WEDEROPBOUW

Wat was de vrede mooi toen het nog oorlog was. Gesprekken over de wederopbouw door Hans Olink, redactie 128 blz., gell., Bzztôh 1992, f 25,- ISBN 90 6291 569 8

Eigenlijk wordt dit pretentieloze, maar lezenswaardige boekje in de weg gelopen door zijn titel, ontleend aan een verzuchting uit 1946 van het oud-illegale blad Je Maintiendrai. Een potentiële lezer zou eruit kunnen opmaken dat in deze uitgave alleen te lezen valt hoe groot de teleurstelling was in de grandioze toekomstverwachtingen die talloze Nederlanders over de tijd na de Duitse bezetting hebben gekoesterd. Wie geen zin heeft in het herkauwen van getob over Indië en de woningnood, zal het werkje misschien snel terugleggen op de stapel. Dat zou jammer zijn, want Wat was de vrede mooi is veel breder van opzet.

Het boekje is de samenvatting van een reeks programma's die de VPRO-radio drie jaar geleden uitzond over de eerste vijf jaar na de bevrijding. De kern van die documentaires werd gevormd door interviews met mensen die rechtstreeks bij allerlei gebeurtenissen in herrijzend Nederland waren betrokken. Onder hen zijn hoofdrolspelers, zoals oud-topambtenaar Ernst van der Beugel, die de komst van de Marshallhulp naar Europa hielp voorbereiden en figuranten, zoals accordeonist Ted Valerio, die de onstilbare honger naar amusement en vrolijkheid hielp stillen.

Beide voorbeelden geven ook een beetje aan hoe breed het scala aan facetten van de wederopbouwperiode is dat de revue passeert, van hoge politiek tot de ladders in een nylonkous. Indië en de woningnood zijn inderdaad present, maar ook de lady crooner-periode van Rita Reys en de opmars van de Solex (""Je hoeft alleen maar op te stappen en dan maar fietsen zonder trappen''). De havenstakingen die door de nieuwe Eenheids Vak Centrale in 1945 werden uitgeroepen, komen even zo goed aan bod als de pogingen om de speelfilmproduktie weer op gang te krijgen. De enige elementen die ontbreken, zijn de sport en de Bijzondere Rechtspleging, maar Wat was de vrede mooi pretendeert geen encyclopedische volledigheid te bieden, laat staan een nieuwe visie.

Het aardige van het boekje zijn de strikt persoonlijke impressies en observaties over juist het alledaagse van het bijzondere. Zo beschrijft marechaussee Bleeker zijn ervaringen in het Duitse dorpje Elten waar hij in 1949, na de annexatie door Nederland, werd gestationeerd om de misdaad te bestrijden. De verarmde Duitsers werden ineens overspoeld door de "luxe' van het relatief rijke Nederland. Toen er na de inlijving voor het eerst markt werd gehouden, raakten bij het uitgaan van de lagere school de leerlingen duizelig van hebzucht. ""Die zagen al die kraampjes met ballen, speelgoed, allemaal dingen die ze nog nooit gezien hadden. De een nam een bal, de ander een pop, en al gauw kregen we aangiftes van diefstal.'' Of neem de Amsterdamse huisvrouw die vertelt over de hechte sociale controle in de Emmense nieuwbouwwijk waar ze in 1951 met man en kind terecht kwam. Uit angst voor de buurt durfde haar man geen "typisch vrouwelijke' dingen te doen, zoals de kinderwagen duwen. ""Hij wou er wel naast lopen en eventueel zijn hand op de stang van de kinderwagen leggen, maar zelf duwen terwijl ik ernaast liep.....nee!'' Een geluk dat ook dit slijpsel van de "serieuze' geschiedschrijving niet verloren hoeft te gaan.

    • Gerard Mulder