Africa Mama Festival lijdt onder tamme programmering; Rauwgeschuurde vocalen

Festival: Africa Mama. Met: Africa Soli, Soumah Seydoubah, Ballet Lokombe, Nora, Tshala Muana en Manu Dibango. Gehoord: 19/9, Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Zes jaar geleden werd in Utrecht het eerste Africa Mama Festival gehouden, een culturele manifestatie die voor de promotie van Afrikaanse muziek bijna even belangrijk zou worden als zijn Delftse tegenhanger, het African Music Festival. Omdat de riante, maar ook erg desolate Kunstijsbaan als festivallokatie niet langer voldeed, is de organisatie - na een tussenstop in concertzaal Tivoli - uitgeweken naar Muziekcentrum Vredenburg, voorlopig voor een periode van vijf jaar.

Spectaculair was de start van Africa Mama Nieuwe Stijl echter allerminst. Vaste bezoekers van het festival moeten het enerverende tromgeroffel van de Nederlands / Guinese groep Africa Soli, de uitgelaten-vrolijke soukous van de Zaïrese zangeres Tshala Muana en de blaasfunk van de Kameroense saxofonist Manu Dibango zolangzamerhand wel kunnen dromen, want deze artiesten zijn behalve in Utrecht al vele malen elders in het land te zien en te horen geweest.

Het enige echte debuut - dat van de Frans / Algerijnse zangeres Nora At Brahim - werd een ronduit beschamende vertoning: vals gezongen, krukkig gespeeld en met een repertoire dat ergens halverwege Algiers en Parijs het spoor volledig bijster moet zijn geraakt: een mengeling van klassieke berber-ritmen en onbeduidende klink-klank. Ook geluidstechnisch was dit optreden niet geweldig. Je vraagt je toch werkelijk af hoe zoiets de mazen van de selectie heeft kunnen passeren.

Tshala Muana deed wat van haar verwacht werd: uitdagend schudden met het achterwerk in glitterjurk met split. Vocaal is de Zaïrese, die volstrekt ten onrechte de bijnaam "Tina Turner van Afrika' toegemeten heeft gekregen, er nog altijd niet op vooruitgegaan, maar het begeleidingsorkest leek aanzienlijk beter op dreef dan in 1987, toen Tshala voor het eerst in Utrecht op de planken stond.

Zeer genietenswaardig was het optreden van de Guinese kora-speler Soumah Seydoubah, die de Kameroense gitarist Francis Bebey moest vervangen. Fascinerend was de interactie met de van Africa Soli geleende balafonist; drijvende ritmen werden op inventieve wijze doorvlochten met uiterst fraaie harmonieën en rauwgeschuurde vocalen die met oerkracht naar buiten werden geperst.

Manu Dibango waait muzikaal met alle winden mee: de basis blijft vakkundig gespeelde, op jazzrock geschoeide soulfunk, maar daar overheen trekt een wirwar van overwegend risicoloze stijlen aan het oor voorbij. De recente samenwerking met de Britse rapper MC Mell'O - op het door Bill Laswell geproduceerde album "Polysonik' - was kennelijk voor Dibango aanleiding om ditmaal een vrouwelijke rapper in te zetten, maar veel had het niet om het lijf. Dat laatste gold eigenlijk voor het hele festival. Gezien de overweldigende publieke belangstelling kan de organisatie zich voortaan rustig een wat uitdagender programmering veroorloven.

    • Jan Libbenga