Valutamarkt wijst Britten pijnlijk op hun ongelijk

WASHINGTON, 19 SEPT. In de "nacht van het EMS' in Brussel was geen tijd voor ruzie. Tussen woensdagavond half twaalf en half zes in de ochtend van donderdag hebben de vertegenwoordigers van de ministeries van financiën en centrale banken, ondanks alle spanningen, zelfs nog kunnen lachen.

Het was een enerverend crisisberaad, maar voor veteranen in het EMS niet het eerste in zijn soort. Er was geen sprake van ruzie, eerder van compassie, aldus een van de deelnemers. “Het zijn mensen die elkaar heel goed kennen. En we beseften allemaal wat de collega's hebben ondergaan die onder vuur hebben gelegen. Vooral voor de Britse vertegenwoordigers was het traumatisch.”

Het was de eerste keer dat een munt uit het EMS stapte: het EMS is niet langer een één-richtingsstraat op weg naar de monetaire unie. Het pond (voor onbepaalde tijd) en de lire (tijdelijk) stapten uit het Europese Monetaire Stelsel en de peseta werd met vijf procent gedevalueerd.

Woensdagavond, voordat de Brusselse bijeenkomst begon, had Groot-Brittannië zijn deelname aan het wisselkoersmechanisme van het EMS opgeschort en het pond laten zweven. Tijdens het nachtelijke beraad besloot Italië om de lire te laten zweven, in afwachting van een herstel van orde op de valutamarkten na het Franse referendum.

De Italianen vreesden dat de lire, ook na de devaluatie van zeven procent op zondag nog overgewaardeerd, opnieuw het doelwit van aanvallen van financiële speculanten zou worden. Ter voorkoming dat de valutahandelaren zich vervolgens op de peseta zou richten, besloot Spanje tot een devaluatie met vijf procent. “Je probeert de verstandigste beslissingen te nemen die op dat moment denkbaar zijn”, zegt een betrokkene.

Het pijnlijkste was dat Groot-Brittannië een monetair beleid dat twee jaar lang was volgehouden en waaraan de politieke geloofwaardigheid van de regering-Major was opgehangen, in een dramatisch rechts-om-keert opgaf. Niet om de redenen die de critici hadden aangevoerd - hoewel die nu triomfantelijk vaststellen dat ze gelijk hadden met hun bewering dat het pond nooit in het EMS had moeten stappen. Het Britse ongelijk was dat ze de regels van het EMS, zoals die sinds 1987 volgens het zogenoemde akkoord van Bazel-Nyborg gelden, niet hebben toegepast. Die regels hebben tot doel om speculeren op een devaluatie voor valutahandelaren kostbaar, riskant en niet lonend te maken.

Op woensdag, toen Groot-Brittannië eindelijk de rente verhoogde in een wanhopige poging om het geweld van de valutaspeculatie te keren, was het te laat. Volgens onbevestigde schattingen zag Groot-Brittannië in enkele uren 20 miljard pond, de helft van zijn financiële reserves, verdwijnen. In het finale stadium werkt geen enkel medicijn meer.

Als valutahandelaren eenmaal een munt als doelwit hebben gekozen en een devaluatie boven de markt hangt, moet de korte rente tot extreme niveaus worden verhoogd om de winst die een devaluatie oplevert, te neutraliseren. Dan moet men zeer drastisch te werk gaan, zoals in Zweden en in Ierland nu het geval is.

Overigens is dat in Nederland in de jaren zeventig ook eens gebeurd, toen De Nederlandsche Bank de daggeldrente tot 50 procent verhoogde. Het rente-instrument, zoals centrale bankiers dat noemen, moet dan ook vroegtijdig worden ingezet - en dat hebben de Britten nagelaten. “Je moet nooit wachten totdat renteverschillen geen rol meer spelen”, aldus een monetaire deskundige.

In Groot-Brittannië is het rente-instrument totaal gepolitiseerd. De Bank of England wordt bestuurd door het ministerie van financiën en het kabinet van de premier. De Britten hebben sinds hun toetreding tot het EMS, oktober 1990, hun rente negen keer verlaagd en nooit verhoogd, terwijl alle overige EMS-landen hun rente wél in lijn met Duitsland opschroefden. “Ze hebben de regels van het spel niet meegespeeld”, zegt de deskundige.

Als de financiële markten overtuigd waren geweest dat de Britse centrale bank de rente onmiddellijk zou verhogen zodra zich in augustus spanningen begonnen voor te doen, dan had de crisis van deze week voorkomen kunnen worden. Maar zoals een Amsterdams gezegde luidt: "Als hadden komt, is hebben te laat'.

De Britten hebben een tweede stelregel van centraal bankieren in het EMS geschonden: ze hebben de geloofwaardigheid van de centrale banken publiekelijk in twijfel getrokken. Dat blijkt het sterkst uit de politieke beschuldigingen die nu vanuit Londen op Frankfurt, het monetaire zenuwcentrum van Europa, worden afgevuurd. De Bundesbank heeft de devaluatie van het pond ingefluisterd, beweren Britse ministers.

Maar de Bundesbank had een week geleden niet anders kunnen doen dan ze deed: door de aanval op de lire was de Duitse centrale bank gedwongen om lires op te kopen en miljarden D-marken te verkopen. Dat bracht het standaardbeleid van de Bundesbank, gericht op beperking van de geldgroei, rechtstreeks in gevaar. Het was een Catch 22 situatie: strak vasthouden aan de hoge rente, in verband met interne overwegingen, leidde tot externe gevolgen die het binnenlandse beleid op een onhoudbare manier doorkruiste.

Met het telefonische akkoord dat afgelopen weekeinde werd bereikt - devaluatie van de lire en verlaging van de Duitse rente - hoopten de monetaire autoriteiten de crisis te kunnen bezweren. Alleen: het werkte niet en toen de eerste aanpassing in het EMS er door was, wisten de markten dat er meer konden volgen.