Deel II van opera-trilogie van Jan Fabre besluit de Documenta in Kassel; Droombeelden van een nieuwe mythologie

Voorstelling: Opera. Silent Screams, Difficult Dreams, deel II van The Minds of Helena Troubleyn. Idee, libretto, regie: Jan Fabre. Muziek: Eugeniusz Knapik. Uitgevoerd door Orchester des Staatstheaters Kassel o.l.v. Frédéric Chaslin en Choeurs du Théâtre des Arts. Solisten: Rorgun Birkeland, Els Deceukelier, Mark Oldfield e.v.a. Gezien: 18/9, Documenta, Staatstheater, Kassel. Nog te zien: 9, 11, 13/10 Théâtre des Arts, Rouen en 16, 18, 20, 22/5 1993, Vlaamse Opera, Antwerpen.

Ternauwernood is het geroezemoes van het binnengestroomde publiek verstomd of de stilte wordt doorbroken door een onbestemd, aanzwellend geluid. In het halfduister ontwaart het verontruste oog een grote vogel die zich in duikvlucht vanaf het hoogste balkon op het toneel stort. De valk landt op een op de grond liggende man in wiens vlees hij terstond begint te pikken. Dat is pure mythologie, al is de man geen Prometheus en de valk geen adelaar. Niet de betekenis telt in dit geval, maar de schoonheid van een antiek beeld.

Precies daar waar Das Glas im Kopf wird vom Glas, het eerste deel van zijn trilogie-opera The minds of Helena Troubleyn, nu al weer twee jaar geleden eindigde, laat de Belgische theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre Silent Screams, Difficult Dreams, het tweede deel, beginnen. Maar de duikvlucht van de valk is niet alleen het spectaculaire einde van het eerste deel en het verbluffende begin van het vervolg, het dier herinnert ook aan het thema van Fabres opera en aan het telkens weer terugkerende beeld in zijn oeuvre. Het staat voor zelfvernietiging, omdat het zich het hart doorboort met een van een eigen veer vervaardigde pijl. En die daad van ultieme zelfbeschikking verwijst weer naar de eigenzinnigheid van Helena Troubleyn, de centrale figuur van Fabres opera.

De voortgang in het verhaal is gering. In Das Glas werd Helena - een visionaire zonderlinge die Fabre in zijn jeugd werkelijk gekend heeft - aanvankelijk belaagd door haar omgeving. De vijandelijkheid sloeg om in het tegendeel nadat Helena, beschermd door Il Ragazzo, Fressia tot leven had gewekt. Fressia (afgeleid van freccia, het Italiaanse woord voor "pijl') was de beeldschone belichaming van Helena's diepste verlangen en omdat met de vervulling van haar dromen haar taak volbracht leek, wilde Helena sterven en wenste zij haar omgeving "niets anders dan/ stilte...' toe.

Verhaalt de hele trilogie over de opkomst en ondergang van Helena Troubleyn (haar naam is het oud-Vlaamse woord voor "trouw blijven' - aan zichzelf in Helena's geval) Silent Screams is het verslag van haar kortstondige roem. Het volk aanbidt haar, drie "vriendinnen' volgen haar blindelings in haar grilligste fantasieën. Maar de wereld waar zij hen binnenvoert en die misschien wel de dood zelf is, is te bedreigend; er ontstaat paniek, die Helena's positie ondermijnt. Il Ragazzo voorspelt ten slotte haar ondergang.

Ogenschijnlijk verschilt Silent Screams, waarmee Fabre afgelopen vrijdag de negende Documenta in Kassel afsloot, nauwelijks van Das Glas. Het blauwe, in duisternis gehulde toneelbeeld is hetzelfde, evenals het veelkoppige koor, nog steeds geblinddoekt en gekleed in blauwe, barokke gewaden. Ook de in zwarte bikini's gestoken danseressen leveren weer een bijdrage en Il Ragazzo, die De Natuur verzinnebeeldt, draagt nog altijd een temidden van het blauw opvallend rode broek en op zijn schouder zit onveranderlijk een uil.

En toch is alles anders. Das Glas was op het precieuze af esthetisch - en saai. Silent Screams is niet minder esthetisch - en spannend. Het grote verschil schuilt in het ritme van de voorstelling, in de dynamiek waarmee Fabre zijn esoterische beelden aaneensmeedt. Misschien ligt het aan Eugeniusz Knapiks muziek waarin ik, anders dan de vorige keer, een veel duidelijker thema meen te herkennen, Fabre is er hoe dan ook in geslaagd stemmingen en sferen te ensceneren. Zijn beeldenreeks is een nu eens vertraagd, dan weer versneld stromende rivier, die soms ook verraderlijk kabbelt en soms machteloos buldert.

Drie scènes telt Fabres libretto, bij elkaar misschien twee A-viertjes handelingloze tekst. Hij vult er twee uur mee, moeiteloos, zo lijkt het. Wederom citeert hij uit zijn eigen werk. Helena (de sopraan Torgun Birkeland) en haar alterego Fressia (een zwijgende rol van Els Deceukelier) verbeelden hun wankele roem door op een steeds hogere stapel borden te klimmen - borden die in het in 1984 gemaakte theaterstuk De Macht der Theaterlijke Dwaasheden al zo'n belangrijke rol speelden. Fabre liet ze toen stukslaan en dat doet hij nu weer, tijdens de apotheose van Knapiks steeds stuwender klanken, en dat dramatische hoogtepunt is tegelijkertijd beklemmend en bevrijdend.

Dat is het resultaat van de ontwikkeling die Fabre sinds het eerste deel van zijn opera heeft doorgemaakt. Zijn beelden zijn nog altijd van een granieten symmetrie, maar de krampachtigheid van Das Glas is verdwenen. Er is trefzekerheid en daarmee losheid en ogenschijnlijk gemak. En toch oogverblindende schoonheid. Een betere manier om een publiek te vervoeren is er niet.

    • Pieter Kottman