Voorman van de Bourgeois

De inwoners van het Franse departement de Vendée verzetten zich al twee eeuwen geleden tegen de vooruitgang en het centrale gezag. De energieke Philippe le Joly de Villiers de Saintignon, voorzitter van de departementale raad, zet die traditie voort. Met zijn krachtige "Nee' tegen "Maastricht', zijn voorbeeldige levenswijze en zijn compromisloze strijd tegen de normvervaging in Frankrijk stijgt De Villiers ook buiten zijn departement sterk in populariteit. Mensen met goede beroepen, gesteld op tradities, zorgvuldig gekleed en rooms in de leer vonden een heer van stand.

Als Philippe de Villiers eindelijk arriveert, barst het discogeweld los. Een volgspot heeft hem achterin de zaal gevonden en op de maat van de muziek komt hij door het gangpad naar voren. De mensen juichen, maar het blijft een wonderlijke combinatie: een keurig nette man en dan zulke muziek.

Zou hij vroeger wel eens in een disco zijn geweest? Vermoedelijk niet en als hij ooit bij een discotheek heeft aangebeld, heeft gewacht tot de portier aan de voordeur kwam en vervolgens zei: ""Een goedenavond, ik ben Philippe le Joly de Villiers de Saintignon'', dan kon de deur wel eens met een harde klap zijn dichtgegooid.

Niet geheel ontspannen loopt hij tussen de 2500 mensen door en z'n lange lichaam maakt schokkende bewegingen. De Villiers is mager, maar niet onaantrekkelijk. Hij heeft een mooie kop en ondanks z'n 43 jaar is er iets jongensachtigs aan hem blijven hangen.

""Z'n haar zit fantastisch'', roept een mevrouw die zelf ook in het bezit is van een onberispelijk kapsel. Het mag dan vrijdagavond zijn, hier in de Vendée heeft niemand zich in vrijetijdsgoed gestoken. Mannen dragen een das en veel vrouwen lopen rond met een gesteven kraag en parels. Teenagers zijn er in overvloed en ook zij zien er onberispelijk uit.

Eenmaal op het podium, maakt De Villiers bezwerende gebaren. Het publiek blijft hem toeschreeuwen, maar nu moet toch echt het programma beginnen. Eerst krijgen we vier onbekende politici voor een kort referaat dat ongetwijfeld gaat uitlopen en de mensen zijn weer gaan zitten. Ze hebben zich neergelegd bij het idee dat het nog wel een uur kan duren voor Philippe de Villiers van leer zal trekken.

Amnestiewet

De meeste Fransen leerden De Villiers pas in 1990 kennen. Destijds kwam een aantal bekende politici in opspraak; ze hadden geld van de gemeenschap gebruikt om hun herverkiezing te bekostigen. Burgemeesters, Kamerleden en zelfs een minister stonden onder verdenking en juist toen justitie zich opmaakte voor rechtsvervolging, nam de Assemblée de beruchte amnestiewet aan. In één klap werd politici gratie verleend voor het geval ze hun campagne op een oneigenlijke wijze hadden gefinancierd.

De bevolking was woest toen bekend werd hoe de politieke kaste zichzelf had vrijgesproken en Philippe de Villiers werd hun zegsman. Hijzelf zat weliswaar ook in de Assemblée, maar dat was blijkbaar geen reden om te zwijgen. In het palais Bourbon liet hij geen gelegenheid voorbij gaan om naar de microfoon te grijpen en de corrupte handelingen van collega's breed uit te meten. Een bijnaam had hij al snel: Monsieur Propre.

Onder politici werd hij gehaat als geen ander. Het was immers duidelijk dat De Villiers zich niet loyaal opstelde; hij haalde z'n eigen beroep omlaag. Als dit doorging, werden ze straks allemaal gewantrouwd. Goedbeschouwd vormde De Villiers een bedreiging voor heel de politiek en het zou mooi zijn als iemand hem te pakken kon nemen. ""Ik zorg dat hij eraan gaat'', riep Michel Charasse, de minister van financiën, en voortaan werd z'n belastingaangifte met buitengewone toewijding bestudeerd.

In de Vendée was hij toen al een begrip. Wie het departement vanuit het noorden binnenrijdt, ziet langs de weg een bord staan met "Puy-du-Fou'. Enkele kilometers verder ligt een kasteel dat De Villiers vijftien jaar geleden heeft laten opknappen. Hij had een toneelstuk geschreven, Jacques Maupillier, paysan vendéen, en vanaf 1977 werd het stuk 's zomers op de koer van het kasteel opgevoerd.

