizoen 1993-"94 bestaat uit L'Etoile van Chabrier, Falstaff van Verdi en La bohème van Puccini.