Utrecht gaat woningen verdelen via woonkrant en open inschrijving

UTRECHT, 19 SEPT. Woningzoekenden heten in Utrecht voortaan consument. Vanaf januari 1993 zal de gemeente bij de verdeling van woonruimte het marktmechanisme hanteren.

Woningzoekenden krijgen via een woonkrant het aanbod voorgeschoteld waaruit ze zelf een keuze kunnen maken. De gemeente toetst alleen nog of de kandidaten aan de toewijzingscriteria voldoen. In beginsel gaat de woning naar degene met de langste wachttijd.

Utrecht is de tweede gemeente in het land die samen met de woningbouwcorporaties de woonruimteverdeling op deze manier gaat toepassen. Delft ging voor en blijkens een acceptatie-onderzoek dat daar onder woningzoekenden is gehouden, functioneert het systeem naar ieders tevredenheid.

Volgens de Utrechtse wethouder wonen, J. Zwart, staat in de nieuwe aanpak de keuzevrijheid van de consument voorop. Deze moet meer eigen initiatief tonen, maar daar staat tegenover dat de verdeling doorzichtiger en flexibeler wordt.

Op dit moment biedt de Utrechtse woningmarkt een somber beeld. Naar verhouding heeft Utrecht het grootste woningtekort van de vier grote steden. Het gevolg zijn buitensporige koopprijzen en alsmaar groeiende wachtlijsten. Woningzoekenden die reeds alle denkbare urgentiepunten hebben verzameld, moeten toch nog 3 tot 3,5 jaar wachten op een betaalbare woning in de sociale sector. Pas na 1995 wordt de situatie wat gunstiger als gevolg van omvangrijke bouwactiviteiten in de regio.

Op zich is er met de bestaande woonruimteverdeling weinig mis. “Het systeem werkt perfect en eerlijk”, zegt wethouder Zwart. Weliswaar halen sommige woningzoekenden allerlei kunstgrepen uit om maar zoveel mogelijk urgentiepunten te verzamelen, maar het verdelingsproces is redelijk beheersbaar. Een belangrijk nadeel is echter de ondoorzichtigheid van het systeem. Zwart spreekt van een "black box'. Drie jaar nadat een woningzoekende urgent geworden is, rolt er plotseling een woning uit het apparaat.

In de nieuwe opzet worden alle vrijkomende woningen van de gemeente en de corporaties aangeboden in een gratis huis-aan-huisblad. Daarbij wordt aangegeven of de woning bestemd is voor doorstromers of starters, mensen die nieuw op de woningmarkt zijn. Voorts worden de toewijzingscriteria vermeld: er moet een evenwichtige verhouding zijn tussen de hoogte van het inkomen en de huur en tussen de gezinsgrootte en het aantal kamers.

Kandidaten moeten zich zelf melden. Bij de starters wint degene die het langst als woningzoekende staat ingeschreven. Bij de doorstromers wint de kandidaat met de langste woonduur in zijn bestaande woning. Na de toewijzing wordt in de volgende "woonkrant' gemeld op welke gronden de betreffende woning is toegewezen, zodat publieke controle mogelijk is.

Voor de meest kwetsbare woningzoekenden blijft een voorrangsregeling van kracht. Het gaat daarbij om de zogenoemde "termijn-urgenten': mensen die in een noodopvang vertoeven, zoals een Blijf-van-mijn-lijf-huis, of slachtoffers van calamiteiten.

Die voorrangsregel vormt meteen een van de risico's in het nieuwe systeem, erkent N. de Lange, directeur van de Utrechtse Dienst Woonruimtezaken. Als de nieuwe urgenten een te grote groep vormen, wordt de kern van het systeem aangetast, want dan blijft er geen woning meer over voor de "vrije markt".

De ervaringen in Delft hebben uitgewezen dat de allochtonen eveneens een zwakke schakel vormen. De Lange hoopt hen met een speciale voorlichtingscampagne rijp te maken voor het nieuwe systeem.

Eén categorie zal volgens wethouder Zwart in het begin ruimschoots profijt trekken uit de nieuwe opzet: de studenten. Maar als het systeem eenmaal is geaccepteerd, zal hun voorsprong weer verdwijnen, verwacht hij. Om iedereen te laten wennen, zal in het begin slechts de helft van de vrijkomende woningvoorraad via de markt worden aangeboden en wordt de rest via het oude systeem verdeeld. Niettemin hoopt de gemeente dat in de loop van 1993 geheel kan worden overgeschakeld op het marktmechanisme.