Met z'n tomeloze energie pakte hij de zaken groot aan. Voor dit stuk had hij 700 acteurs nodig, meer dan vijftig ruiters en in minder dan anderhalf uur werden er hele veldslagen geleverd. Waterkanonnen, enorme lichtshows; ondanks de beperkte middelen wist hij er een groot spektakel van te maken. Inmiddels zijn er meer dan vijf miljoen mensen gaan kijken en het kost tegenstanders van De Villiers moeite om vol te houden dat het allemaal niks is.

Rond hetzelfde kasteel is een park aangelegd en op dertig hectare grond is het leven in de vroegere Vendée nagebootst. Op het ruiterveld vechten ridders te paard om een vrouw. De trompetmuziek vertoont opvallende gelijkenis met de tv-serie Ivanhoe. Elders werken boeren op het land, terwijl vrouwen voor de boerderij aan het weefgetouw zitten. Een baby ligt vredig te slapen, ook al slaat de smid op z'n aanbeeld en luiden in de verte de kerkklokken.

Het kost uren voordat alle taferelen zijn afgewerkt en dan is duidelijk hoe het er in de Vendée aan toe is gegaan, tenminste, volgens Philippe de Villiers: de mensen werkten hard, de pastoor hield iedereen in de gaten en 's avonds werd er naar muziek geluisterd met een lange pijp in de boerenknuist.

Puy-du-Fou wordt druk bezocht en middenstanders denken tevreden terug aan het moment dat dit enorme lunapark open is gegaan. Toeristen komen sindsdien met bussen tegelijk, hotels zitten vol, net als restaurants, en overal rinkelt de kassa. De Villiers was er in geslaagd om al die mensen naar een afgelegen streek te lokken en toen hij zich in 1987 kandidaat stelde voor de Assemblée, werd hij met een record-aantal stemmen verkozen.

Nieuwlichters

Wat er zich tweehonderd jaar geleden in de Vendée heeft afgespeeld, wijkt in sommige opzichten nogal af van de sprookjeswereld van Puy-du-Fou.

In 1789 zaten er in de Vendée maar weinig aanhangers van de Franse Revolutie. De mensen waren trouw aan zowel de koning als de kerk en de nieuwlichters van de Conventie werden met argwaan bejegend. Aanvankelijk bleef het na de terechtstelling van Lodewijk XVI nog rustig. Maar toen het nieuwe bewind eiste dat priesters hun trouw aan de grondwet betoonden, kwam de Vendée in opstand. In Cholet deden zich de eerste schermutselingen voor tussen boeren en de Nationale Garde, waarbij tientallen doden vielen.

Vanuit Parijs werd in 1793 een heel leger naar het westen gestuurd om de opstandelingen tot inkeer te brengen. Opgewacht met primitieve wapens en hooivorken werden de reguliere troepen verslagen. Ook de tweede slag werd door de boeren gewonnen en in september stuurde Parijs een keurkorps van 100.000 man dat evenmin succes boekte.

Historici vragen zich al bijna twee eeuwen af waarom juist in de Vendée de vooruitgang zo hardnekkig is bestreden. Een versie wil, dat de streek werd bevolkt door gelovige mensen met een hang naar tradities en gezag. De revolutie zou hier als een bedreiging zijn ervaren en de Vendées wilden zich verzetten tegen de nieuwe denkbeelden die vanuit Parijs werden verspreid.

Er is ook een school van republikeinse historici die niet begrijpt hoe de revolutie - toch een populair fenomeen - geen weerklank heeft kunnen vinden bij de arme bevolking. Zij denkt aan een complot van geestelijken en adel die de naïeve boeren hebben opgehitst tegen de Conventie om zo hun macht te behouden. In deze optiek zijn de mensen in de Vendée domweg gemanipuleerd door de oude machthebbers.

In schoolboeken is nooit veel aandacht besteed aan de burgeroorlog in de Vendée. De Franse Revolutie had immers ruim baan gemaakt voor de republiek met haar verheven idealen en in dat beeld pasten de begane moordpartijen allerminst. In de Vendée zelf vond het omgekeerde plaats. Het aantal boeken over de gevoerde oorlog is niet te tellen en steeds is de boodschap dezelfde: de lokale bevolking was het slachtoffer van een wrede overheerser, waarbij de geknevelde boer afwisselend de rol van held en martelaar speelt.

Nog altijd zijn er in de Vendée sporen te vinden van de gevoerde strijd. De hang naar godsdienst is gebleven, net als de behoefte om zich af te wenden van het Parijse gezag. Op zondag wordt de mis druk bezocht en door de week gaan kinderen bij voorkeur naar privéscholen voor rooms onderwijs. Talloze monumenten herinneren aan de voorbije oorlog en voor wie dan nog niet weet wat hier gebeurde, is er natuurlijk Philippe de Villiers.

