Europese Unie beschadigd maar voorlopig gered

BRUSSEL, 21 SEPT. Het verdrag is voorlopig gered - Europa is met de schrik vrijgekomen.

Maar het grootste politieke project van de laatste decennia heeft zware averij opgelopen. Het "rendez-vous avec l'histoire', zoals het Franse referendum werd genoemd, is de Europese Gemeenschap bijna fataal geworden. Van de Fransen stemde 51.01 procent voor en 48.99 procent tegen in een referendum dat officieel het Europa van morgen betrof - de politieke en monetaire unie - maar in de praktijk ging het toch vooral over het Europa van vandaag. “Een kwitantie voor het verleden en een blanco cheque voor de toekomst”, zo protesteerde de Franse socialist en oud-minister Jean-Pierre Chevènement vorige week nog tegen het referendum.

Het "petit oui' zorgde gisteravond voor grote opluchting in Brussel. Als een schipbreukeling die net aan de verdrinkingsdood is ontsnapt, bedankte commissie-voorzitter Jacques Delors gisteravond op de Franse tv alle pro-Europeanen voor hun steun. Het grote Europese project van integratie en samenwerking kan voortgaan, zo zei hij.

Maar voorlopig lijkt alleen het gezicht van de Europese Unie gered: het licht staat op oranje en niet op groen. De symboliek is er nog, maar de dynamiek is grotendeels weg. In plaats van een blanco cheque heeft de Franse kiezer Europa een klein krediet verstrekt. Europees commissaris Karel van Miert (transport) constateerde vanochtend dat het verval van de laatste weken weliswaar is gestopt en er nu weer een kans is “om bergop te gaan. Maar alles is moeilijker en gecompliceerder geworden”.

Voor het enthousiasme en zelfvertrouwen dat de Europese regeringsleiders in Maastricht in december na het sluiten van "het' verdrag demonstreerden, is weinig reden meer. Na de Denen (50.7 procent tegen, 49.3 procent voor) hebben nu de Fransen laten zien dat Europese integratie volgens het moeilijk ontwarbare Verdrag van Maastricht allerminst vanzelf spreekt. De publieke opinie in Europa lijkt omgeslagen. "Maastricht' blijkt de gewone burger vooral te verontrusten en te verdelen. Hoe kan het ook anders? De Duitsers presenteerden Maastricht als het begin van de Verenigde Staten van Europa en de Britten als een garantie voor het voortbestaan van de nationale staten. Het is die onduidelijkheid die "Maastricht' de das lijkt om te doen. Over de koers, het echte lange-termijn doel, van de Europese samenwerking zijn de lidstaten verdeeld gebleven. Intussen gaan de grenzen wel open, staat er één munt op stapel, en één defensie en één buitenlands beleid, en sijpelen er steeds meer nationale bevoegdheden naar het verre Brussel. Forse overheidsbezuinigingen worden in alle lidstaten gerechtvaardigd met een beroep op het heilige doel van de monetaire unie. Tegelijk neemt in bijna alle Europese landen de werkloosheid toe en blijft het economisch herstel uit. In Frankrijk werd het electorale klimaat dat de afgelopen maanden daardoor werd veroorzaakt, wel verklaard met het Woody Allen-principe. Allen zei ooit: “Het antwoord is nee. Wat was de vraag ook alweer?”

Pag.6: September bracht ontnuchtering; Verdrag van Maastricht lijkt eerder eindpunt dan het begin van een nieuwe ontwikkeling

Of het verdrag ooit uitgevoerd zal worden, is met het krappe Franse "ja' niet zekerder geworden. De Deense positie om te onderhandelen over een aangepaste verdragtekst, waarover de Deense kiezer zich in een eventueel nieuw referendum kan uitspreken, is er aanmerkelijk door verstevigd. De Euro-sceptici onder de Britse regerende Conservatieven hebben ook de wind in de zeilen, zij het natuurlijk minder dan bij een Frans "nee'. Premier Major heeft als voorzitter van de EG-ministerraad voor begin volgende maand een tussentijdse top van regeringsleiders aangekondigd. Dan moet de impasse worden doorbroken en de eenheid worden hersteld.

