Computer helpt Noorse trainers; Thoresen: "In 't voetbal hebben we 'n natuurlijke achterstand'

OSLO, 21 SEPT. Hallvar Thoresen stapte twaalf jaar geleden hoogst persoonlijk naar de president van het Norges Fotballforbund om zich te beklagen over de belabberde aanpak rondom het Noorse voetbalelftal. De voormalige aanvaller van FC Twente en PSV maakte in dat gesprek duidelijk dat er weinig terecht zou komen van zijn nationale team als er niet drastisch werd ingegrepen. Thoresen: “Er bestond bijna geen voorbereiding op de interlands. We bivakkeerden altijd in een trainingskamp dat in een lawaaierige omgeving ergens midden in de stad was gesitueerd. De bondscoach had totaal geen overwicht op de spelersgroep, die zich meer met kaarten bezighield dan met voetbal. Ik heb er toen op gewezen dat als er niet meer geld op tafel kwam, het nooit wat kon worden met het Noorse elftal.”

Het signaal van de blonde linkerspits werd begrepen. De bond ging op zoek naar sponsors, er kwam een betere organisatie en een nieuwe bondscoach die voor de technische opbouw moest zorgen. Vanaf dat moment begon Noorwegen langzaam het niveau van een ontwikkelings-voetballand te ontstijgen. Lilleström begon in de competitie als eerste club met semi-profvoetballers. Nu is Rosenborg BK de beste en de rijkste vereniging in de Noorse eredivisie. “Die ploeg speelt elke thuiswedstrijd voor 15.000 toeschouwers gemiddeld. Alle goede spelers uit het land zijn daar terecht gekomen. Rosenborg staat dan ook op het punt om weer kampioen te worden. Ik denk dat dit elftal zich kan meten met de subtop van Nederland. Maar Ajax en PSV zullen er niet van verliezen”, taxeert Hallvar Thoresen.

De tegenwoordig in Oslo woonachtige ex-prof is nog trainer van Strömsgodset, maar verhuist volgend seizoen naar Brann SK, na Rosenborg de populairste club van de Tippeliga, de Noorse eredivisie. Thoresen kwam in 1976 naar Nederland waar hij zich aanmeldde bij FC Twente. Na een oefenwedstrijd mocht hij toetreden tot de selectie, die toen met legendarische spelers als Theo Pahlplatz, Jan Jeuring, Eddy Achterberg en Epi Drost furore maakte in het UEFA-Cuptoernooi. In 1981 werd hij aangetrokken door PSV, waar hij in 1987 een punt achter zijn loopbaan moest zetten wegens een knieblessure.

In Thoresens huidige domicilie Oslo wil het met het voetbal nog niet erg vlotten. In de Noorse hoofdstad, waar het Nederlands elftal woensdagavond zijn eerste kwalificatiewedstrijd speelt voor het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten, staat wel een fraaie accommodatie, maar de tribunes zijn zelden goed bezet. Thoresen: “In de Tippeliga, genoemd naar de sponsor, de Noorse toto, schommelt het gemiddeld aantal toeschouwers momenteel zo rond de 6500. Maar in Oslo spelen de clubs voor nog veel minder mensen. Men heeft in deze stad blijkbaar leukere zaken om de vrije tijd te besteden. En het Noorse voetbal kan door het lage niveau nog niet concurreren met die activiteiten.”

Qua speltype hebben de Noren veel afgekeken van het Engelse voetbal, met vrij veel lange ballen en twee spitsen. “Het nationale elftal probeert dit systeem nog verder te perfectioneren door ook snel over het middenveld op te komen,” weet Thoresen. “Noren kunnen zich erg goed aan de opdracht houden die ze meekrijgen. Op dit gebied behoren ze tot de wereldtop. Maar individueel zijn ze niet sterk, maken ze veel fouten. Daar staat weer fysieke kracht tegenover. Het voetbal ligt bij ons stil van november tot mei. De voorbereiding op het seizoen duurt altijd erg lang en daarom is er volop tijd voor loopwerk en krachttraining.”

Toch kan Thoresen zich niet voorstellen dat Noorwegen zich kwalificeert voor het WK. “Wat techniek en individuele kwaliteiten betreft verliezen ze het van Engeland, Polen, Nederland en zelfs Turkije. Ze hebben met 10-0 van San Marino gewonnen omdat dat een ontzettend slechte ploeg was. De Noorse voetballers zullen taktisch en technisch nog erg moeten verbeteren.”