Stadhouder

Met de loopbaan van De Villiers is het pijlsnel gegaan. In 1986 werd hij onderminister voor kunst, maar in 1987 had hij de regering alweer verlaten. Hij ging terug naar de Vendée en werd gekozen in de departementale raad. Binnen een jaar had hij zich opgewerkt tot voorzitter en sindsdien laat hij zich als een stadhouder door z'n kiesdistrict rijden.

In deze streek is hij razend populair. Overal waar hij komt, wordt hij vreugdevol begroet, al blijft hij natuurlijk wel Monsieur le Président. Hij verbetert wegen, zet hier een nieuwe school en verderop een groter bejaardenhuis neer. Voor 1993 heeft hij zelfs geregeld dat de Tour de France vanuit Puy-du-Fou gaat vertrekken. Hij is alert op economische bedrijvigheid en ondernemers met nieuwe plannen zijn hartelijk welkom. Houdt hij ergens een toespraak, dan schetst hij altijd in een paar woorden hoe ze daar in Parijs het geld bij bakken uit de ramen gooien.

De mensen in de Vendée doen niets liever dan werken en dat komt goed uit, want ook De Villiers is dag en nacht in de weer. Zijn kabinetschef haalt zuchtend herinneringen op aan z'n vorige baan, toen hij nog wel eens een vrij weekend had. Onder De Villiers gaat het altijd maar door en als iets af is, is het niet goed. Het is nog een geluk dat hij de zondag als rustdag in ere houdt, al maakt hij natuurlijk wel een uitzondering voor tv-optredens.

Een enkele keer komt het voor dat iemand zich niet kan vinden in de feodale opvattingen van De Villiers. Zo zat er vier jaar geleden op de departementale raad een "directeur général administratif' die zich niet alles liet welgevallen en die al snel de wacht kreeg aangezegd. Op oudejaarsavond is de geschoffeerde ambtenaar naar z'n werkplek gegaan, is achter het bureau van De Villiers gaan zitten en heeft zichzelf een kogel door de kop geschoten. Daarna is er niets meer vernomen van agitatie of verzet.

""Arbeidsgeschillen hebben we hier niet'', zegt Jeanne Briand. ""Het personeel denkt precies hetzelfde als wij.'' Ze is eigenaar van een metaalfabriek waar ze regelmatig de werkplaatsen inspecteert, op jacht naar pin-up-foto's. Bovendien is ze burgemeester van Les Herbiers, het stadje waar ook De Villiers woont. Les Herbiers kwam in juni in het nieuws, omdat mevrouw Briand de vertoning van de film Basic Instinct in de plaatselijke bioscoop verbood. ""Het was een daad van verzet tegen de oprukkende normvervaging'', zegt ze nu. Uit heel de Vendée ontving ze adhesiebetuigingen en binnenkort gaat ze opnieuw een dergelijke actie voeren.

Philippe de Villiers kent ze als geen ander en ze bezweert dat hij heel eenvoudig leeft op z'n kleine kasteel. ""Ik zou het er niet uithouden, zo weinig personeel loopt er rond.'' Het gezin is een voorbeeld voor de hele buurt; de zes kinderen worden voorbeeldig opgevoed en altijd hangt er in huis een plezierige sfeer. Voor haar is De Villiers een man met "noblesse de coeur'. Het is iemand bij wie geen verschil bestaat tussen wat hij zegt en wat hij doet. ""Hij kent geen compromissen en dat is in deze tijd iets heel bijzonders.''

Rénovateurs

In de Franse politiek hield De Villiers het nergens lang uit. Hij werkte voor Giscard d'Estaing, leidde de campagne voor Raymond Barre voor het presidentschap in 1988 en hoorde een jaar later bij de "rénovateurs' die bij rechts de oude garde uit de weg probeerden te ruimen. Volgens sommigen zou hij uitstekend bij het Front National passen en alleen al die suggestie maakt hem woest. Het kan ook niet waar zijn; Jean-Marie le Pen is een korte naam van een volkse man, terwijl graaf Philippe le Joly de Villiers de Saintignon de langste naam heeft van iedereen - dat is een wereld van verschil.

Hij heeft een fijne neus voor onderwerpen die er toe doen. In 1789 werd de Franse Revolutie herdacht en juist toen publiceerde hij een pamflet waarin hij de ondergeschoven gebeurtenissen in de Vendée afzette tegen de herdenking onder leiding van Mitterrand, een pompeus feest waar niet een Franse koning zich voor zou hebben geschaamd. De festiviteiten gingen gewoon door, maar het was wel een schot in de roos.

Een jaar later, toen hij in verzet kwam tegen corrupte politici, was het opnieuw raak. Sinds de spraakmakende amnestiewet was het vertrouwen in politici alleen maar afgenomen, maar voor De Villiers gold het omgekeerde. Voor het eerst raakte zijn naam tot ver buiten de Vendée bekend en de zaaltjes waar hij zijn redevoeringen afstak, bleken steeds vaker te klein.

