Zaalvoetbal vraagt eerlijke kans van het grote publiek

EINDHOVEN, 19 SEPT. Het Nederlandse zaalvoetbal wil definitief afrekenen met het kleinschalige karakter dat 's lands grootste zaalsport wordt toegeschreven. Gisteravond werd voorafgaand aan het Vierlandentoernooi in Eindhoven met gepaste trots de nieuwe opzet van de vaderlandse zaalvoetbalcompetitie gepresenteerd die moet resulteren in de erkenning van deze tak van het voetbal als topsport. Dat het initiatief daartoe van de sport zelf moet uitgaan nam niet weg dat een ware smeekbede tot derden wordt gericht om het zaalvoetbal “een faire kans” te geven.

Het Nederlandse zaalvoetbal heeft eindelijk bereikt wat wel als het eindpunt van de groei naar volwassenheid wordt gezien maar dat in feite een fase inluidt die beslissend is voor de toekomst van de overdekte voetbalsport. “We stonden op een tweesplitsing: moest het zaalvoetbal een recreatiesport blijven of zich ontwikkelen tot een topsport? Wij denken dat de laatste weg de juiste is. Het wordt tijd voor het zaalvoetbal om uit de schaduw te treden. Dat verdient de sport ook, als je alleen al kijkt naar het aantal actieve zaalvoetballers in Nederland”, verklaart Sjaak Klaassen, voorzitter van de KNVB-commissie Promotie Zaalvoetbal, de nieuwe koers.

Vorig jaar augustus werd de commissie Promotie Zaalvoetbal op initiatief van de Nederlandse zaalvoetbalclubs opgericht met het doel te zoeken naar een attractievere opzet van de competitie. Het oude model, met drie regionale eerste divisies waarvan de winnaars onderling het landskampioenschap betwistten, sprak bij het grote publiek te weinig tot de verbeelding. Gekozen is nu voor een landelijke eredivisie met twaalf clubs - volgend jaar wordt dit aantal tot veertien uitgebreid - waarvan de eerste vier aan het eind van het seizoen via play-offs om de nationale titel strijden.

Naast de veranderde competitie-opzet moeten spelregelwijzigingen voor bekoring bij de toeschouwers zorgen. Zo is de speeltijd uitgebreid van 2x25 tot 2x30 minuten, is de terugspeelregel van het "normale' voetbal in versterkte mate van kracht - de doelman mag de bal in een dergelijk geval helemaal niet meer aanraken - en moet bij een vrije trap vijf in plaats van drie meter afstand in acht worden genomen.

Dergelijke wijzigingen moeten volgens Klaassen leiden tot “een grotere zuigkracht op de passieve recreant” en waren op 11 september jongstleden al van kracht tijdens het duel om de Super Cup tussen landskampioen DEPA en bekerwinnaar Ceverbo, volgens Klaassen mede daardoor “een adembenemend schouwspel”.

Het was een van de vele superlatieven waarmee de vertegenwoordigers van het zaalvoetbal gisteren een poging deden zo snel mogelijk uit de anonimiteit te treden. De sport, die om en nabij de 600.000 beoefenaars telt, waarvan zo'n 160.000 in KNVB-verband, en die genteresseerden ervan probeert te overtuigen dat je met voetbal onderdak “uit je dak” gaat, voelt zich nog altijd miskend. “Onterecht, want het zaalvoetbal biedt vooral veel kwaliteit”, deed Ad Lansink, voorzitter van het bestuur amateurvoetbal, namens de KNVB aan zaalvoetbalpromotie.

Lansink ging daarbij gemakshalve voorbij aan het drie jaar geleden in Nederland gehouden eerste officieuze wereldkampioenschap zaalvoetbal, het met veel tamtam aangekondigde toernooi waar met degelijk maar vooral saai voetbal voorbij werd gegaan aan de kwaliteitsnormen die het voetbalpubliek hanteert. Met een verlies van 250.000 gulden werd destijds de tol voor de wanvertoningen betaald.

Over het financiële aspect hoeven de zaalvoetballers zich thans geen zorgen te maken, aangezien Copes, een Rotterdams automatiseringsbedrijf, zich via naams adoptie over de nieuwbakken competitie heeft ontfermd. De nieuwe sponsor is in ieder geval verzekerd van voldoende exposure van tv-omroepen. De combinatie Veronica/Tros zal gedurende de eerste competitiehelft op zondag een samenvatting van acht minuten verzorgen. Of deze omroepen de rest van de competitie zullen volgen, hangt volgens Klaassen mede af van de wijze waarop het zaalvoetbal zich op het scherm presenteert. “De bal ligt bij ons, als het produkt niet goed overkomt moeten we eens kritisch naar onszelf kijken. Al hoop ik vurig dat we van de media de gelegenheid krijgen ons te bewijzen.”