Bondscoach Egil Olsen heeft de opdracht gekregen om de kloof met de Europese top te verkleinen. Aanvankelijk vonden ze in het Noorse voetbalwereldje dat dat de eigenzinnige oefenmeester met zijn filosofieën te ver verwijderd stond van de realiteit. Olsen begon bij het olympische team en de nationale ploeg van onder de achttien jaar. In de voorbereiding op het EK werd hij aangesteld als ad interim coach van de A-ploeg. Toen ging het plotseling zo perfect, dat de bond niet verder zocht naar een nieuwe coach. Noorwegen schakelde immers Italië uit voor Zweden. Olsen was een fervente aanhanger van het vroegere Oosteuropese voetbal. Daar zag hij een heel duidelijk systeem in. Maar dat robotvoetbal was niet wat de Noren graag wilde zien. “Nu streeft hij naar een mix. De bewegingen van de spelers en het loopwerk lijken nog veel op het Oosteuropese voetbal, maar er is meer creativiteit bijgekomen”, aldus Thoresen.

Olsen introduceerde de computer als hulpmiddel voor de trainer. Zijn aanpak vond navolging in de competitie. Zelfs Thoresen houdt er in de Noorse eerste divisie een dergelijke wetenschappelijke werkwijze erop na. “De wedstrijdanalyses worden verwerkt door de computer. Het is de bedoeling dat je bepaalde zaken, die je anders interpreteert door een subjectieve waarneming, beter gaat onderscheiden. Je maakt tijdens de wedstrijd gebruik van de video of van een of meerdere rapporteurs. Ik kwam tot opmerkelijke conclusies. Zoals het gegeven dat 85 procent van de doelpunten ontstaat na een aanval van vijf passes of minder, vanaf het moment dat je de bal verovert. Er bestaat een analyse van het Nederlands elftal op het WK in '74 waaruit dat ook blijkt. Toen zag je zelfs dat honderd procent van alle treffers die dat elftal daar scoorde uit vijf passes of minder werden gemaakt. Een lange opbouw is dus nooit goed. Terwijl het Nederlands elftal daar wel altijd voor heeft gekozen.”

Thoresen kwam er ook achter waarom de Italiaanse bondscoach Arrigo Sachhi zoveel succes heeft met het forechecking-systeem. “Als je een bal verovert op de helft van de tegenstander hoef je dat maar drie keer te doen om te scoren. Doe je dat op eigen helft dan lukt het pas na 33 keer om een treffer te maken. Het is dus zaak om heel compact te spelen. Cruijff ziet dit soort zaken intuïtief. Maar niet iedereen heeft zijn voetbalinzicht. De analyses die wij maken moet je als een stuk gereedschap beschouwen. Een trainer kan cijfermatig constateren welke spelers in zijn elftal veel balverlies lijden of foute passes afleveren. Als je dat eenmaal weet ga je ermee naar de speler die normaal gesproken alles zal ontkennen, maar nu wat makkelijker overtuigd raakt van je gelijk.”

Thoresen volgde in de jaren zeventig zijn landgenoten Finn Seeman (DWS), Roger Albertsen en Harold Berg (FC Den Haag) naar Nederland. Ook nu nog spelen verschillende Noren in het buitenland. Zoals middenvelder Fjörtoft (Rapid Wien), centrale verdediger Bratseth (Werder Bremen), middenvelder Jacobsen (Zwitserse Young Boys), rechtsback Lydersen (Arsenal), doelman Thorstvedt (Tottenham Hotspur), en de diepgaande spits Strandli (heeft getekend bij Leeds United), die vermoedelijk met Sörloth van Rosenborg het aanvalsduo vormt tegen Nederland.

Toch kent het Noorse voetbal te weinig talenten om in het internationale voetbal een rol van betekenis te spelen. In tegenstelling tot andere sporten, zoals skieën, schaatsen en atletiek waar de Noorse opmars opmerkelijk is. Thoresen weet dat er op voetbalgebied nog een lange weg is te gaan. “Als het op fysieke kracht aankomt zijn wij erg sterk. Veel Noren zijn opgegroeid buiten de grote steden in de natuur waar een gebrek bestaat aan goed openbaar vervoer. Daar moeten de mensen lopen of skieën naar werk of school. De manier waarop de sporters worden begeleid is tegenwoordig erg professioneel en dat werpt zijn vruchten af. Maar op voetbalgebied hebben we een natuurlijke achterstand op de rest van Europa.”