Op zijn bijeenkomsten in steden als Grenoble, Bordeaux, Lyon en Versailles kwam er een soort mensen te voorschijn dat bijna uitgestorven leek: de oprechte bourgeois. Mensen met goede beroepen, gesteld op tradities, zorgvuldig gekleed, rooms in de leer en al een tijdlang op zoek naar een heer van stand die in verzet kwam tegen de afbraak van Frankrijk.

In mei heeft De Villiers een eigen beweging in het leven geroepen, "Combat pour les Valeurs', en nu al is er sprake van een doorslaand succes. Op verschillende plaatsen zijn afdelingen opgericht waarvoor mensen zich belangeloos inzetten. Iedere maand gaat de eigen partijkrant, La lettre de Philippe de Villiers, in meer dan 50.000 exemplaren door het land en op de tv is hij zo langzamerhand een vertrouwde verschijning.

In Libération wordt hij systematisch belachelijk gemaakt, maar dat kan de opkomst van De Villiers niet tegenhouden. Want bijna iedere zaterdag staat hij ook in het kleurenmagazine van Le Figaro en zowel in woord als in beeld krijgt hij daar volop de ruimte. ""De Villiers vecht voor het herstel van Frankrijk'', staat er boven een artikel en op de bijgaande foto poseert hij met het hele gezin. Een aantal Kamerleden heeft zich al bij hem aangemeld en de tijd is voorbij dat De Villiers op zoek was naar een geschikte partij. Vanaf nu zijn de mensen op zoek naar hèm.

Onderwijs

""La Vendée est ma famille'', roept hij vanaf het podium en zo is De Villiers meteen bij een van z'n hoofdthema's aangeland. Natuurlijk, sinds kort heeft hij in het hele land aanhangers maar hier in La Roche-sur-Yon, middenin de Vendée, kennen ze elkaar al veel langer. Niemand laat zich nu nog afleiden. Bij De Villiers heb je het gevoel dat hij tegen jou praat, ook al zitten er een paar duizend mensen in de zaal.

Frankrijk zit in een morele crisis en die is veel ernstiger dan de economische malaise waar iedereen over spreekt, zo steekt hij van wal. Het onderwijs verpaupert, de corruptie neemt toe en in de media zetten ze alles op z'n kop: wat van ver komt is exotisch, terwijl de tradities van eigen bodem met argwaan worden bejegend.

Allereerst staat de klassieke familie onder druk. Waarom zou je nog een gezin beginnen, vraagt hij retorisch. Van het minimumloon kun je niet eens twee kinderen onderhouden.

We moeten onszelf weer terugvinden, gaat hij verder. Frankrijk is altijd een land geweest waar de mensen tegenop keken en wat is daar nog van over? Onder leiding van Mitterrand is alles afgebroken en nu probeert hij ons met het nieuwe Europa op te zadelen.

Straks vindt het referendum plaats en met zijn aanvallen op Europa is De Villiers op een nieuwe goud-ader gestoten. De grenzen open? Dat betekent nog meer vreemde mensen en rare gewoontes in een land dat z'n eigenheid dreigt te verliezen. Hij is furieus tegen en gebruikt al z'n talent om de zaal mee te slepen.

Hij kan hard en hij kan zacht spreken; hij kan hekelen en hij kan fluisteren; hij kan de mensen laten lachen en is dan weer een soort Carmiggelt: ""Vanmiddag sprak ik een oorlogsinvalide en die zei: "Meneer de Villiers, is het echt waar dat we straks in dat verenigd Europa...'.''

De avond vliegt voorbij en na meer dan anderhalf uur is iedereen om. De lampen springen aan en de mensen zijn helemaal wild. Daar heb je weer die discomuziek en op het handgeklap van de massa loopt De Villiers naar de uitgang. De bodyguards om hem heen zijn niet meer dan decorum; wie zou hem hier iets willen doen?

Buiten staat z'n wagen met draaiende motor te wachten. De Villiers kruipt op de achterbank, wil afscheid nemen en roept dan: ""Merde, m'n horloge!'' Iemand vliegt naar binnen en zo heeft hij nog tijd om de laatste complimenten in ontvangst te nemen. ""Nee, te lang was het zeker niet'', zegt een medewerker en als een jongen van zestien kijkt De Villiers tevreden voor zich uit. Daar is het horloge. De deur gaat dicht en de zwarte Citroën verdwijnt in de nacht.

Morgen, op de dag van het referendum, staat hij in Parijs, in Le Zénith. De zaal is berekend op tienduizend man.