"Air Holland bestond toch niet meer?'

De neus van de Transavia-hostess krult meewarig als ze het vluchtnummer op mijn ticket bekijkt: GG 602 Amsterdam-Athene. “Maar dat is Air Hólland!”

Het is tien voor vier in de ochtend. Chartertijd. Kluwen vakantiegangers onder het neon. Het bleke vlees nog klam van de slaap. Hostessen van Martinair en Transavia klepperen bedrijvig tussen hun gasten. Die van mijn vliegmaatschappij zijn nog niet te bekennen.

Ik ben moe, ik wil weer slapen. In de donkerste uithoek van de vertrekhal van Schiphol vind ik ten slotte de incheckbalies van "de enige echte onafhankelijke luchtvaartmaatschappij', zoals de dwerg onder de Nederlandse chartermaatschappijen zich graag afficheert. De vrouwen achter de balie bewegen zich traag in hun onberispelijke pakjes: wit, blauw en oranje. Gehaktballen en betrouwbaarheid. Dat is sinds jaar en dag het handelsmerk van de maatschappij waarvoor ik dit keer bewust had gekozen.

Hoeveel tederheid had het failliete Air Holland niet gewekt in zijn doodsstrijd, het afgelopen jaar. De kleine David die het zo moedig opnam tegen de grote reus KLM en zijn "vazallen' Martinair en Transavia. Mislukte reddingsplannen, personeel in tranen, en toch doorgaan. Zo'n maatschappij verdiende het een beetje te worden geholpen, nietwaar?

De rij voor de balie slinkt maar langzaam. Koffers en rugzakken mogen niet op de band. Ze moeten door de passagiers zelf op karren worden gehesen. “We hebben een kleine vertraging tot kwart voor drie vanmiddag”, meldt de hostess achter de balie. Ik kijk naar de schermen. Nu pas dringt het door: een "kleine' vertraging? Van negen uur?

Ik denk dat ik maar terugga naar m'n bed. Ik pak mijn tas en mijn jas, maar de hostess schudt haar hoofd: “Het kan zijn dat we eerder vertrekken. U kunt de luchthaven niet verlaten. Ik schrijf een bon voor u uit voor gratis koffie en ontbijt op Schiphol.”

Ik wil geen koffie, geen ontbijt. Ik wil gewoon weten hoe het zit. “Hoéveel eerder zouden we kunnen vertrekken?” De hostess haalt haar schouders op. “Waar is het vliegtuig? Wat is de oorzaak van de vertraging?” De hostess blijft met haar schouders trekken. Ze weet alleen dat "onze kist' een uurtje geleden nog in het Griekse Heraklion stond.

De ochtend verglijdt met koekjes en koffie. Het wordt twaalf uur en kwart voor drie. Vier uur en kwart voor vijf. Er klinkt een metalen stem die vertelt dat we nog even geduld moeten hebben. Vluchtnummers verspringen op de schermen, alleen onze GG 602 blijft eeuwig staan. Nergens is een spoor van het onvolprezen Air-Hollandpersoneel te bekennen. Jongeren hebben hun slaapzakken uitgerold, ouderen knikkebollen op de plastic stoeltjes, totdat tegen zessen eindelijk het verlossende woord klinkt: “Houdt uw instapkaart gereed. U mag slechts één stuk bagage in de cabine meenemen. De rest wordt alsnog in het bagageruim gegooid”. Gegooid?

Uitgeput rollen we het vliegtuig in. Het personeel laat een fris gedouched "goedenmiddag' horen. Terwijl we op het startsein wachten worden we beziggehouden met de vlieginstructies: stel dat deze Boeing neerstort, en we vallen in zee, en we doen op tijd ons zwemvest aan, en we weten de juiste nooduitgang te vinden, dan moeten we vooral niet vergeten onze hakken uit te doen voordat we ons via een glijbaan in het water storten “om beschadiging aan het materieel te voorkomen”. Zuinigheid is altijd een Hollandse deugd geweest.

“We zullen het u tijdens de vlucht zo comfortabel mogelijk zien te maken”, belooft purser Marie Louise. Voor zes gulden kunnen we bij haar een koptelefoon huren. Voor vier gulden krijgen we een "heerlijk rood of wit wijntje geserveerd'. Een "koel biertje' kost drie gulden. “We hebben spannende tijden achter de rug”, schrijft de nieuwe directeur Peter P.F. Langendijk in de folder die we in onze handen krijgen gedrukt. “Maar Air Holland is weer helemaal terug om u tijdens uw vliegreis optimaal van dienst te zijn.”

Hoog in de lucht krijgen we het verhaal van de vertraging te horen: een broodje rotte haring had de co-piloot van ons toestel geveld. Op weg naar Heraklion werd hij ziek. Hij kon niet meer terug. Vanuit Nederland moest er dus een nieuwe co-piloot worden overgevlogen, en dat duurde wat lang. “Dus u begrijpt”, verzucht de purser.

Meer dan twaalf uur had het bedrijf erover gedaan om een verse co-piloot "opgestuurd' te krijgen. Ik vraag de purser of het misschien iets te maken heeft met het verlangen van de grote vliegmaatschappijen om Air Holland uit de markt te concurreren. Misschien hebben ze het lot een handje willen helpen door op het cruciale moment hulp te weigeren of een toestel ter beschikking te stellen? “Nee hoor”, zegt de purser. “Er zijn gewoon te weinig toestellen. Hoe was de naam ook alweer?”

Op de terugweg heb ik meer geluk: dit keer een vertraging van slechts acht uur. Een hete dag wachten op het vliegveld van Athene. Dan is daar weer die frisse glimlach van blauw, wit en oranje. Een vertrouwde Hollandse maaltijd en de Telegraaf die door de hostess met een handschoen wordt uitgereikt. We zijn weer helemaal thuis. In het Stan Huygensjournaal van die dag lees ik een gesprek met de directeur van Air Holland die zich beklaagt over de pesterijen van zijn collega's van Martinair en Transavia. En daar zie ik mijn haring-geschiedenis van de heenweg gedrukt. Inderdaad had het charterbedrijf Martinair geweigerd om een van zijn toestellen aan Air Holland ter beschikking te stellen om de vervanger van de haringpiloot naar Heraklion over te vliegen. Langendijk kan het nog steeds niet verkroppen: ok, een beetje pesten, maar dat van die haring...

“Pappa, Air Holland bestond toch niet meer?” zegt het jongetje in de stoel voor me, als we ons tijdens de landing aan onze leuningen vastklampen. We zitten gevangen in een krakend onweer. Het vliegtuig baant zich een weg door het noodweer, terwijl bliksemflitsen op de vleugels dansen. Er klinken gilletjes, je ruikt een geur van angst. Een meisje met brutale hot pants naast me begint stilletjes het Onze Vader te bidden. In het Achterhoeks. Met mijn maag in mijn neus denk ik: zie je wat ervan komt als je stiekem een bedrijf kapot wenst.

Toch is het niet meer voor mij bedoeld als de purser ons bij het afscheid opnieuw een vakantie met Air Holland toewenst.