Europa is nu ook van de gewone man; Gesprek met MAX KOHNSTAMM

De achtenzeventigjarige Max Kohnstamm is een Nederlandse Europeaan van het eerste uur. Hij was in de jaren vijftig onder meer secretaris van de Hoge Autoriteit van de Kolen en Staalgemeenschap, een van de samenwerkingsverbanden waar de EG uit voort is gekomen. In 1954 trad hij af als de Franse weigering toe te treden tot de Defensie Gemeenschap de gemeenschap in een diepe crisis wentelt. Een gesprek met een Europees idealist op de avond van het Franse referendum.

Het is al twaalf over acht als Max Kohnstamm, een van de nog levende grijze eminenties van Europa (78), achter mijn rug opduikt en fluistert: “Kan jij nu iets doen, waar staat de televisie?”. Zijn vrouw Kathleen loopt ook al zenuwachtig op me af: “Dat moet je toch meemaken, meer dan vijftig jaar naast een man leven die al zijn krachten aan Europa heeft gegeven en dan op deze avond niet weten hoe de Fransen gestemd hebben”.

We sluipen zo onopvallend mogelijk naar het toestel dat op een entresol staat, maar veel wijzer worden we niet. Als bezetenen schakelen we heel Europa door, maar uiteindelijk begrijpen we niet meer dan dat de meerderheid van het "oui' beroerd krap is en dat de verlossende zekerheid nog wel een tijd op zich zal laten wachten.

Kohnstamm zet zich weer aan zijn eigen dinertafel en ik aan de mijne. De gastheer heeft uit angst dat we het verjaardagsdiner van diens zeventigjarige vrouw zouden domineren met “geleuter over de kleine zaken van de dag”, ons tientallen meters uit elkaar geplaatst.

Kohnstamm was niet gerust op de uitslag van het Franse referendum. Voor het diner had hij mij toevertrouwd dat hij de laatste nachten niet zonder een pil had kunnen slapen en volgens zijn vrouw waren ze de afgelopen week voortijdig uit Italië weggevlucht, omdat hij niet tot rust kon komen en naar Brussel terug wilde omdat hij daar in ieder geval met vrienden over Mitterrands miscalculatie kon praten.

Door het toeval van het gijzelaarschap in Sint Michelsgestel heeft Kohnstamms leven in het teken gestaan van de Europese eenwording. Daar in het kamp (“Vergeleken met het doorgangskamp in Amersfoort, leek je in Michielsgestel geplaatst te zijn om vet gemest te worden als een gans”) ontmoette hij de latere premier Schermerhorn, die hem in 1945 bij koningin Wilhelmina aanbeval als haar privé-secretaris. “Dankzij het feit dat de Koningin, ja, zo noem ik haar nog altijd, mij al een jaar tevoren vertelde dat ze in 1948 zou abdiceren, kon ik een nieuwe werkkring vinden”. Hirschfeld, de regeringscommissaris voor Duitse betrekkingen, nam de historicus in dienst en toen hij drie jaar later naar Indië vertrok kwam Kohnstamm op het bureau Duitsland van het ministerie van buitenlandse zaken terecht. Hier begon zijn Europese carrière. Onder Dirk Spierenburg werd hij lid van de Nederlandse delegatie die moest onderhandelen over het plan-Schuman, dat zou leiden tot de oprichting van de Kolen en Staalgemeenschap (EGKS). Jean Monnet was de charismatische bedenker en vertolker van dit plan-Schuman, genoemd naar de toenmalige Franse minister van buitenlandse zaken.

Kohnstamm was direct tijdens de eerste ontmoeting diep onder de indruk van Monnet. Nog altijd vertelt hij met respect en gedrevenheid over de eerste voorzitter van de EGKS en de initiator van de Europese samenwerking. “Monnet was geen filosoof, maar een man met een zesde zintuig voor mensen, hij had een boer kunnen zijn, vierkant en stevig geworteld, maar met een fijnzinnigheid die ook Frans kan zijn”. Monnet was op zijn beurt gecharmeerd van de jonge diplomaat in de Nederlandse onderhandelingsdelegatie en vroeg hem als secretaris van de Hoge Autoriteit van de Kolen en Staalgemeenschap.

Monnet schrijft in zijn mémoires: “Kohnstamm had de capaciteit om buiten zijn landgenoten de Fransen, Duitsers, de Engelsen in hun eigen taal te begrijpen, hij kende hun litteratuur, hun pers. (...) Iedereen bewonderde zijn openheid van geest en de rijkdom van zijn morele leven. Ik vond in hem een medewerker en een vriend, wiens toewijding me nooit ontbroken heeft.” Nog altijd is Max Kohnstamm een man van wie de charme en zachtaardigheid afstraalt, hij staakt zijn verhaal als je hem onderbreekt en excuseert zich als hij denkt je verkeerd begrepen te hebben. Op zachte toon zegt Kohnstamm, dertien jaar na de dood van zijn bewonderde patron: “Ik heb het geluk gehad altijd voor buitengewone mensen te hebben gewerkt” en hij noemt Wilhelmina, Hirschfeld, Spierenburg en Monnet in één adem.