September was wat dat betreft de maand van de ontnuchtering. Major koos voor het nationale economische belang door te breken met het Europese systeem van stabiele wisselkoersen. Ook de Italianen waren gedwongen zich terug te trekken. De peseta moest devalueren, maar kon nog lid blijven. In Frankrijk werd in de campagne de nationale angst voor de historische rivaal Duitsland openlijk door voor- en tegenstanders uitgespeeld. Kohl kreeg een forse aanvaring met de Britten over het rentebeleid van de Bundesbank. Wat een half jaar geleden nog een federatie in oprichting leek, een economisch Fort Europa, herinnerde de laatste weken vooral aan het oude continent van welweer, compleet met traditionele breuklijnen tussen noord en zuid en tussen de ex-grote mogendheden. Het systeem van stabiele Europese wisselkoersen is in grote problemen, de onderlinge politieke spanningen zijn groter dan ooit. Nationale antipathieën zijn herleefd, nationalisme en xenofobie zijn terug als politieke thema's. Het Verdrag van Maastricht lijkt steeds meer een eindpunt te zijn, in plaats van het begin van een nieuwe ontwikkeling.

Maar tegelijk moet geconstateerd worden dat de schipbreukelingen van het referendum - de Europese regeringsleiders die "Maastricht' tekenden - ondanks alles niets in de weg staat om door te ploeteren. François Mitterrand is beschadigd door de teleurstellend krappe overwinning, terwijl hij op forse steun had gerekend. De traditionele Franse voortrekkersrol in de EG is aangetast. Niet alleen door de uitslag, maar vooral door het referendum zelf, waarvoor geen enkele dwingende constitutionele reden was. Maar Mitterrand lijkt "Maastricht' mede te hebben willen gebruiken om er de binnenlandse oppositie mee te verdelen, en dat is in ieder geval gelukt.

Een leiderscrisis in Frankrijk en binnen de EG is nu op het nippertje vermeden. De Frans-Duitse as die Maastricht steunt, bestaat nog. Helmut Kohl, die als ultieme concessie Europa heeft beloofd de D-mark af te staan, kan aan zijn woord worden gehouden. Een Frans nee had ieder politiek draagvlak in Duitsland onder deze royale toezegging falikant weggeslagen. Ook met het benauwde Franse "ja, maar' zal het voor Kohl al moeilijk genoeg zijn om Maastricht door de Duitse publieke opinie aanvaard te krijgen. De monetaire en politieke unie is vooral zijn geesteskind. De Duitse leider is politiek verzwakt door de gevolgen voor de Duitse economie van de hereniging.

EG-voorzitter John Major, die in Maastricht nog uitriep dat zijn land “in het hart van Europa” staat, is nog in de grootste problemen. Hij heeft ratificatie in eigen land onverwachts uitgesteld tot duidelijk is hoe het Deense probleem wordt opgelost. Dat was tegen de afspraak met de andere lidstaten. Een week nadat Major zijn economische beleid totaal heeft gewijzigd, is nu dus zijn buitenlandse beleid in moeilijkheden. Van het "hart van Europa' is Engeland afgezakt tot onbetwist hekkesluiter.

Oost-Europa, de kandidaat-nieuwe leden en de arme lidstaten kunnen intussen min of meer ongeknakt tegemoet worden getreden. Datzelfde geldt voor de GATT-onderhandelingen over vrijmaking van de werelhandel. Er is nog net voldoende onderlinge cohesie en geloofwaardigheid over om met "vragende partijen' op politiek niveau verder te kunnen onderhandelen. Voorlopig althans. De bestuurlijke kracht van Brussel binnen Europa is wel sterk afgenomen: voor- en tegenstanders van Maastricht in Frankrijk hebben unisono de Brusselse technocraten als zondebok aangewezen, alle nadruk op het principe van subsidiariteit ten spijt.

De Europese droom ligt nog niet in scherven. Mits Europa snel zichzelf tot de orde roept en de komende top van regeringsleiders het momentum van de Europese eenwording terugvindt. Mits een coherente, simpeler visie van het Europa van Morgen wordt gepresenteerd dat de burger duidelijk maakt wat de bedoeling is.