Competitie Turken stopt wegens "succes'

De Turkse voetbalcompetitie in Nederland, de enige buiten Turkije, is na twaalf seizoenen "wegens succes' opgeheven. Volgens voorzitter Sabri Kenen Bagci van de Federatie van Turkse Sport- en Culturele Verenigingen in Nederland is de brugfunctie die deze competitie tot doel had nu niet meer nodig. “Vorig jaar draaide we nog met zestien clubs, tien daarvan zijn met ingang van dit seizoen naar de KNVB doorgestroomd. Er kwamen naast de zes die overbleven te weinig bij om weer een nieuw seizoen te beginnen. Dus stoppen we.”

In totaal hebben in die twaalf jaar voor kortere of langere tijd 120 clubs meegedaan aan de Turkse competitie. Iedere vereniging mocht maximaal vijf leden hebben van andere nationaliteiten - in de meeste gevallen Nederlanders en Surinamers - en niet meer dan twee niet-Turken opstellen. Genaturaliseerde Turken telden als "buitenlander'. Dat was nog wel eens aanleiding om te smokkelen, dus werd daar door alle partijen scherp opgelet. Overigens was de belangstelling voor niet-Turken om in een Turks elftal te spelen heel groot.

De competitie had zijn eigen scheidsrechters - meestal opgeleid door de KNVB - en zijn eigen tuchtcommissie die de wekelijks uitgedeelde rode en gele kaarten onder de loep nam en, waar nodig, schorsingen oplegde. De meeste clubs maakten op zondag gebruik van het veld, de kantine en kleedkamers van Nederlandse amateurclubs die spelen in de zaterdagcompetitie.

Een Turkse krant met een wekelijkse Benelux-editie wijdde iedere zaterdag een pagina aan korte verslagen van de wedstrijden. In de Turkse sportpers is het de gewoonte om bij een voetbalverslag boven het artikel alle spelers met sterretje te beoordelen. Bovendien worden de spelers alleen aangeduid met hun voornamen. Dus daar prijkte dan plotseling tussen de Hassans, Metins en Ceylans een Henk, Peter een Roy of een Errol. Turkse verenigingen uit Eerbeek, Gorinchem en Best zijn soms meerdere malen "Nederlands kampioen' geweest.

Op het hoogtepunt van het bestaan van de Turkse competite, zo'n jaar of vijf geleden, deden 32 clubs mee. Om de reiskosten wat te beperken was het land in vier districten in verdeeld. De nummers 1 en 2 van ieder distrtict speelden dan verder in een play off-systeem. De beste twee die dan overbleven, streden voor het kampioenschap. Meestal op het VUC-terrein in Den Haag. De Turkse ambassadeur reikte dan de beker uit. De kampioen ging daarna toernooien spelen tegen andere Turkse elftallen in West-Europa, die soms zelf in de regio een eigen competitie speelden, zoals in Duitsland, of uitsluitend onderling toernooien hielden, zoals in België en Frankrijk. Ook ging ieder jaar een ploeg van de beste spelers die uitkwamen in de Turkse competitie in Nederland in Turkije toernooien spelen. Het niveau was ongeveer te vergelijken met eerste klasse amateurs in Nederland. Toch is het een aantal malen voorgekomen dat dan goede spelers uit ons land een contract aangeboden kregen van een Turkse (semi-)profclub.

De KNVB heeft de Turkse competie altijd met gemengde gevoelens bekeken. De bond was en is voorstander van integratie van migranten in Nederlandse verenigingen. De Turkse Federatie redeneerde dat een gewenningsperiode binnen een eigen Turkse club noodzakelijk was op weg naar integratie in Nederlands competitieverband. Voorzitter Sabri Kenen Bagci: “Het feit dat wij zo veel Turkse clubs hebben geholpen met doorstromen naar de KNVB en plaatselijke onderbonden, waar ze zich overigens heel behoorlijk weten te handhaven, heeft ons concept van een tijdelijk brugfunctie wel aangetoond, denk ik. Na dit succes gaan we ons nu toeleggen om Turkse vrouwen meer aan sport te laten doen”.