Duitsland wil door met ratificatie; Regering is opgelucht maar wil wel meer voorlichting en uitleg over EG

BONN, 21 SEPT. “Deze uitslag zal andere staten in de Europese Gemeenschap een positieve impuls geven voor de politieke integratie van Europa.” Zo heeft een opgeluchte kanselier Helmut Kohl gisteravond gereageerd op de uitslag van het Franse referendum over de verdragen van Maastricht.

Ook uit reacties van de ministers Klaus Kinkel (FDP, buitenlandse zaken) en Theo Waigel (CSU, financiën), en de SPD bleek dat Bonn zeer verheugd is. Tegelijkertijd lieten zij echter uitkomen dat het nu in Frankrijk “nog net goed gegaan is”, zoals Kinkel het zei, en dat voortaan ook in Duitsland, veel meer dan tot nu toe, aan voorlichting en uitleg ten behoeve van het Europese integratieproces moet worden gedaan. Met spoed zullen daarvoor programma's worden gemaakt, kondigde staatssecretaris Dieter Vogel, de regeringswoordvoerder, gisteravond aan. Hij liet doorschemeren dat zoiets de afgelopen maanden juist in verband met de Franse volksstemming achterwege was gebleven.

Kohl, die door president Mitterrand was gebeld over de uitslag van het Franse referendum, benadrukte dat de politieke eenwording van Europa zijn grote doel blijft. Kinkel, die het nieuws uit Frankrijk doorkreeg in New York, waar de EG-ministers van buitenlandse zaken op bezoek zijn bij de Verenigde Naties, zei dat de Franse uitslag “dwingt tot nadenken”. Namelijk over de vrees van veel Europeanen voor teveel centralisatie van (onvoldoende gecontroleerde) macht in Brussel en verlies aan nationale integriteit en culturele identiteit als gevolg van de verdragen van Maastricht.

Kinkel vindt dat, “zonder het Maastrichtse verdrag te veranderen”, in de Gemeenschap méér aandacht moet worden gegeven aan het subsidiariteitsbeginsel (geen besluiten in Brussel als ook op nationaal of regionaal niveau kan worden beslist).

“Maar de preciese cijfers zijn niet zó belangrijk, Europa leeft, dát is het goede signaal uit Frankrijk”, aldus Kinkel, die nu optimistisch is over de kans op ratificatie van de verdragen in Groot-Brittannië en andere EG-staten. De EG-problemen met de Joegoslavische crisis en de monetaire perikelen van de afgelopen weken maken volgens hem duidelijk hoe nodig de Europese politieke en monetaire integratie is.

Voor Theo Waigel, die reageerde uit Washington, waar hij deelneemt aan een vergadering van de ministers van financiën van de G-7, de zeven grootste industriestaten, geeft de Franse uitspraak “geen reden voor een triomfaal gevoel”, Maar wel is er nu volgens hem “een belangrijke stap gezet op de weg naar de Europese economische en monetaire unie”. Voor de EG in 1997 of 1999 de laatste fase van de EMU ingaat moet echter wel vaststaan dat de toetredende landen qua inflatie, schulden en begrotingspositie voldoen aan de afgesproken voorwaarden, dat de voorziene Europese centrale bank onafhankelijk is en dat de nieuwe éne Europese munt “even stabiel” is als de D-mark, zei Waigel.

SPD-voorzitter Björn Engholm vindt dat de meerderheid van de Fransen Europa “een onschatbare dienst” heeft bewezen, al ziet hij een “waarschuwing” in het grote aantal nee-stemmen. De SPD zal overigens alleen meewerken aan de voor eind dit jaar voorziene ratificatie van "Maastricht' als de Duitse regering belooft dat zij de Bondsdag in '97 of '99 de vraag voorlegt of de laatste EMU-fase echt kan beginnen. Net als de Duitse regeringspartijen is de SPD in meerderheid tegen een Duits referendum over "Maastricht'.