Spierenburg, als oud-lid van de Hoge Autoriteit, eveneens een ,"eminence grise' van de Nederlandse Europeanen, noemt Monnet “een volstrekt unieke persoonlijkheid, een man met visie, overtuigingskracht en een geloof in Europa, die veel tot stand heeft gebracht ”. Van Kohnstamm zegt hij dat deze een nuttige rol heeft gespeeld in de onderhandelingen rond de EGKS, maar dat zijn rol in de Hoge Autoriteit “goed, maar beperkt was”. “Ik ben zeer op Max gesteld en heb grote waardering voor hem. Hij is een overtuigde Europeaan, zeer toegewijd aan Monnet, maar naar mijn smaak wat té idealistisch”. Van dit idealisme getuigt Kohnstamm door in 1954 Jean Monnet te volgen, die ontslag neemt als voorzitter van de EGKS om zich na het afwijzen van de Europese Defensie Gemeenschap door het Franse parlement geheel te wijden aan de Europese eenwording. “Deze afwijzing was een slag. Monnet zat in Parijs en ik in Luxemburg toen het gebeurde en ik dacht: ,hiermee is het afgelopen'. Monnet vond dat hij zich als voorzitter van de EGKS niet aan andere, nieuwe initiatieven voor Europa kon wijden en hij nam ontslag. Ik volgde hem, omdat ik er diep van overtuigd was dat Europa een verloren zaak was en dat alleen hij er nieuw leven in kon blazen. Gelukkig had ik nog wat zakcentjes en kon ik me het avontuur permitteren om een nette baan te verlaten”.

De situatie rond het Franse referendum van gisteren vertoont enige gelijkenis met de afwijzing van 1954. In dat jaar nam de spanning tussen Oost en West iets af, er was een economische crisis en werkloosheid. Kohnstamm vreesde, na 17 jaar met Monnet voor een verenigd Europa gepleit en gelobbyed te hebben en nog eens 10 jaar zonder hem in zijn eigen comité met Heath, Colombo, Faure en Tindemans, gisteren hetzelfde gevoel van catastrofe te moeten herbeleven.

Als om negen uur vaststaat dat het "oui' het wel zal halen, valt een last van hem af. Hij geniet iets meer dan voorheen van het eten en zijn tafelgenoten.

Aan mijn tafel steekt Edmond Wellenstein, ook al zo'n wijze, grijze heer uit Europa, onverstoorbaar een lange fijne sigaar op. “Waar dient het toe dat we ons zenuwachtig maken, dat helpt niets”, zegt hij allerbeminnelijkst. Wellenstein was directeur-generaal voor de buitenlandse betrekkingen van de EG en werd, volgens J. Heldring, in de zeventiger jaren ook wel de Europese Kissinger genoemd. Zijn onverstoorbaarheid steekt schril af bij de betrokkenheid van Kohnstamm.

Vlak na 10 uur kijken we nog maar eens voor precieze cijfers, we missen het begin van het journaal en horen Tine van Houts zeggen dat de uitslag zeker een stabiliserende invloed op het pond zal hebben. “Pffft”, blaast Kohnstamm, “geen sprake van”. We draaien de buis maar uit, veel wijzer worden we niet van onze kortstondige tv-bezoekjes. Aan de feesttafel zet een leukerd een liedje in: “Hop, Marjanke, er is een prins in het land, weg met die malle Fransen”.

Op de terugweg in de auto naar Amsterdam sombert Kohnstamm: “Dit enge ja is natuurlijk beter dan een nee, als we mogen verwachten dat een uitslag tussen de 50,7 en 51,2 procent juist is, is dat wel erg krap. Waarom zo weinig Fransen na die opgewonden en goedgevoerde campagne thuis zijn gebleven zal wel komen omdat ze toch niets van het verdrag van Maastricht snapten.

“Maar de Fransen hebben wel begrepen dat er in Brussel dingen gebeuren die hen raken. Er is iets goed mis gegaan in Europa. Tot nu toe, kan je zeggen, heeft een stil diplomatiek-technisch proces ons naar Maastricht geleid. Dat heeft ons goed vooruit geholpen, maar na het Deense referendum heeft de gewone man ontdekt dat er dingen gebeuren die ook op hem betrekking hebben. De fase van stilte is achter de rug.

“Maar het belangrijkste is wat er nu gaat gebeuren? In ieder geval, of Mitterrand aftreedt of doorregeert, het linkse en rechtse midden in Frankrijk hebben elkaar op het punt van Europa gevonden. Dat kan het begin zijn van een nieuwe regeringscombinatie.

“Maar de situatie in Europa zelf is er alleen maar ingewikkelder door geworden. Het Franse prestige is verzwakt, ik zie Mitterrand geen leidende rol meer spelen in Europa, Kohl is in de problemen, Major heeft vorige week ook geleden. Europa lijkt geen leiders meer te hebben. In Portugal misschien, maar ça ne suffit pas”.

Kohnstamm wordt door vrijwel iedereen een idealist genoemd, zelf kiest hij voor de betiteling realist, “maar dan één die verder kijkt dan zijn neus lang is”. Hoe weinig idealistisch en hoe realistisch Kohnstamm is blijkt wel uit zijn visie op de toekomst van het verdrag van Maastricht. “Na deze uitslag acht ik de kans dat het tot ratificatie van Maastricht komt niet groot. Er zijn nog zoveel horden, allereerst de Denen, dan vraag ik me af of Major na het geschokte vertrouwen tijdens de afgelopen week het verdrag door het Lagerhuis krijgt? In ieder geval lukt ratificatie voor het eind van het jaar niet meer”.

Een oplossing? “Niets in het huidige verdrag verbiedt een aantal leden, bijvoorbeeld de oorspronkelijke zes, alleen door te gaan met een gemeenschappelijke munt en monetair beleid. Het obstakel is alleen dat Bonn altijd gezegd heeft geen monetaire zonder politieke unie te willen”.

Zijn grote leermeester Monnet blijft een bron van optimisme voor Kohnstamm. “Monnet vertelde graag aan politici, die in moeilijke situaties verkeerden, het verhaal van Ibn Saud, de stichter van Saoedie-Arabië, die beweerde god in de woestijn ontmoet te hebben, maar die pas op zijn sterfbed wilde vertellen wat god hem tijdens die ontmoeting gezegd had: “Alles is een middel, zelfs de hindernis”.